Kookstress en zoethouders

manderijn en appelWat ik op tafel zet, is meestal goed te eten tot zeer smakelijk. Als we de maaltijd beoordelen op het eindresultaat, haal ik een voldoende. Wordt echter ook het proces beoordeeld, dan val ik door de mand. Ik kook inmiddels vijftien jaar zo’n drie tot zeven keer in de week, maar ik krijg er maar geen structuur in: totale chaos als ik in de keuken sta. Het wordt een enorme bende en ik ben niet in staat om ondertussen een gesprek te voeren. Ik kan gewoon geen twee dingen tegelijk en dat wordt tijdens het koken pijnlijk duidelijk. Frans ontdekte al vroeg in onze relatie dat hij mij moet mijden, zodra ik een pan in mijn handen heb. Bij de kinderen krijg ik het nog niet tussen de oren. Tussen half zes en zes ben ik een draak van een moeder. Op een simpele vraag als “mama, mag ik een appel?” kan een primaire reactie volgen in de trant van: “je ziet toch dat ik aan het koken ben?” Meteen volgt het besef dat dat eigenlijk geen antwoord is, en terwijl ik de rijst afgiet, zeg ik dan: “trouwens, we gaan zo eten, dus je krijgt geen appel.” Daarop volgt dan meestal een dramatisch gekrijs, waarop ik zeg dat huilen echt niet helpt en dat hij niet zo in de weg moet staan, of zoiets dergelijks. Pffff……….als het me dan eindelijk lukt om het eten op tafel te krijgen, zit ik uitgeblust te bedenken hoe ik dat patroon toch moet doorbreken. Sinds kort biedt Bob de Bouwer uitkomst (ik noem hem overigens plagend Flop de Bouwer, en Jip blijft geduldig zeggen: “Nee mama, het is Bób de Bouwer.” :-)). Jip kan er uiterst geconcentreerd naar kijken. Maar dan heb ik nog een kleine dreumes die aandacht wil. Vandaag had ik het bedacht: ik zet Mirre in haar stoel bij mij in de keuken en stop haar mondjesmaat mandarijnpartjes toe. Deze had ik vooraf gepeld. Dat ging lekker zeg! Als ze begon te ‘piepen’, kreeg ze weer wat partjes. Ik kon het bijna tot het einde van het koken toe rekken. De maaltijd kon op tafel en ik was redelijk ontspannen gebleven. Toen ik de tafel ging dekken, hoorde ik de eindtune van B. de B.: perfect! Ik hoorde Jip uit de bank springen en naar de keuken komen rennen. “Mama, mag ik een appel?” “Nee, Jip, we gaan eten.” “Maar Mirre heeft wel een mandarijntje gehad!” En hij barstte alsnog in huilen uit. Ik was verbaasd. Dat hij dit had opgevangen! Jip kon dus wel twee dingen tegelijk, dat heeft hij niet van mij. Ik voelde hoe in één moment alle energie uit me wegtrok, tegelijkertijd sprak ik mijzelf moed in: “Je bent er bijna. Volgende keer mandarijnen pellen én een appel schillen.”