De lachende indiaan

290315.1 Smiling Young Pemon Girl

Pas las ik het verhaal van een Amerikaanse vrouw (Jean Liedloff), die samen met twee Italiaanse mannen een periode in een indianenstam was opgenomen. Op een zeker moment moesten ze een betrekkelijk grote reisafstand afleggen. Het meest voor de hand liggend was om zich met een kano over de rivier te verplaatsen. Ze waren met tien personen en hadden een uit een immense boom gehakte kano waar wel zeventien man ik kon. Op een gedeelte van de reis was de rivier onbegaanbaar voor de boot. De omstandigheden dwongen hen om een deel van de tocht met het enorme gevaarte over land af te leggen. Met zijn allen sjouwden ze de boot over de kale gladde rotsen waaruit de oevers van de rivier bestonden. Het was in het geheel niet gemakkelijk. Als de kano niet wegschoof dan gleed er wel iemand uit. De Amerikaanse besloot een foto te nemen van het tafereel en klom een stukje bij de groep vandaan voor een geschikt plaatje. Van een afstandje zag ze ineens de culturele verschillen: de Italianen die meesjouwden, vloekten om alles wat fout ging en maakte een hoop bombarie, de indianen lachten om de onhandigheid die gepaard ging met deze klus. Ze lachten omdat ze onderuit gingen, om de schrammen die ze opliepen, of wanneer ze zonder resultaat liepen te sjorren of te trekken. Wat een verschil in beleving! Ook innerlijk leverde dit veel op voor die indianen, ze waren veel meer ontspannen. Vanaf het moment dat ik dit las, dacht ik: “Ik ga ook eens wat meer lachen om wat er gebeurt en wat zal het mooi zijn als ik mijn kinderen ook wat meer kan laten lachen om de dingen die mis gaan of moeilijk zijn.” Een mooi voornemen, maar het is verre van gemakkelijk. De indiaan in mij heeft veel tijd en aandacht nodig om een volwaardige plek in te nemen. Om mezelf lachen lukt steeds beter, maar bekwaam ben ik nog bij lange niet. En waar ligt de grens tussen lachen om iets en weglachen van iets? Ook heb ik het gevoel dat ik mij moet verklaren als ik lach om iets waar anderen de lol niet van inzien. Om andere mensen lachen, kan ook niet echt in onze cultuur. Mensen hebben al snel het gevoel dat je ze uit lacht. Het is dus zoeken naar een vorm die past in onze cultuur. Jip had gisteren heel veel moeite met het aandoen van zijn sokken en laarzen. Een indiaan zou waarschijnlijk gaan lachen, maar Jip is sociaal-cultureel reeds zo aangepast, dat hij zich niet serieus genomen zou voelen. Jip kan ongedurig worden, als hem niet meteen lukt wat hij wil, daarna volgt boosheid en verzet. Het zou zo mooi zijn als ik er een beetje indianengevoel in kon brengen, zodat hij veel meer ontspannen een moeilijke klus aangaat. Hopelijk is het nog niet te laat. Voorlopig blijf ik zelf lachen op het moment dat ik knoei omdat een melkpak onhandig is opengeknipt, of wanneer ik met mijn armen vol spullen bij de voordeur sta en de sleutels uit mijn handen laat vallen. Baat het niet, dan schaadt het niet en goed voorbeeld, doet volgen.