Ik kan de wereld niet veranderen, mijn wereld wel


Regelmatig worstel ik met de vraag hoe ik mij moet verhouden ten opzichte van de ontwikkelingen in de wereld. Terreuraanslagen, geweldsdelicten, oorlog, vluchtelingenstromen, discriminatie, polarisatie tussen mensen van westerse en niet-westerse afkomst, en het teruglopen van het onderlinge vertrouwen, zijn maatschappelijke issues die me bezighouden. Wij hebben geen televisie in huis. Hierdoor komt de informatie wellicht wat minder hard binnen in onze huiskamer, dan in andere huiskamers het geval is. Desondanks raakt de berichtgeving over wat mensen elkaar aandoen mij diep. In wat voor wereld heb ik mijn kinderen neergezet en wat vertel ik hen over die wereld? Mijn kinderen zijn jong. Ik heb een zoon van vijf en een dochter van drie jaar oud. Mijn zoon Jip stelt inmiddels vragen, die mij dwingen om hem te vertellen hoe mensen soms met elkaar omgaan. Jip is een denker, en ik vraag me echt af wat er allemaal in zijn bolletje gebeurt. Wat ik nu probeer is de kinderen zoveel mogelijk vanuit de waarden vertrouwen, gelijkwaardigheid en compassie op te voeden, zonder daarbij de realiteit uit het oog te verliezen. Onze kinderen hebben heel veel contact met volwassenen en kinderen uit alle windstreken. Zij ervaren dus dat de genoemde waarden onder alle mensen terug te vinden zijn. Ik hoop op die manier dat wat je aandacht geeft groeit. Ik hoop dat ze vanuit deze waarden kunnen leven en vanuit deze waarden verbinding aangaan met de mensen om hen heen. Dit is wat de wereld nodig heeft, wat hun wereld nodig heeft en wat ieder individueel mens nodig heeft. Dus hoewel ik nooit weet waaraan ik of onze kinderen worden blootgesteld in onze levens, ga ik toch voor de slogan: “Ik kan de wereld niet veranderen, maar mijn eigen wereld wel.” Er is zoveel moois te ontdekken in de wereld en er zijn zoveel goede, lieve, fijne mensen op aard. Het inmiddels beruchte poppenexperiment*, waarin kinderen verschillende keuzevragen kregen voorgelegd over blanke en donkergekleurde poppen, probeerde ik deze week uit op mijn dochter. Rete-spannend vond ik het, want schijnbaar geven blanke ouders onbewust superioriteitsgevoelens door aan hun kinderen. Ik denk dat ik mijn kinderen ‘kleurenblind’ opvoed, maar is dat wel zo? Haar uitkomst zou mij vooral veel over mezelf vertellen. Mijn dochter zat met haar donkere pop en haar lichte pop op de bank. Ik stelde haar de vraag welke pop ze het liefste vond. Mijn dochter antwoordde dat ze beide poppen even lief vond. Op de tweede vraag: met welke pop ze het liefst speelde, zei ze dat ze met allebei wilde spelen. En op de derde vraag, welke pop de slimste was, antwoordde ze met: “Weet ik niet”. Ik was bijzonder tevreden met haar antwoorden. Voorzichtig heb ik de conclusie getrokken dat wij inderdaad in staat zijn om voor onze kinderen naast de grote wereld een eigen wereld te creëren. De volgende stap is om ze vanuit die eigen wereld verbinding te laten maken met de grote wereld.

* Dit is een wetenschappelijk experiment uit de jaren veertig. Hierbij werd door middel van een blanke en een donkere pop de houding van kinderen ten opzichte van rassen bepaald. Vooral de filmpjes waarbij kinderen met een donkere huidskleur zich negatief uitdrukten over de pop met hun eigen huidskleur zijn aangrijpend https://www.youtube.com/watch?v=tkpUyB2xgTM.

 

“Mama, ik was niet boos!”


“Boosheid is een thema in mijn leven” en “Ik weet zelf nog maar amper hoe ik met boosheid om moet gaan, laat staan dat ik het me kinderen kan leren,” zijn overtuigingen die ik nog steeds weleens hardop uitspreek. Met de boosheid gaat het beter dan ooit, eerlijk waar. Ik heb er hard aan gewerkt en eigenlijk word ik nog zelden boos. Ik geef gewoon veel eerder mijn grens aan. Daarnaast is Frans onlangs gestopt met werken (in verband met onze emigratie naar Frankrijk), dus ons leven is daardoor een stuk rustiger geworden. In de week van de menstruatie kan de woede me nog weleens overvallen, maar buiten die week ben ik tevreden over mijn huidige staat van zijn. Drie hoeraatjes voor mezelf! Maar dan de kinderen. Ik heb een dochter die de meest liefdevolle en warme persoon op de wereld kan zijn, maar plots kan omslaan in een hels monstertje. Waar komt dit vandaan? En waar gaat dit heen? En wat ik misschien nog moeilijker vond om te constateren, was dat mijn zoon een taboe heeft op boosheid. Onlangs complimenteerde ik hem, omdat hij voor zichzelf was opgekomen bij een vriendje. “De juf vertelde dat je goed boos was geworden,” zei ik met een glimlach op m’n gezicht. Jip ontkende stellig: “Ik was echt niet boos hoor, mama!” Ik probeerde hem uit te leggen dat het juist goed is, als je boos wordt als iemand iets doet wat jij niet leuk vindt. “Daar is boosheid voor bedoeld,” legde ik hem uit. Jip kon dit niet geloven en bleef herhalen dat hij niet boos was geworden op zijn vriendje Bart. Het zou natuurlijk een definitiekwestie kunnen zijn, maar sindsdien probeer ik wat meer nadruk te leggen op de functie van boosheid. Tegelijkertijd roep ik hard: “Stop!” als hij zijn zusje aanvliegt. Om vervolgens te vertellen dat boosheid mag, maar dat we dat anders uiten. “We stampen bijvoorbeeld heel hard met onze voeten op de grond of slaan met onze vuisten in de bank.” Ja, ja, de moeder van Jip kan lekker kletsen. Het eerste signaal is dat wat hij doet niet mag en vervolgens krijgt hij er een vage boodschap achteraan. In de vijf jaar die Jips leven telt, heeft hij zijn moeder nog nooit zien stampvoeten als ze boos is, ook slaan in een kussen heeft zijn moeder nog nooit gedaan. Nee, ze schreeuwt of sist tussen haar tanden door en in het ergste geval grijpt ze hem hardhandig bij de arm. Als zijn moeder niet meer boos is, komt ze hem steevast vertellen dat ze niet zo boos had moeten worden. Tja, hoe in vredesnaam kan een kleuter uit bovenstaande opmaken dat boosheid een geoorloofde emotie is ?…

Hoe doorbreek je de cirkel van woede?

151115

Als je een moeder bent die uit het niets kan ontploffen, dan is het lastig om jezelf daarin te omarmen. Veel vrouwen die in razernij uit kunnen barsten, hebben in hun jeugd met soortgelijke agressie te maken gehad. Juist daardoor gun je je eigen kinderen andere ouders. Dat je net zo boos kan worden als je vader of moeder vroeger, vind je wellicht afkeurenswaardig. Doordat je dit gedrag in jezelf afwijst, kom je in een worsteling terecht: het mag er niet zijn, je onderdrukt het, met als resultaat dat je juist ontploft als het er uiteindelijk wel uitkomt. Het is een vicieuze cirkel en omdat veel moeders zich schamen voor dit gedrag, wordt de situatie alleen maar erger. Moeders denken dat ze er alleen in zijn: “Ik denk dat er geen één moeder is, die zo boos kan worden als ik,” heb ik een aantal keer gehoord. Ze kunnen zich niet voorstellen dat andere moeders net zo hels kunnen zijn als zij. Dat heb ik ook lang gedacht, maar neem maar van mij aan: die moeders zijn er wel en veel! Inmiddels heb ik door de blogs die ik schrijf, meer moeders gesproken die worstelen met hun woede. De meeste van hen willen maar al te graag afscheid nemen van deze oncontroleerbare emotie. Uit de cirkel van woede komen, is erg moeilijk. Doordat ik zelf jarenlang geworsteld heb, weet ik dat de ‘tips and tricks’ die in boeken of op internet worden gegeven, weinig effect hebben. “Jezelf accepteren en je boosheid omarmen,” is vaak de kernboodschap, maar juist dat is zo moeilijk, want je wíl niet boos zijn. Het slechte nieuws van deze blog is dat bovenstaande waar is. De openheid over mijn eigen woede heeft gemaakt dat veel vrouwen ook hun verhaal tegen mij vertelden en uiteindelijk heb ik ontdekt dat moeders op te delen zijn in twee groepen. Nu categoriseer ik niet graag, maar omdat ik vermoed dat deze categorisering helpend kan zijn, doe ik het toch. De eerste groep is de groep van moeders die zo woedend kunnen worden, dat ze van razernij niet meer weten waar ze het zoeken moeten. Ze kunnen schreeuwen tegen hun kinderen, gooien met deuren, laten voorwerpen – die daar niet voor bedoeld zijn – door het huis heen vliegen en worden fysiek naar hun kinderen. Ze hebben het gevoel dat ze soms om iets kleins kunnen ontploffen en zijn vaker dan gemiddeld ongecontroleerd boos. De tweede groep bestaat uit vrouwen die weleens boos zijn op hun kinderen en als ze gestrest zijn woedend kunnen worden. Ook zij kunnen schreeuwen, met dingen gooien of fysiek zijn naar hun kinderen toe, maar dat gebeurt niet vaak. Zowel de vrouwen in de eerste categorie als de vrouwen in de tweede categorie vinden het niet leuk dat ze boos zijn geworden. Bijna alle vrouwen gaan daarna in gesprek met hun kinderen en zeggen dat ze het zo niet bedoeld hadden. Het verschil zit hem in het feit dat de vrouwen die razend kunnen worden, veel meer schuldgevoel en berouw hebben en enorm oordelend zijn over zichzelf. Waar de dames in de tweede groep het gebeuren en bijbehorende emoties meteen weer loslaten, nadat ze spijt hebben betoond aan hun kinderen. De vrouwen in de tweede groep zijn in staat om mild te zijn naar zichzelf. Gevolg: woedeaanval blijft voor wat hij is, wordt niet groter en krijgt geen grip op deze groep vrouwen. Wat mij betreft is ‘jezelf accepteren’ dus ook echt de kern. Alleen hoe doe je dat? Ik ben zelf maanden geleden rigoureus uit de cirkel van woede gestapt. Of dat de enige manier is, weet ik niet, maar waarom zou je die nare gedachten over jezelf toe staan? Wie is er de baas over je gedachten? Jij toch zeker? Dus voor alle moeders in de eerste groep: als je weer een keer woedend bent, laat dat dan voor wat het was. Ga weer in verbinding met je kinderen, maar ga vooral ook in liefdevolle verbinding met jezelf. Schenk de oordelende stem in jezelf geen aandacht en zet er een zachte, milde gedachte voor in de plaats. Moet je kijken hoe ongelooflijk je je best aan het doen bent. En dat het dan soms even anders gaat dan je had gewild, nou en? Het gaat erom dat je het probeert, dat is ook wat je waarschijnlijk tegen je kinderen zegt. Zie in jezelf de liefdevolle moeder die je bent en omarm haar met alles wat ze is.