En moeiteloos pareert ze de weerstand

051015
“Jas aan! Laarzen aan!” Lisanne (stiefdochter, 18 jaar) gaat met Jip boodschappen doen. Zowel Jip als Lisanne hadden er veel zin in om samen op pad te gaan. Echter, nu Jip zich ervoor klaar moet maken, kan hij de auto’s – waarmee hij aan het spelen was – maar moeilijk loslaten. “Ik blijf hier hoor!” roept Jip. “We gingen toch naar de winkel?” probeert zijn grote zus. “Nééééééééé!” roept Jip. Lisanne zit op een stoel, Jips laarzen en jas al bij de hand. Ze wacht even af. Jip ook. Zijn aandacht niet meer bij de auto’s, maar zijn zinnen ook nog niet op de winkel. “Ik wil niet!” zegt Jip nog maar een keer. Misschien vindt hij het ook wel leuk om te kijken wat voor truc zijn zus uit de kast haalt om hem over de streep te krijgen. “Nou, als jij je laarzen niet aan doet, doe ik ze aan hoor,” zegt Lisanne en ze wurmt haar voeten zo ver mogelijk in de laarsjes van haar kleine broertje. Jip weet niet wat hij ervan moet denken. Is dit nu leuk? Of moet hij dit niet accepteren? “Dat zijn mijn laarzen!” zegt hij tenslotte. “Wil jij ze aan dan?” vraagt zijn grote zus. “Nouhou!” is Jips antwoord. Lisanne heeft hem nog niet zo ver en gaat onverstoorbaar verder met haar in gang gezette spelletje. Als ze de laarzen aan haar voeten heeft hangen, zegt ze: “Zo, en dan nu het jasje aan…” Haar armen gaan één voor één in de mouwtjes van het jasje. Jip kijkt toe. “Vandaag ben ik Jip!” zegt ze stellig. “Nééééééééé!” roept Jip weer. “Oh, wil je zelf Jip zijn?” “Ja!” zegt Jip bozig. “Nou kom dan, dan trek ik jou je laarzen en je jas aan.” Zo gezegd, zo gedaan. Vijf minuten later zie ik ze vrolijk de straat uit gaan. Jip huppelend, zijn kleine handje in de hand van zijn grote zus. Wat moet dat fijn zijn, zo’n grote zus die niet opgeeft bij een beetje weerstand.

Waarom straffen