Met dank aan Niemand

“Hee liefje, wakker worden,” zachtjes raak ik de benen van Jip aan. Mijn vijfjarige zoon ligt diep weggedoken onder de dekens. Langzaam komt er wat beweging in hem. Met tegenzin ontwaakt hij uit zijn slaap. Ik heb het licht op zijn kamer aangedaan en rommel ondertussen wat in zijn kast. Jip is overeind gaan zitten en wrijft in zijn ogen. Ik knuffel hem nog een keer en hij legt zijn hoofd tegen mijn schouder. Als hij weer los van me komt, laat ik hem zien welke kleren ik voor hem heb uitgekozen. Hij lijkt tevreden. Tja, als de onderbroek van ‘Cars’ is, kan het eigenlijk niet meer stuk. Althans dat dacht ik. Toen ik hem met aankleden wilde helpen, liet hij door het wegtrappen van mijn armen weten dat hij niet wilde. Ik sprak hem op strenge toon toe en probeerde het nogmaals. “Nee mama, ik wil niet!” “Wat wil je niet?” vroeg ik. “Ik wil geen kleren aan.” “Wil je dan in je pyjama naar school?” “Nee, ik wil helemaal niets!” antwoordde Jip. Daar kon ik wel inkomen. Er zijn ook veel ochtenden waarop ik helemaal niets wil, behalve terug naar bed en weer gaan slapen. Toch probeerde ik het nog een keer bij Jip: “Maar we zullen toch even de kleren aan moeten doen. Zal ik het doen, of doe je het zelf?” gaf ik hem de keuze. “Helemaal niemand mag mij aankleden!” riep mijn zoon boos. “Oh oké,” zei ik en liep weg. De deur van zijn kamer deed ik dicht, om deze anderhalve seconde later weer open te doen. “Hallo,” zei ik met donkere stem en liep met een uitgestoken hand op Jip af. “Wie ben jij? Ik ben Niemand.” Jip keek mij meewarig aan. “Ja, ik ben dus Niemand en ik hoorde dat ik je kleren aan moest doen. Niemand mag mij aankleden, heb je gezegd. Nou, hier ben ik dan!” Ik pakte zijn broek en draaide hem drie keer op z’n kop voordat ik zogenaamd het idee had dat ik hem goed hield en schoof hem probleemloos over Jip zijn benen. Ondertussen had hij de grootste lol. Toen zijn kleren aan waren, vroeg hij of ik weer gewoon mama kon zijn. Dat wilde ik maar al te graag. In mezelf dankte ik Nuon, want zonder de reclame van een paar jaar geleden, was ik hier misschien nooit opgekomen.

Hoe doorbreek je de cirkel van woede?

151115

Als je een moeder bent die uit het niets kan ontploffen, dan is het lastig om jezelf daarin te omarmen. Veel vrouwen die in razernij uit kunnen barsten, hebben in hun jeugd met soortgelijke agressie te maken gehad. Juist daardoor gun je je eigen kinderen andere ouders. Dat je net zo boos kan worden als je vader of moeder vroeger, vind je wellicht afkeurenswaardig. Doordat je dit gedrag in jezelf afwijst, kom je in een worsteling terecht: het mag er niet zijn, je onderdrukt het, met als resultaat dat je juist ontploft als het er uiteindelijk wel uitkomt. Het is een vicieuze cirkel en omdat veel moeders zich schamen voor dit gedrag, wordt de situatie alleen maar erger. Moeders denken dat ze er alleen in zijn: “Ik denk dat er geen één moeder is, die zo boos kan worden als ik,” heb ik een aantal keer gehoord. Ze kunnen zich niet voorstellen dat andere moeders net zo hels kunnen zijn als zij. Dat heb ik ook lang gedacht, maar neem maar van mij aan: die moeders zijn er wel en veel! Inmiddels heb ik door de blogs die ik schrijf, meer moeders gesproken die worstelen met hun woede. De meeste van hen willen maar al te graag afscheid nemen van deze oncontroleerbare emotie. Uit de cirkel van woede komen, is erg moeilijk. Doordat ik zelf jarenlang geworsteld heb, weet ik dat de ‘tips and tricks’ die in boeken of op internet worden gegeven, weinig effect hebben. “Jezelf accepteren en je boosheid omarmen,” is vaak de kernboodschap, maar juist dat is zo moeilijk, want je wíl niet boos zijn. Het slechte nieuws van deze blog is dat bovenstaande waar is. De openheid over mijn eigen woede heeft gemaakt dat veel vrouwen ook hun verhaal tegen mij vertelden en uiteindelijk heb ik ontdekt dat moeders op te delen zijn in twee groepen. Nu categoriseer ik niet graag, maar omdat ik vermoed dat deze categorisering helpend kan zijn, doe ik het toch. De eerste groep is de groep van moeders die zo woedend kunnen worden, dat ze van razernij niet meer weten waar ze het zoeken moeten. Ze kunnen schreeuwen tegen hun kinderen, gooien met deuren, laten voorwerpen – die daar niet voor bedoeld zijn – door het huis heen vliegen en worden fysiek naar hun kinderen. Ze hebben het gevoel dat ze soms om iets kleins kunnen ontploffen en zijn vaker dan gemiddeld ongecontroleerd boos. De tweede groep bestaat uit vrouwen die weleens boos zijn op hun kinderen en als ze gestrest zijn woedend kunnen worden. Ook zij kunnen schreeuwen, met dingen gooien of fysiek zijn naar hun kinderen toe, maar dat gebeurt niet vaak. Zowel de vrouwen in de eerste categorie als de vrouwen in de tweede categorie vinden het niet leuk dat ze boos zijn geworden. Bijna alle vrouwen gaan daarna in gesprek met hun kinderen en zeggen dat ze het zo niet bedoeld hadden. Het verschil zit hem in het feit dat de vrouwen die razend kunnen worden, veel meer schuldgevoel en berouw hebben en enorm oordelend zijn over zichzelf. Waar de dames in de tweede groep het gebeuren en bijbehorende emoties meteen weer loslaten, nadat ze spijt hebben betoond aan hun kinderen. De vrouwen in de tweede groep zijn in staat om mild te zijn naar zichzelf. Gevolg: woedeaanval blijft voor wat hij is, wordt niet groter en krijgt geen grip op deze groep vrouwen. Wat mij betreft is ‘jezelf accepteren’ dus ook echt de kern. Alleen hoe doe je dat? Ik ben zelf maanden geleden rigoureus uit de cirkel van woede gestapt. Of dat de enige manier is, weet ik niet, maar waarom zou je die nare gedachten over jezelf toe staan? Wie is er de baas over je gedachten? Jij toch zeker? Dus voor alle moeders in de eerste groep: als je weer een keer woedend bent, laat dat dan voor wat het was. Ga weer in verbinding met je kinderen, maar ga vooral ook in liefdevolle verbinding met jezelf. Schenk de oordelende stem in jezelf geen aandacht en zet er een zachte, milde gedachte voor in de plaats. Moet je kijken hoe ongelooflijk je je best aan het doen bent. En dat het dan soms even anders gaat dan je had gewild, nou en? Het gaat erom dat je het probeert, dat is ook wat je waarschijnlijk tegen je kinderen zegt. Zie in jezelf de liefdevolle moeder die je bent en omarm haar met alles wat ze is.

Opruimen! Yes, het werkt!

010616

Wat doe je voordat de schoonmaker komt? Juist, zelf nog even een rondje door het huis maken om de ergste zooi alvast weg te halen. Deze week waren de kinderen thuis. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat zij met de snelheid waarin ik aan het opruimen ben, de boel weer overhoop halen. Zonder er al te veel van te verwachten, zeg ik Jip en Mirre dat ze even geen extra rommel mogen maken. Omdat dat lastig is voor die twee van mij, had ik bedacht dat ik zou proberen om ze mee te laten helpen opruimen. Eigen kleding in de kast leggen, doet het bijvoorbeeld altijd wel goed. Mooi niet. Mirre zei gewoon ‘nee’ en Jip voegde daaraan toe: “Mag je lekker zelf doen.” Verbaasd was ik niet, maar toch verlangde ik naar een beetje medewerking. Wat te doen met die twee apen van mij? Ooit kreeg ik een tip bij de cursus van How2Talk2Kids die ik volgde. Toen waren mijn kinderen er nog te klein voor, “maar misschien werkt het inmiddels wel,” bedacht ik mij. Ik liep naar de keuken en maakte zes briefjes met daarop de cijfers 1 t/m 6. “Jip kom je even?” vroeg ik. Hij kwam gelukkig meteen aangerend. Ik legde hem uit dat ik briefjes had gemaakt en dat je er telkens eentje kon trekken en dan moest je net zoveel spullen opruimen als het getal dat er op stond. Daarna pakte ik een briefje: “Ik heb vier!” riep ik, “dus vier dingen opruimen!” Ik lachte en holde weg. Jip kwam snel achter me aan. “Ik had drie. Ik had drie, mama!” en hij ging aan de slag. Hij vond het een leuk spel, was enorm gedreven en ik genoot ervan. Waanzinnig. Soms is het effect van zoiets eenvoudigs heel groot.

Waarom straffen