Moeders wil is wet?

220416
Mijn moeder was heel erg handig met de naaimachine. Wij hadden daarom vaak zelfgemaakte kleding aan. Soms hadden mijn zussen en ik ongeveer hetzelfde aan, maar net wat anders. Een andere keer maakte ze iets helemaal speciaal voor mij of één van mijn zussen. Erg leuk. Ik was vaak trots als een pauw in de nieuwe kleren die niemand anders had. Ik kan me slechts één jurkje heugen dat ik verschrikkelijk vond: lichtgroen met donkergroen, gemaakt uit twee oude bloezen van mijn vader. Verschrikkelijk vond ik het ding. Voor mij zag het eruit als een voddenzak en zo zat het ook. Mijn moeder was heel trots op haar nieuwe tweedehands product en had maar wat graag dat ik het aantrok. Ik wilde het graag goed doen voor mijn moeder en haar plezieren, maar het was zo’n afgrijselijk ding dat ik er pijn van in mijn buik kreeg. “Maar juffrouw Marjolein vindt het ook zo leuk!” zei mijn moeder lief. Ze had mijn tere punt te pakken, want wat had ik een zwak voor de lieve, mooie, zachte kleuterjuffrouw Marjolein. Met tegenzin trok ik toch het jurkje weer aan. Wel bedacht ik dat als ik ooit kinderen zou krijgen, ik het echt anders zou doen. Mijn kinderen zouden nooit iets tegen hun zin aan hoeven te trekken. Goed. Ik ben inmiddels drieëndertig jaar en twee kinderen verder. Toegegeven; ik ben onlangs voor de bijl gegaan. Pas geleden kocht ik op een rommelmarkt een heel schattig kimonootje: origineel handgemaakt uit Japan, veertig jaar oud voor slechts een eurootje! Heel erg leuk. Ik was er helemaal verliefd op. Helaas, zoonlief had een andere mening dan ik. “Dat ga ik niet aandoen hoor, mama,” zei hij stellig. Via zijn vader probeerde ik hem te manipuleren. Dat werkte niet. Zijn lievelingsoom dan? Die kwam in een tweespalt terecht. Hij wilde mij graag tegemoet komen, maar vond het heel zielig voor Jip dat hij in die Kimono over straat moest. “Uh…..” kwam er alleen maar uit. Ik had me er bij neergelegd. Vier weken lang, keek ik telkens met lichte treurnis naar het kimonootje in de kledingkast, in de hoop dat Mirre het straks wel zou dragen. Dit weekend vroeg ik het nog maar een keer. “Hee Jip, doe jij dan vandaag je kimono aan?” “Oh, dat is goed hoor.” Ik wist niet wat ik hoorde en heb meteen doorgepakt. Vijf minuten later was mijn zoon in het hesje gehesen. Maar of hij het die dag nou heeft gedragen, omdat hij het zelf zo leuk vond? Ik denk het niet, maar ik was toch wel blij. Hij heeft het een keertje aangehad, ik zal er maar niet meer over zeuren. Eigenlijk denk ik dat mijn moeder er destijds ook niet vaak  op aangedrongen heeft, alleen zo’n ene keer blijft je als kind dan toch bij. Wie weet krijg ik dit voorval later ook nog eens terug ;-).