“Ik tel tot drie!” maar dan anders


Veel ouders herkennen het waarschijnlijk: wanneer je iets van je kind gedaan wilt krijgen, begin je met tellen. Het is een dreiging, want als je kind binnen de tijd niet gehoorzaamt, dan zwaait er wat! Tegelijk lijkt het ook niet zo heel erg. Veel kinderen moeten erom lachen en het ‘gehoorzamen’ of het zoeken van de grens daarin, wordt ineens een soort spelletje. Tot op heden heb ik nog niet ‘geteld’, maar vandaag deed ik wel iets soortgelijks. Jip was in de ochtend niet in bad geweest, omdat hij leukere dingen te doen had. Dus ’s avonds moest hij eraan geloven. In eerste instantie wilde hij natuurlijk niet, maar toen hij er eenmaal inzat, was hij er niet meer weg te slaan (niet letterlijk natuurlijk). Hij was helemaal proper: tijd voor afdrogen en het bedritueel. Jip echter had zijn volledige concentratie bij de landing die het groene badeendje moest maken, terwijl hij op de rug van speelgoedvliegtuig Dusty (figuurtje uit de Disneyfilm Planes) zat. Toen ik zei dat het tijd was om uit bad te komen, deed Jip alsof hij me niet hoorde. Op de tweede keer reageerde hij ook niet. “Jip,” zei ik, “mijn gezicht staat echt heel vrolijk, kijk maar.” Mijn zoon keek op en aanschouwde mijn gezicht, terwijl ik mijn grootste smile opzette. “Nu staat mijn gezicht heel vrolijk maar het gaat langzaam steeds bozer worden, tot je uit bad komt.” Jip leek meteen te begrijpen waar ik op doelde. Hij wilde zijn spel afmaken. Gehaast deed hij nog een paar pogingen om het nog even leuk te hebben in het warme water, maar ondertussen lag zijn focus bij mij. Langzaam veranderde mijn gezicht van vrolijk naar neutraal, wat nog niet eens zo eenvoudig bleek om geleidelijk te doen. Voordat mijn gezicht echt om kon slaan, stond Jip snel op. Hij gleed uit. “Ik gleed echt uit hoor, mama!” “Dat weet ik, lieverd, pak mijn hand maar.” Jip pakte mijn hand en stapte uit bad. Dat ging lekker. Deze ga ik vaker proberen ;-).

Opruimen! Yes, het werkt!

010616

Wat doe je voordat de schoonmaker komt? Juist, zelf nog even een rondje door het huis maken om de ergste zooi alvast weg te halen. Deze week waren de kinderen thuis. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat zij met de snelheid waarin ik aan het opruimen ben, de boel weer overhoop halen. Zonder er al te veel van te verwachten, zeg ik Jip en Mirre dat ze even geen extra rommel mogen maken. Omdat dat lastig is voor die twee van mij, had ik bedacht dat ik zou proberen om ze mee te laten helpen opruimen. Eigen kleding in de kast leggen, doet het bijvoorbeeld altijd wel goed. Mooi niet. Mirre zei gewoon ‘nee’ en Jip voegde daaraan toe: “Mag je lekker zelf doen.” Verbaasd was ik niet, maar toch verlangde ik naar een beetje medewerking. Wat te doen met die twee apen van mij? Ooit kreeg ik een tip bij de cursus van How2Talk2Kids die ik volgde. Toen waren mijn kinderen er nog te klein voor, “maar misschien werkt het inmiddels wel,” bedacht ik mij. Ik liep naar de keuken en maakte zes briefjes met daarop de cijfers 1 t/m 6. “Jip kom je even?” vroeg ik. Hij kwam gelukkig meteen aangerend. Ik legde hem uit dat ik briefjes had gemaakt en dat je er telkens eentje kon trekken en dan moest je net zoveel spullen opruimen als het getal dat er op stond. Daarna pakte ik een briefje: “Ik heb vier!” riep ik, “dus vier dingen opruimen!” Ik lachte en holde weg. Jip kwam snel achter me aan. “Ik had drie. Ik had drie, mama!” en hij ging aan de slag. Hij vond het een leuk spel, was enorm gedreven en ik genoot ervan. Waanzinnig. Soms is het effect van zoiets eenvoudigs heel groot.

Waarom straffen

De volgende keer mag je niet meer mee

270516

Jip mocht pas geleden op stap met een hele lieve vrijgezelle vriend van mij en zijn zoon. Ik mocht niet mee, want het zou een ‘mannen-dag’. Hartstikke leuk. Jip kon met dat vriendje de hele dag samen rennen en dollen en naar dieren in de dierentuin kijken. Ik heb zo’n kind dat echt wel weet hoe hij zich hoort te gedragen, en op bezoek bij een ander doet hij dat ook: hij maakt geen ruzie, bij het spelen gebeurt alles in goed overleg en hij doet wat er gevraagd wordt. De hele dag was een groot feest geweest. Voordat hij naar huis werd gebracht, kregen hij en z’n vriendje een puntzak met frietjes. Ik denk dat Jip moe was. Hij wist dat er daarna nog een ijsje zou komen en had ineens niet meer zo’n zin in de friet. Toen heeft mijn vriend kennelijk gezegd dat hij de volgende keer niet meer mee mocht als hij nu z’n frietjes niet op zou eten. Huilend vertelde hij mij dit, ’s avonds na een flinke driftbui, waarbij hij op mij insloeg en trapte. Hij begreep het niet, zo leek het. “Dat zeggen jij en papa nooit,” zei hij. Ik was blij dat hij bemerkte dat het anders was, maar vroeg me wel af waarom hij dit nu zo benoemde. Ik heb gezegd dat ik het vermoeden had dat de vriend dat per ongeluk had gezegd en het vast niet zo bedoelde. Als moeder weet ik natuurlijk precies hoe dat gaat. En (omdat ik ook even niet wist wat te doen) zei ik op dat moment dat we het de volgende keer aan hem zouden vragen. Dat moet ik nu natuurlijk ook doen, maar hoe? Indirect spreek ik dan iemand aan op de manier waarop hij opvoedt; dat wil ik niet. Het is daarnaast ook iets dat Jip misschien moet leren, want veel mensen reageren zo. Tenslotte hadden ze verder een fantastische dag en graag laat ik de focus daar. Feit is dat ik de belofte aan mijn zoon na moet komen, weet alleen nog niet zo goed hoe. :-/

Waarom straffen