Moet ik boos worden?

290815

“Ik zou weleens gewóón boos willen worden,” zei ik een tijd geleden tegen mijn moeder. Eigenlijk kan of kon ik niet echt boos worden. Ik voelde niets van irritatie, boosheid, frustratie en dan ineens was ik ziedend van woede. Dat vond ik zo erg, dat ik tegen mezelf zei dat dat niet mocht gebeuren en op die manier zat ik klem in een negatieve spiraal: boosheid mag er niet zijn en dan net zo lang wegdrukken tot ik ontplof. “Boosheid is ook een vorm van straf voor je kinderen,” zei de trainer van How2Talk2Kids in de cursus die ik vorig jaar volgde. Dat zinnetje is vaak door mij heengegaan. Ik wil graag opvoeden zonder straf, maar mijn buien hangen bijna letterlijk als een donderwolk boven mijn kinderen. Wat een huichelarij. Ik kon er heel verdrietig van worden. Het opvoeden zonder straf leek het soms zelf erger te maken, omdat grenzen aangeven een grotere uitdaging vormt. Als je je eigen grenzen niet eens goed aanvoelt en dan ook nog eens van jezelf verlangt om een draai te geven aan een lastige situatie, terwijl je eigenlijk zwaar geïrriteerd bent, dan maak je het jezelf erg moeilijk. Volgens mij heb ik het al eens eerder verteld, ik ben nog steeds bewust onbekwaam en soms al een beetje bewust bekwaam als het gaat om omgaan met boosheid. Het is keihard werken om boosheid anders te hanteren; mijn manier lijkt zo verweven te zijn met mij. De oplossing klinkt heel simpel: uit elke boosheid in jezelf, hoe klein ook, onmiddellijk. Op deze manier wordt het nooit groot. Daar oefen ik nu mee en ineens hoor ik mezelf dus zo’n zinnetje uitspreken dat ik alleen van andere ouders ken: “Moet ik soms boos worden?” Lieve mensen, ik ben zo blij met deze zin. De zin is alleszeggend: eigenlijk ben ik al geïrriteerd, dat ervaar ik ook in mijzelf en ik geef er uiting aan. Alleen daarom zou ik al een vreugdedansje willen maken. Ook het effect van deze zin is vaak buitengewoon indrukwekkend. Jip, want daar gaat het vaak nog om, staakt meestal zijn activiteit en zegt: “Okeeeeeee.” Hij weet natuurlijk hoe boos ik kan worden, dat zou mee kunnen spelen, maar desondanks ben ik blij dat dit zinnetje op zijn minst ervoor zorgt, dat mijn boosheid mij en de kinderen niet meer overvalt.

Waarom straffen