Plassen is stom (6x)

011015
Gisterenavond, 19:15. De kinderen zijn nog leuk samen aan het spelen en dan is Jip meestal op zijn ergst: weerstand omdat hij naar bed moet. Met moeite haalt Frans Jip daaruit en als we daarin geslaagd lijken, komt het volgende: weerstand omdat hij nog even moet gaan plassen. Het belooft geen gezellig avondritueel te worden. Krijsend loopt Jip naar de wc en wij vragen ons af of hij wel daadwerkelijk gaat. Ik besluit het maar gewoon te benoemen wat er mogelijk in hem omgaat en doe dat in een soort liedje. “Plassen is stom! Plassen is stom,” begin ik te zingen. Geen idee waar dit heen gaat en hoe ik hem nu op de wc ga krijgen. Jip doet heel snel mee. We staan samen in de gang te zingen en te stampvoeten. Ik sta op de mat bij de voordeur en Jip staat vlakbij de wc. Na zes keer hetzelfde zinnetje zing ik: “We lachen ons haast krom.” Ik maak een diepe buiging en lach erbij en omdat ik echt niet weet hoe verder, roep ik hard: “En dan ga ik toch naar de wc rennen!” Ik ren naar de wc. Jip lacht, hij vindt het een heel leuk spel. “Ik ga niet naar de wc hoor, mama,” zegt hij. “Jammer, mislukt,” denk ik bij mezelf. Maar dan zegt Jip: “Nu ga ik op de mat staan en dan gaan we het nog een keer doen. Hij zet in: “Plassen is stom,” samen zingen we hetzelfde onnozele liedje dat ik net had bedacht, met dezelfde dwaze danspasjes. Ik vraag me af wat er zo gaat gebeuren. Na de buiging komt Jip omhoog en van enthousiasme rent hij al voordat hij het woord ‘rennen’ heeft uitgesproken. “Dat was leuk hè, mama?” zegt hij als hij op de wc gaat zitten. Ik knik. “Ja, dat was het zeker.” Wordt het toch nog gezellig ;-).

Waarom straffen