Dagboekfragment, brief aan mijn zoon

180116

Breda, 4 november 2014

Lieve Jip,

Mama heeft net gemediteerd. Ze is teruggegaan naar vroeger. Het ging vanzelf, met de woorden ‘Ik ben boos’. Ze resoneerden in mij, maakten iets los van heel vroeger. Ik was klein, vier jaar, denk ik ongeveer. Ik voelde dat ik boos was. Ik uitte mijn boosheid. Misschien zei ik het zelfs wel. “Ik ben boos!” Tegen de grote mensen zei ik het. De grote mensen, ze keken naar me. Lachten ze me uit? Ik weet het niet precies, maar ik voelde me niet serieus genomen. Nee, ik werd niet serieus genomen, lieve Jip. Mijn boosheid deed er helemaal niet toe. Het was niets, hooguit iets om te lachen. Mijn boosheid deed er niet toe, ik deed er niet toe, zo voelde het. Jip, bij die ontdekking moest ik zo huilen. Ik heb wel dertig keer ‘Ik ben boos’ geroepen en elke keer voelde ik weer hoeveel pijn het deed om niet serieus genomen te worden. Lieve Jip, ik ben nog steeds bang om niet serieus genomen te worden. Daarom wordt mijn boosheid op sommige momenten groter en groter, opdat je me serieus neemt. Op die manier wil ik het dan afdwingen. Ineens zie ik het. Lieve Jip, ik weet nu dat dit speelt. Misschien is het alleen dit, misschien is er meer, maar hier ga ik allereerst aan werken. De angst om niet serieus genomen te worden, hoe kan ik daarvan verlost raken? Dat weet ik nog niet, maar dit inzicht heeft me al een hele stap in de goede richting gebracht. Als ik die angst niet meer heb, zal mijn woede waarschijnlijk afnemen. Het tweede is, dat ik bij dezen beloof, lieve Jip, dat ik mijn uiterste best ga doen om jou te zien, werkelijk te zien, als je boos bent.
Ik hou van jou, met alles wat je bent en wat er is.

Dag mooie zoon,

Liefs en liefde,

Je moeder