Je bent niet altijd de baas over je eigen opvoeding

120815
Twee koekjes had ik meegenomen van de lunchafspraak in de stad: eentje voor Jip en eentje voor Mirre. Toen ik  thuiskwam lag Mirre te slapen en speelde Jip in de tuin. Ik plofte in een tuinstoel. Jip mocht een koekje uitkiezen. Hij voelde door de verpakking heen en maakte zorgvuldig een keuze. Toen hij het betreffende koekje openmaakte, bleek dat te zijn gebroken. Ik zag het net iets eerder dan Jip en hield mijn hart vast.“Ik wil de andere!” schreeuwde Jip toen hij zag dat het koekje niet heel meer was. Hij was op voorhand al gefrustreerd, want hij wist vermoedelijk al wel dat ik hierin niet toe zou geven. Dat deed ik ook niet, mijn stelling was: “Eens gekozen, blijft gekozen. Het andere koekje is voor Mirre.” Jip krijste en stampvoette, ik zei dat ik het heel jammer voor hem vond dat hij niet blij was met zijn keuze en had het idee dat ik niet meer voor hem kon doen. Achter me kwam Lisanne (stiefdochter, 18 jaar) aangelopen. “Jip, kom eens,” zei ze en ze stak uitnodigend haar hand uit naar haar broertje. Jip was meteen rustig en pakte de hand van zijn zus. Samen liepen ze naar binnen. Vijf minuten later kwam Jip weer enthousiast naar buiten gerend. “Mama, mama, kijk!! Lisanne en ik hebben een cadeautje gemaakt voor Mirre!” Jip gaf mij het opengemaakte koekje, de verpakking was weer keurig dichtgemaakt met plakband. Ook waren er drie fleurige glitterstickers opgeplakt. Ik bekeek het pakje en glimlachte. “Mag ik nu het andere koekje, mama?” Voor mijn gevoel was bij mijn principes blijven echt geen optie meer. Goed, een paar keer diep zuchten dan maar: “Jouw zus heeft je mooi gered,” zei ik lachend, “denk eraan dat ze er niet altijd is hoor, als je verkeerd kiest.” Jip bleef me vragend aankijken. Ik gaf hem toestemming om het andere koekje te pakken. Tja, je bent niet altijd de baas over je eigen opvoeding.

Leuk zo’n vader, maar ook een beetje lastig

060615

Twee weken geleden was ik met Jip in de supermarkt, toen hij chocoladevlokken koos, waar geen funnies in zaten. Ik besloot hem daarop te wijzen. Het was niet dat hij zich daar niets van aantrok, nee, hij ging met mij in discussie. Hij wist zeker dat ze er wel in zaten. “Wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten,” dacht ik bij mezelf en het pak chocoladevlokken verdween in het winkelmandje. Thuis ging Jip nog eens met zijn vader in gesprek over de vlokken. Zijn vader heeft werkelijk elke letter van het pak voorgelezen en ook de conclusie getrokken dat er geen chocofunnies inzaten. Jip geloofde het niet. Toen hij in het pak keek en geen funny kon ontdekken, bedacht hij dat ze dan vast onderin zaten. Ik liet hem maar begaan, hij zou vanzelf merken dat er toch niets in zat en dan zien we wel verder. Frans had andere plannen. Na de lunch zegt hij tegen mij: “Zullen we er zelf chocofunnies indoen?” Ik vraag hem ‘hoezo?’. “Nou, dat is toch leuk? Dat ze er dan ineens toch inzitten?” “Misschien wel leuk, maar is het wel verstandig? Dan heeft hij ineens toch gelijk en leert hij dat hij ons niet moet geloven.” “Ach joh, dat zal toch niet zo’n vaart lopen?” Ik haal mijn schouders op. Frans zegt nog iets over Sinterklaas en de paashaas en dan krijgt het onderwerp geen aandacht meer. Vanmorgen doe ik weer vlokken op Jip zijn brood. Net als hij weer begint over  de funnies, zien zowel hij als ik dat er smarties meekomen op de boterham. Jip zijn gezicht gaat in no time van neutraal naar uitgelaten. Hij danst bijna op zijn stoel van  blijdschap: “Mama, mama! Er zitten toch chocofunnies in! Kijk! Kijk! Papa en jij hadden geen gelijk! Hahaaaaaaa.” Het is een heel leuk moment en ik kan er ook van genieten, maar ergens roept een klein stemmetje: “Dit is niet verantwoord.” Ik had echt niet verwacht dat Frans na ons gesprek (zonder slotsom nota bene!) gewoon de daad bij het woord zou voegen. Het er nog een keer met Frans erover hebben, lijkt me weinig zinvol. Hij zou waarschijnlijk vinden dat ik het veel te groot maak. Zou ik dat dan ook doen? Hij heeft me wel voor een dilemma gezet: moet ik als Jip weer de vlokken kiest opnieuw die smarties er zelf indoen? En hoe lang ga ik daar dan mee door? Leuk zo’n vader……., maar ook een beetje lastig.

De houdbaarheidsdatum van inleven

niet willen horen

Op het moment dat er iets gebeurt dat Jip niet wil, verplaats ik me zoveel mogelijk in de situatie van Jip. Dat werkt uitstekend: ook al krijgt hij niet wat hij wil, hij voelt zich begrepen en dat is afdoende. Ik vroeg me wel af of hier een houdbaarheidsdatum op zat. Stel dat Jip allemaal overheerlijke snoepjes ziet in de winkel en ik leef me voor de vijftigste keer in, dan weet hij op een gegeven moment toch wel dat hij het uiteindelijk niet zal krijgen en gaat hij wellicht alsnog vol in de weerstand. Zolang het goed ging heb ik me telkens verwonderd, maar gisteren ging het plotseling niet zoals alle andere keren. We waren in de Aldi en Jip vond werkelijk alle snoep lekker. Ik ging erin mee, maar na de tiende kleurige zak had ik het wel gehad. Ik zei: “Goed onthouden, welke je de allerlekkerste vindt. Als de dropjes thuis op zijn, mag je iets nieuws kiezen.” Ik had de zin nog niet uitgesproken of het drama was compleet. Het is alsof hij dacht dat hij met gillen iets kon bereiken. Dat vind ik merkwaardig. Het heeft immers nog nooit iets opgeleverd, behalve dan de volle aandacht van mij, maar die heeft hij toch al als we samen boodschappen doen. Ik zeg dat ik hem hoor, dat ik echt goed begrijp dat hij deze snoepjes heel graag wil hebben, en dan herhaal ik wat we hebben afgesproken. Wanneer ik de regel noem, begint het gekrijs opnieuw. Wat snap ik de moeders goed die nu toegegeven. Ik heb helemaal geen zin in deze malaise en zou het liefst voor de simpelste oplossing gaan: “Okeeeeeeee, doe maar in het wagentje.” Iedereen blij. Natuurlijk doe ik dat niet, ik zeg dat ik verwacht dat hij stopt met gillen en vraag of hij bij me komt voor een knuffel. Ik knuffel hem en zachtjes herhaal ik nogmaals hoe we het gaan doen en ik eindig met: leg jij zelf de zak terug of zal ik het doen. “Samen,” zegt hij en hij pakt mijn hand. Pfffff…….wat kostte dit een moeite. Ik vraag me af of ik tegen de houdbaarheidsdatum van het inleven aan zit, of dat ik misschien niet oprecht genoeg was in het verplaatsen in hem. Stiekem kijk ik een beetje op tegen de volgende keer samen boodschappen doen. We zullen zien.

Waarom straffen