Consequent zijn, hoe moeilijk is dat!?

080815“Ah nee, nou loopt ze weer met mijn telefoon naar buiten!” Mirre weet dondersgoed dat dat niet mag. Waarschijnlijk probeert ze een reactie te ontlokken. Ik sta in de keuken , met mijn handen in het gehakt, en zie het helemaal niet zitten om nu mijn dochter achterna te lopen om haar op de regels te wijzen. Ik besluit om te doen alsof ik het niet gezien heb. Een bewezen kortetermijnstrategie , geen strijd, maar Mirre komt er wel mee weg. Mirre is ongelooflijk eigenwijs en ik geef eerlijk toe dat ik vaak gewoon geen zin heb in een strijd met haar. Zo zie ik ook weleens niet dat ze het brood op de grond heeft gegooid in plaats van opgegeten, dat ze stiekem snoepjes uit de la pakt of dat ze haar luier weer heeft uitgetrokken. Ik vraag me af of zij het idee heeft dat ik werkelijk niet doorheb wat er gebeurt, of dat zij weet dat ik gewoon niet consequent ben. Mirre is bijna twee en altijd de grenzen aan het verkennen. Een grens is voor haar geen vaststaand begrip, zoals dat voor Jip wel het geval is. Wat was er nu eerst, de kip of het ei? Is Mirre zo eigenwijs en grensopzoekend doordat ik, of eigenlijk moet ik zeggen wij, want Frans heeft bij Mirre precies dezelfde reactie, inconsequent zijn of zijn wij inconsequenter doordat zij zo eigenwijs en grensopzoekend is? Feit is wel dat het elkaar versterkt. Ik hoop vurig dat wij of zij er op de lange termijn niet te veel hinder van krijgen. Consequent zijn vind ik erg lastig. Ik heb er soms geen zin in en af en toe vergeet ik gewoon dat we bijvoorbeeld hadden afgesproken dat de kinderen niet op de bank mogen als we koffie drinken of dat we geen melk meer zouden drinken bij het eten. Het gebeurt ook weleens dat ik te snel ‘nee’ zeg op een verzoek van de kinderen en dan vraag ik me daarna af waarom het eigenlijk niet mag. Dat zeg ik dan hardop en ik geef (ook hier vooral Mirre) alsnog wat ze wil. Ik weet dat kinderen regels en duidelijkheid nodig hebben om zich veilig te voelen. Ik hoop dat het genoeg voor Jip en Mirre is dat ze de door ons gestelde regels kennen, en dat ze het als een gelukje gaan zien als ze daaraan een keer kunnen ontsnappen. Ik ga niet lezen wat er allemaal voor vreselijks kan gebeuren als kinderen geen heldere grenzen hebben, ik zou me er alleen maar ellendig door gaan voelen: want beter dan dit gaat het niet worden.

Bij ons zijn je kinderen veel liever!

180415

“We hebben een fantastische dag gehad!” zegt mijn stiefvader. Mirre (1,5) en Jip (3,5) hebben een hele dag bij opa en oma doorgebracht en ik ben een dagje naar de sauna geweest. Natuurlijk passen opa en oma weleens op, maar het is de eerste keer dat ze echt een hele dag bij opa en oma waren. “Ze waren echt zo lief, ook voor elkaar,” vulde opa aan. Ik was hartstikke blij. Het is fijn als de mensen die op je kinderen passen zelf ook genoten hebben en de kinderen hebben het waarschijnlijk dus naar hun zin gehad. “De kinderen zijn gewoon veel liever als jullie er niet bij zijn,” gaat mijn stiefpa verder. Deze zin raakt me enorm. Ik voel het meteen als een aanval en heb moeite om hem uit te laten praten: “Het zijn de drie r’en, rust, reinheid en regelmaat, die handhaven wij veel beter.” Mijn hoofd draait op volle toeren, ik wil me gaan verdedigen, maar weet dat als ik nu mijn mond open doe, de toon agressief zal zijn. Ik knik en houd me in. Mijn stiefvader vervolgt: “Onze buurman zei het ook hoor, zijn kleinkinderen zijn ook liever zonder de ouders erbij, ze weten gewoon niet meer van de drie r’en.” Van binnen begin ik te kolken, het wordt echt tijd voor een reactie. Ik heb heel vaak lieve kinderen, het klopt dat ik niet zo goed ben in vooral de laatste ‘r’ van de drie-eenheid – regelmaat zou hen vast helpen om zich fijner te voelen – maar volgens mij is het iets anders waar de kinderen ‘braver’ door zijn. Ik heb zin om te roepen dat het nergens op slaat en dat het volgens mij vooral met veiligheid te maken heeft en dat ik niet eens zou willen dat mijn kinderen altijd aangepast gedrag zouden vertonen. Gadverdamme! Maar het enige wat ik er, met een ietwat verwrongen stem, uitbreng is: “Zou het ook veiligheid kunnen zijn?” “Nou, ik denk vooral de regels en de regelmaat hoor! Wij deden het vroeger allemaal anders, we volgden de drie r’en. De kinderen wisten beter waar ze aan toe waren.” Mijn moeder zegt nog dat ze wel veel te laat in bed lagen, maar dat kwam volgens mijn stiefvader omdat ze nog niet moe waren. Ik voel dat een discussie aangaan niet zinvol is. Mijn kolkende hoofd heeft inmiddels mijn hart op hol gebracht. Mijn lijf begint zelf te schreeuwen om rust en regelmaat. “Misschien heb je een punt,” murmel ik en ik concentreer me op mijn buikademhaling om weer rust in mijn hoofd en regelmaat in mijn hartslag te krijgen. “Het belangrijkste is dat zowel mijn ouders als mijn kinderen een prachtdag hebben gehad samen,” zeg ik tegen mijzelf. “Fijn, dat het zo leuk is geweest vandaag!” zeg ik, “Hartstikke bedankt.” De dag daarop waren Mirre en Jip net wat rebelser dan anders: ze hadden vast wat in te halen ;-).

Paashazen vang je niet in het donker

060415

Het is 21:41 uur, paaszaterdag, waar vind je dan nog een chocolade paashaas om de dag erop de ontbijttafel mee te versieren? Het overkwam Frans en mij twee dagen geleden. Omdat ik de hele dag weg was, had hij boodschappen gedaan. Een beetje afstemming was handig geweest, want tijdens het avondeten ontdekte ik, dat hij niets bijzonders voor het ontbijt in huis had gehaald, behalve een paasbrood. Ik zei dat ik het toch wel leuk vond om op beide kinderborden een chocolade paashaas  te zetten bij het ontbijt. “Nou, dan fiets je zo toch nog even naar de Albert Heijn?” Ja, dat zou ik doen! Ik had er ook wel zin in. Nadat ik Mirre in bed had gelegd, kwam ik daar vijftien minuten voor sluitingstijd aan. “Wie weet zat er al een 35% kortingsticker op!” dacht ik bij mezelf, “als ze die dan maar wel aan de onderkant hebben geplakt, want zo’n sticker is echt storend op een mooi gedekte tafel.” Niets was minder waar. Geen stickers, maar erger nog: alles uitverkocht! Er was nog één heel zielige, kapotte paashaas en wat sneue schepeitjes en verder was werkelijk alles, buiten de koekjes en de schuimpjes, weg! Teleurgesteld rekende ik na lang tobben een paar marsepeinen kuikentjes af en keerde huiswaarts. “Ach, we verstoppen toch al eieren en er is een paasbrood?” relativeert Frans mijn gevoel. “Dat is zo en ze weten ook niet beter,” zeg ik tegen mezelf. Ik probeer het los te laten, en dat gaat best aardig, als Frans na half tien zegt: “Zouden ze paashazen hebben bij een tankstation?” Dat ik daar zelf niet opgekomen ben! Terwijl ik al in de ‘bijna-naar-bed-stand’ stond, ben ik ineens weer klaarwakker. Eerst proberen we vanuit onze behaaglijke driezitter het tankstation bij ons om de hoek te bellen met onze paashaasvraag. Geen verbinding. Even later zitten we samen in de auto: we moeten en we zullen paashazen bij het ontbijt hebben! De kinderen zouden hun ouders zo eens moeten zien. Als ze zouden begrijpen wat er gaande is, zou Jip denk ik zeggen dat het echt niet hoeft en dat het zo ook goed is en Mirre zou lachen. De twee pompen in de buurt zijn dicht. Op naar het grote supermarktachtige tankstation vier kilometer verderop: helaas, ook al gesloten. Dan maar de snelweg op, we bezoeken drie troosteloze felverlichte tankstations en lijken een wereld te zijn binnengestapt waar geen ruimte is voor een vrolijk Pasen. Onverrichter zake keren we terug naar huis. Omdat we zo overtuigd waren dat het ons zou lukken, is de teleurstelling misschien nog wel groter dan de eerste keer. Om op de eerste vraag terug te komen: op paaszaterdag vind je na tienen dus nergens meer een chocolade paashaas. Frans heeft twee Kindersurpise eieren gekocht bij de laatste benzinepomp. Hopelijk zijn de kinderen die stomme eieren volgend jaar weer vergeten, want dan krijgen ze een echte chocolade paashaas. En die hazen heb ik dan dagen, zo niet weken vooraf al in huis gehaald.