Kassa!

160115
Even gauw bouillonblokjes en een brood halen. Ik parkeer de auto in een drukke winkelstraat, ongeveer voor de biologische winkel, stap uit en haal Mirre uit haar stoel. Jip zijn riem klik ik los. Hij kan zelf uit de auto klimmen. Met zijn drieën steken we over. Mirre heb ik op mijn heup en ik houd Jip zijn hand stevig vast. In de supermarkt wil Jip mijn hand niet meer vasthouden. Prima. We zijn de enige klanten in de hele zaak. Ik loop rechtstreeks op de bouillonblokjes af, sla een lading in en loop daarna naar de broodafdeling. Jip volgt. Ik krijg een mooi stevig ‘pain gris’ in mijn handen gedrukt. “De korstjes zijn het allerlekkerste van het brood,” knipoogt de verkoper naar Jip. Als we ons naar de kassa begeven, gaat de snelheid eruit. Mirre begint ongeduldig te worden en Jip is bij het snoep blijven hangen. “Als dat maar goed gaat,” denk ik bij mezelf. Mijn artikelen zijn al langs de scanner gehaald als Jip begint te roepen welk snoep ik ‘moet’ kopen. Ik zet Mirre even neer om mijn volledige aandacht aan Jip te kunnen geven, want ik wil hem duidelijk maken dat er geen snoep gekocht wordt. Als ik erheen loop ben ik al in tweestrijd: er zijn ook losse lolly’s te koop; die zijn vast niet zo duur. Maar ja, een lolly geeft een hoop plakzooi. Mijn ogen gaan over het schap met de zoetigheden. Helaas zie ik niets waar zowel Jip als ik blij van worden. Toch maar proberen ‘nee’ tegen Jip te zeggen. Er komt geen goed argument in me op en ik hoor mezelf zeggen: “Weet je wat Jip, je krijgt thuis wel een snoepje.” Oh, waarom bereid ik me niet voor op dit soort momenten? Die komen toch onherroepelijk? Dan moet ik heel hard rennen om Mirre op tijd te pakken, voordat die de straat op loopt. Hallo?! Ik weet dat het mijn eigen verantwoordelijkheid is, maar mevrouw de caissière had u me niet even kunnen waarschuwen dat mijn kind ervan door ging? Blijkbaar niet. Als ik terug bij de kassa kom, heb ik een schreeuwende dreumes in mijn armen. Eentje die helemaal niet in mijn armen wil zijn en zich probeert los te wurmen. Naast mij staat een Jip die daarboven uit roept: “Mama, ik krijg thuis een snoepje, hè?” Pffff..…..het is kassa! In ieder geval voor Jip :-).