Welke van jouw auto’s mag Jack hebben?

290415

Jack is binnenkort jarig. Hij is een vriendje van Jip en voor zijn verjaardag heeft hij twee wensen: hij wil dat Jip op zijn feestje komt en hij wil alleen maar auto’s als cadeau. Dat moet te doen zijn. De agenda is voor de bewuste middag afgeblokt en samen met Jip zocht ik afgelopen maandag alle kraampjes van de vrijmarkt af op zoek naar een ‘cool’ cadeau. Het werd een heuse vuilniswagen, heel gaaf, compleet met vuilnisbakken die je ondersteboven erin leeg kon kieperen. Jip was helemaal enthousiast, maar begreep dat het een cadeau voor Jack was en taalde er thuis niet meer naar. Tot hij de wagen gisteren vond in een plastic zak in de gang. “Mama, mag ik nog even met de vuilniswagen van Jack spelen?” “Ja hoor, maar wees er voorzichtig mee hè, want als hij stuk gaat, kunnen we hem niet meer geven.” “Is goed hoor, mama.” Jip pakt de wagen uit de tas, onderwerpt hem aan een onderzoek, begint ermee te rijden en vijf minuten later is hij stuk: een laatje onder de wagen is afgebroken. Jips vader, die alles kan maken, zegt dat hij het wel kan repareren, maar niet mooi genoeg om cadeau te doen. Ik zeg dat Jip een mooie auto moet kiezen uit zijn speelgoedkist, die hij dan aan Jack kan geven. Dit is toch geen straffen? Of zit de opmerking op het randje? Een erg slim plan is het sowieso niet, want Jip is echt heel erg gehecht aan zijn spullen. Hij wil helemaal niets inleveren. “Die houten oplegger?” Jip schudt verschrikt zijn hoofd. “Muck misschien?” Muck is een veel te grote speelgoedauto uit Bob de Bouwer. “Nee, mama! Die is van mij hoor!” Via Muck komt mijn hoofd op een ander onding dat enorm in de weg staat: “De parkeergarage! Daar speel je nooit mee!” “Nee, mama. Dat is mijn parkeergarage!” Dit gaat nooit lukken. Ergens vind ik dat ik nu door moet zetten, omdat ik het nu eenmaal heb gezegd en omdat het een logische consequentie is van iets kapot maken; het zou heel leerzaam kunnen zijn. Ik zit nog midden in mijn denkproces als Frans zegt: “Kun je niet gewoon iets nieuws kopen voor Jack?” “Uh ja, maar ik dacht….nou ja, laat ook maar,” zeg ik tegen Frans en daarmee is het onderwerp afgedaan. Voor Jip loopt het met een sisser af en dan mag hij morgen ook nog mee naar de speelgoedwinkel. Wat een bofkont. De volgende keer berg ik cadeautjes voor een ander maar wat beter op.