De volgende keer mag je niet meer mee

270516

Jip mocht pas geleden op stap met een hele lieve vrijgezelle vriend van mij en zijn zoon. Ik mocht niet mee, want het zou een ‘mannen-dag’. Hartstikke leuk. Jip kon met dat vriendje de hele dag samen rennen en dollen en naar dieren in de dierentuin kijken. Ik heb zo’n kind dat echt wel weet hoe hij zich hoort te gedragen, en op bezoek bij een ander doet hij dat ook: hij maakt geen ruzie, bij het spelen gebeurt alles in goed overleg en hij doet wat er gevraagd wordt. De hele dag was een groot feest geweest. Voordat hij naar huis werd gebracht, kregen hij en z’n vriendje een puntzak met frietjes. Ik denk dat Jip moe was. Hij wist dat er daarna nog een ijsje zou komen en had ineens niet meer zo’n zin in de friet. Toen heeft mijn vriend kennelijk gezegd dat hij de volgende keer niet meer mee mocht als hij nu z’n frietjes niet op zou eten. Huilend vertelde hij mij dit, ’s avonds na een flinke driftbui, waarbij hij op mij insloeg en trapte. Hij begreep het niet, zo leek het. “Dat zeggen jij en papa nooit,” zei hij. Ik was blij dat hij bemerkte dat het anders was, maar vroeg me wel af waarom hij dit nu zo benoemde. Ik heb gezegd dat ik het vermoeden had dat de vriend dat per ongeluk had gezegd en het vast niet zo bedoelde. Als moeder weet ik natuurlijk precies hoe dat gaat. En (omdat ik ook even niet wist wat te doen) zei ik op dat moment dat we het de volgende keer aan hem zouden vragen. Dat moet ik nu natuurlijk ook doen, maar hoe? Indirect spreek ik dan iemand aan op de manier waarop hij opvoedt; dat wil ik niet. Het is daarnaast ook iets dat Jip misschien moet leren, want veel mensen reageren zo. Tenslotte hadden ze verder een fantastische dag en graag laat ik de focus daar. Feit is dat ik de belofte aan mijn zoon na moet komen, weet alleen nog niet zo goed hoe. :-/

Waarom straffen

Moeders wil is wet?

220416
Mijn moeder was heel erg handig met de naaimachine. Wij hadden daarom vaak zelfgemaakte kleding aan. Soms hadden mijn zussen en ik ongeveer hetzelfde aan, maar net wat anders. Een andere keer maakte ze iets helemaal speciaal voor mij of één van mijn zussen. Erg leuk. Ik was vaak trots als een pauw in de nieuwe kleren die niemand anders had. Ik kan me slechts één jurkje heugen dat ik verschrikkelijk vond: lichtgroen met donkergroen, gemaakt uit twee oude bloezen van mijn vader. Verschrikkelijk vond ik het ding. Voor mij zag het eruit als een voddenzak en zo zat het ook. Mijn moeder was heel trots op haar nieuwe tweedehands product en had maar wat graag dat ik het aantrok. Ik wilde het graag goed doen voor mijn moeder en haar plezieren, maar het was zo’n afgrijselijk ding dat ik er pijn van in mijn buik kreeg. “Maar juffrouw Marjolein vindt het ook zo leuk!” zei mijn moeder lief. Ze had mijn tere punt te pakken, want wat had ik een zwak voor de lieve, mooie, zachte kleuterjuffrouw Marjolein. Met tegenzin trok ik toch het jurkje weer aan. Wel bedacht ik dat als ik ooit kinderen zou krijgen, ik het echt anders zou doen. Mijn kinderen zouden nooit iets tegen hun zin aan hoeven te trekken. Goed. Ik ben inmiddels drieëndertig jaar en twee kinderen verder. Toegegeven; ik ben onlangs voor de bijl gegaan. Pas geleden kocht ik op een rommelmarkt een heel schattig kimonootje: origineel handgemaakt uit Japan, veertig jaar oud voor slechts een eurootje! Heel erg leuk. Ik was er helemaal verliefd op. Helaas, zoonlief had een andere mening dan ik. “Dat ga ik niet aandoen hoor, mama,” zei hij stellig. Via zijn vader probeerde ik hem te manipuleren. Dat werkte niet. Zijn lievelingsoom dan? Die kwam in een tweespalt terecht. Hij wilde mij graag tegemoet komen, maar vond het heel zielig voor Jip dat hij in die Kimono over straat moest. “Uh…..” kwam er alleen maar uit. Ik had me er bij neergelegd. Vier weken lang, keek ik telkens met lichte treurnis naar het kimonootje in de kledingkast, in de hoop dat Mirre het straks wel zou dragen. Dit weekend vroeg ik het nog maar een keer. “Hee Jip, doe jij dan vandaag je kimono aan?” “Oh, dat is goed hoor.” Ik wist niet wat ik hoorde en heb meteen doorgepakt. Vijf minuten later was mijn zoon in het hesje gehesen. Maar of hij het die dag nou heeft gedragen, omdat hij het zelf zo leuk vond? Ik denk het niet, maar ik was toch wel blij. Hij heeft het een keertje aangehad, ik zal er maar niet meer over zeuren. Eigenlijk denk ik dat mijn moeder er destijds ook niet vaak  op aangedrongen heeft, alleen zo’n ene keer blijft je als kind dan toch bij. Wie weet krijg ik dit voorval later ook nog eens terug ;-).

Goed voorbeeld doet volgen

130416.1 130416

“Het gaat erom dat je als ouder het goede voorbeeld geeft, want dat is wat je kinderen nadoen.” Dit is wat opvoedkundigen zeggen. Ik geloof het graag, maar waarom slaan mijn kinderen elkaar dan, als er onenigheid is? Of is het een kwestie van geduld hebben? Eindeloze herhaling, die soms oeverloos lijkt. Geduld beoefenen hoort zeker bij ouderschap, maar gelukkig liet mijn zoon dit weekend ook zien dat je soms niet zo lang hoeft te wachten tot je voorbeeld wordt gevolgd. Jip, vier jaar – “Viereneenhalf!” zou hij zelf nu luidkeels roepen – kan zichzelf soms onbeheerst op zijn zus storten als zij speelgoed van hem heeft of niet doet wat hij wil. Gisteren was er veel gestommel boven, ik vroeg me af wat hij boven ‘uitspookte’ en ineens kwam hij verkleed als zwarte piet weer beneden. Ook voor zijn zusje had hij een zwarte pietenpak meegenomen. Dat hij überhaupt wist waar de verkleedkleren lagen, verbaasde me. Glimlachend aanschouwde ik het verkleden van mijn kinderen terwijl ik de was opvouwde. Toen de twee zwarte pieten eenmaal in uitvoering waren, moest ik mijn huishoudelijke klusje telkens onderbreken om mijn te schoen zetten, of af en toe ‘ooohhh’ en ‘aaahhh’ te roepen als ze er weer iets in hadden gestopt. De kinderen volgden mij naar boven toen ik de was opruimde. Op zolder trof ik de bigshopper met verkleedkleren, het was overduidelijk dat er net een aanslag op was gepleegd. Jip had inmiddels bedacht dat hij liever Sinterklaas was en trok het rode brandweerpak aan om een beetje op de Sint te gelijken. Mirre had inmiddels bedacht dat ze eigenlijk liever een girafje was. Ze trok het giraffevel over haar hoofd, haar armen door de armsgaten en was zichtbaar blij met het resultaat. Jip was minder blij. Hij was Sinterklaas en het was wel de bedoeling dat zijn zus nog even zwarte piet bleef. Hij verzocht zijn zus het pietenpak weer aan te doen. Ze weigerde. Jip werd boos. Dit zou een moment zijn waarop hij de controle over zichzelf verliest en met fysiek geweld zijn zus alsnog probeert zijn wil op te leggen. Ik wacht af. Ineens hoor ik mijn zoon zeggen: “Weet je wat? Jij bent een zwarte pietengiraf!” Ik sta bijna met open mond te kijken. Mirre gaat akkoord en krijgt een mooie pietenmuts op haar vrolijke giraffenkopje. Ik complimenteer Jip met zijn creatieve oplossing en vindingrijkheid. Supertrots ben ik op hem en ook op ons als ouders, want het is vast ons goede voorbeeld dat hem doet volgen ;-).