Mama, ik wil een jurk aan

200315

“Begint dat nu al?” dacht ik een paar weken geleden, toen Jip ineens thuiskwam met ‘jongenspraat’. “Ik zie er stoer uit, hè?” zei hij ’s morgens als ik hem had aangekleed. Snel racen op zijn fiets was ‘echt cool’, hij had ‘grote spierballen’ en de kleur roze, voorheen een favoriet, was opeens een meisjeskleur geworden. Ik ben er niet op in gegaan. Eigenlijk vind ik het erg jammer. De maatschappelijke verschillen tussen jongens en meisjes begonnen duidelijk te worden voor onze zoon. Hij had ontdekt dat hij zich anders moest gedragen dan de meiden in de peuterklas. Lang heb ik geprobeerd om hem zoveel mogelijk genderneutraal op te voeden. Hij moet zelf ontdekken wat bij hem past, dat hoeft hij toch niet opgelegd te krijgen door opvoeding of maatschappij? Helemaal houd ik me er natuurlijk niet aan, want ook al bood ik hem zowel poppen als auto’s aan om mee te spelen, in de keuze voor zijn kleding ging ik niet zover dat hij een jurkje aankreeg. Desondanks heeft Jip weleens de speldjes van zijn zusje in zijn haar. Geen probleem, vind ik. Frans trekt hier wel een grens:  hij mag er niet mee naar buiten. Langzaamaan wordt hij zich dus wel bewust van de verschillen tussen jongens en meisjes. En wellicht hebben we hem onbewust ook nog veel meer in een genderspecifiek rolpatroon geduwd dan we zelf beseffen. Want waarom hij zo graag met autootjes speelt, is voor ons allebei een raadsel. Maar goed, genderneutraal of niet, vandaag werd ik door mijn zoon met mijn eigen overtuigingen geconfronteerd. Hij wilde net als zijn zusje een jurkje aan. Ik zei: ”Natuurlijk! Hopelijk past er eentje.” Samen liepen we naar boven en hij koos een mooie roze uit. Hij paste. Onderaan was hij wat kort, maar hij kreeg van mij gewoon zijn spijkerbroek en stevige boots erbij aan. Hij was helemaal blij in zijn mooie jurk. “Als we straks naar school gaan, gaat het jurkje wel uit hoor!” waarschuwde ik hem. Natuurlijk was ik mij bewust dat ik hier de lafbek was. Gewoon bang dat de andere kinderen, hoe jong ook, hem uit zouden lachen. Daarvoor wilde ik hem beschermen. Het moment dat we naar school moesten, brak aan. Jip wilde de jurk niet uit doen. “Dit zal Tyrhone niet zo stoer vinden!” probeerde ik nog. Jip bleef standvastig. “Oké Jip,” zei ik toen, “ik doe een extra trui in je rugzak voor als je je bedenkt.” Op school waren de juffen enthousiast over zijn kledingkeus en Tyrhone keek wat bedenkelijk. Eén moeder die slecht Nederlands sprak, zei tegen Jip dat het ‘niet goed’ was. Haar heb ik berispend toegesproken. Ik zei dat hij dat zelf mocht ontdekken. Dat heeft hij vanmiddag waarschijnlijk wel gedaan, want aandacht voor de jurk was er volop. Toen ik hem op kwam halen droeg hij de jurk nog steeds, dus erg negatief is de aandacht waarschijnlijk niet geweest, gelukkig. Nu afwachten hoe lang hij het volhoudt. Of wij…..