De testweek : dag 6

 

Dag 6 (bege)leiden zonder straf. Vandaag was de allermoeilijkste dag tot nu toe. En eigenlijk ging dat maar om één situatie, maar wel eentje die een enorme impact heeft op mijn gemoed. Vanmorgen was heerlijk, op mijn nieuwe moederfiets gingen Mirre, Jip en ik naar tante Ester (mijn zus) in Rijen. Het was heel gezellig. Jip houdt niet zo van bloedworst (understatement), dat weten we nu, maar verder ging alles ‘smooth’. Ik denk niet dat mijn zus dat zal ontkennen.

Op de terugweg naar huis fietsten we door de Stationstraat. Jip wilde bij opa en oma Hazebroek (mijn grootouders van 87 en 93 jaar) langs. Ik weifelde: twee bezoeken op een dag is vaak te veel voor de kinderen. Toch ging ik overstag. Oma was er niet. Samen met opa kletsten we wat over ditjes en datjes. En op een gegeven moment bracht ik ook deze ‘opvoedtest’ in. Opa luisterde aandachtig. Ik was nog niet uitverteld of Jip begint op Mirre in te slaan. Vervolgens trekt hij ook nog aan haar haar. Ik laat duidelijk merken dat ik er niet van gediend ben. Dan ‘pakt’ hij mij. Het lijkt totaal uit de hand te lopen. Als hij rustig is, vraag ik wat er nou gebeurde. Dat hij best boos mag zijn, maar dat hij dan kan stampen met zijn voeten. Hij zegt ‘ja’ en knuffelt me, maar de situatie herhaalt zich tien minuten later. Ik besluit om naar huis te gaan. “Het was toch te veel,” denk ik bij mezelf. Bij het vertrek, gaat het weer mis. Jip wil wel zijn jas aan, niet zijn jas aan, wel zijn jas aan, etc. Uiteindelijk laat Jip zich door opa in zijn jas helpen. Ik hoor opa tegen hem zeggen: “zoals vandaag heb ik je nog nooit meegemaakt.” De opmerking raakte me meteen. Ik ging in de verdediging. Ik zei dat we normaal altijd ’s morgens kwamen, als de kinderen op hun best zijn, dat ik dan speelgoed bij me heb en dat Jip best z’n buien mag hebben, maar ik voelde dat mijn woorden niets meer konden veranderen aan wat net gezegd was en aan mijn gevoel daarbij. Ik was verdrietig (gekwetst), onzeker (doe ik hier wel goed aan?) en teleurgesteld (hè, waarom deed Jip nou net bij opa zo?). Met dat gevoel zwaaide ik naar opa tot de deuren van de lift het visuele contact verbraken. Beneden aangekomen probeerde ik opnieuw tot een afspraak met Jip te komen over ‘boos zijn’, maar ik had niet het gevoel dat wat ik zei werkelijk tot hem doordrong. We stapten op de fiets en gingen naar huis. “Wat is nu het meest prominente gevoel? En wat zegt dat gevoel mij dan?” vroeg ik me af. Ergens in de Oosterhoutse bossen kwam het antwoord: de teleurstelling is het ergst. Als ik alleen met de kinderen thuis was geweest, had ik er veel minder last van gehad. Daar ben ik van overtuigd. Het oordeel van mijn opa, daar til ik blijkbaar erg zwaar aan. Ik had graag gezien dat Jip zich anders had gedragen. Dat betekent dus dat ik wil dat hij anders is. Ik kan de situatie en op dat moment dus ook hem niet accepteren en wil de controle houden. Wat een verschrikkelijk inzicht! En ik weet op dit moment ook even niet, of ik er nou nog lang niet ben, of dat deze methode misschien toch niet zo heilig is. Thuis aangekomen zei Frans: “die twijfel hoort erbij, liefie, natuurlijk komen er ook zulke momenten. Daar moet je doorheen.” Zo lief! Maar ik weet het echt even niet hoor, ik ben heel benieuwd naar de conclusies die ik morgen – op de laatste testdag – ga trekken.