De grootste Sintnachtmerrie

011215
Als ik Jip ’s ochtends vroeg uit bed haal, vraag ik hem of hij eerst wil eten of eerst aan wil kleden. “Ik wil eerst in mijn schoentje kijken,” antwoordt Jip. Er gaat een schok door me heen. Oh nee! Volgens mij is er helemaal geen aandacht gegeven aan die schoentjes. Frans heeft deze mooie taak volledig op zich genomen en gisterenavond lag hij extreem vroeg in bed. Vanmorgen stonden we samen om 6:15 uur op en is hij linea recta naar zijn werk gegaan. Ik heb hem niet met de schoentjes bezig gezien. “Oh ja, natuurlijk, eerst kijken of Sint iets in de schoen heeft gedaan,” probeer ik zo neutraal mogelijk te zeggen. We lopen de kamer in. Ik werp een blik op de schoenen en zie het in één oogopslag. K punt U punt T punt, denk ik bij mezelf. De selderijstengel van Jip (dat vindt het paard gelukkig ook heel lekker) en het appeltje van Mirre met hapjes eruit, prijken nog mooi in en op de schoenen. Jip kijkt me aan met een wanhopige blik. “Ik weet het ook niet, zou hij het nou vergeten zijn?” zeg ik maar. Ondertussen draait mijn hoofd op volle toeren. De uitdrukking op het gezicht van mijn kleuter is nog nooit in zijn leven zo desperaat geweest, ik moet iets doen. “Mama, ik denk dat we nog even moeten slapen,” zegt zoonlief dan met bibberende stem. “Wacht even hier,” zeg ik, “ik ga even naar boven.” Vlug loop ik de gang in. Snel duik ik in de kelderkast. Waar bewaart Frans dat snoepgoed? Op de plek waar hij het vorig jaar bewaarde vind ik nog wat pepernoten in een zakje en chocolademunten. Met mijn vondst ren ik naar boven. Lisanne (dochter Frans, 18) is zich aan het voorbereiden om naar haar werk te gaan. Ik klop op haar kamerdeur en zonder af te wachten of ze ‘ja’ zegt, storm ik naar binnen. Nood breekt wet. Haastig, want ik hoor Jip al aankomen, vertel ik haar wat er gebeurd is en ik vraag of zij even naar beneden kan komen met ‘t snoep en zeggen dat piet zich heeft vergist. “Ik vertelde het even tegen Lisanne,” zeg ik als ik Jip tegenkom wanneer ik naar beneden loop. We lopen weer naar de schoenen en kijken nog een keer of we ons echt niet hebben vergist. “Zouden we toch terug naar bed gaan?” probeert Jip nog eens. Dan komt Lisanne opgewonden binnen. “Hebben jullie iets in je schoen?” Vraagt ze. Jip schudt zijn hoofd. “Ik denk dat Sint iets verkeerd heeft gedaan!” zegt ze en ze schudt haar laarzen leeg. Er komen pepernoten en chocolademunten uitgerold. Jip kijkt verrukt. Ik proef een pepernoot, gatsie wat muf, inderdaad van vorig jaar. Ook de chocolademunten blijken uitgeslagen. Ik voel me nog steeds een beetje lullig, maar de kinderen lijken nergens mee te zitten. Pffff….wat een avontuur.

Onzichtbaar snoep, een kinderhand is snel gevuld

161015

Stimuleren met een snoepje. Het past niet in de lijn van onvoorwaardelijk opvoeden, maar het werkt wel. Het was een methode die ik van huis uit niet kende en die Frans geïntroduceerd heeft bij onze kinderen. Wij hebben Jip er snel zindelijk mee gekregen en krijgen hem nu ook op die manier aan het drinken. Door het gemak waarmee onze kinderen leren, ben ik maar even van mijn eigen principes afgestapt. Beetje jammer was dat verschillende principes gisteren met elkaar in botsing kwamen: Mirre krijgt een snoepje omdat ze heeft geplast op de wc, maar we eten geen snoep voor het ontbijt. Alarmfase 1 start op het moment dat Mirres verzoek om een snoepje door Frans wordt geweigerd in de keuken. Niet gek natuurlijk, er is serieuze onrechtvaardigheid in het spel. Het klopt natuurlijk ook niet. Ik zit in de huiskamer op de bank en ben benieuwd hoe Frans dit op gaat lossen. Verbaasd denk ik waar te nemen dat hij alsnog snoepjes aan het uitdelen is. Veel snoepjes zelf! Dit kan niet, denk ik bij mezelf, wellicht is hij een spel aan het spelen. En ja hoor, even later rennen de twee kleine doerakken naar me toe. “Mama, mama, papa heeft een héle grote snoeptrommel! Kijk eens hoeveel er in mijn mond zit?” Ze staan voor me met hun monden wijd open. Ik zie helemaal niets, maar doe alsof  ik zwaar onder de indruk ben. De kinderen  maken daarna weer overdreven eetgeluiden en zijn helemaal blij. Even later heb ik het er met Frans over hoe makkelijk dat dit ging en hoe lang ze hier nog in mee zullen gaan. Het antwoord heb ik nog steeds niet, maar ik weet wel dat we een bijdrage hebben geleverd aan hun zelfoplossend vermogen. Daarstraks hadden we allemaal een chocolaatje bij de koffie. Mirre en Jip wilden er nog één en kregen dat natuurlijk niet. Nog voor Jip kon gaan stampvoeten, pakte Mirre een leeg papiertje van de salontafel en deed of ze er een chocolaatje uitpeuterde. Dat gaf ze enthousiast aan Jip. Daarna stopte ze zelf zo’n onzichtbaar chocolaatje in de mond. “Mmmmmmm, lekker!” riepen ze allebei en weer waren ze helemaal blij. Ja, en wij ook natuurlijk.
Waarom bewust belonenWaarom straffen

We gaan alleen nog maar snoep eten

280315.1

Boodschappen doen met Mirre en Jip wordt steeds lastiger. Mirre wil niet meer in de kar zitten en zodoende lopen de kinderen met zijn tweeën door de winkel te sjouwen. Ze hebben tegenwoordig ook vaak allebei een karretje en er ontstaat meestal wel een ruzietje wie wat in zijn kar mag. Het vraagt een hoop opvoedkundige en creatieve vaardigheden om dit in goede banen te leiden. Toen alle boodschappen in onze karren lagen, liepen we langs het snoep. Mirre vindt ineens dat ze nog helemaal niet klaar is. Prompt laat ze haar wagentje los en spurt naar het schap met de felgekleurde verpakkingen. Ze grijpt naar het eerste het beste. Jip besluit zijn zus na te doen, het voelt alsof hij het mij extra moeilijk wil maken. Ik onderdruk de neiging om te zeggen dat we geen snoep kopen vandaag en zet meteen de fantasieknop aan: “Oh! Dat is lekker, hè?” zeg ik. De kinderen knikken verrukt. “Ja, dit is echt heel lekker. Weet je wat lekker zou zijn, dat we al deze snoepjes konden kopen en dat we dan alleen nog maar boterhammen met snoep zouden eten!” De kinderen roepen blij: “Jaaaa!” en Mirre zegt: “Deze! deze!” Ik zeg: “Ja, die! En weet je wat? Helemaal geen boterhammen meer! Alleen nog maar snoep.” Jip springt een gat in de lucht, zo’n goed idee vindt hij het. “Wow, dat zou echt heerlijk zijn, hè? Mama, ziet het ook wel zitten hoor.” Er valt een stilte. En nu? Om in de opgewekte energie te blijven hangen. Omhels ik ze allebei tegelijk. “Fijn hè, om zo te fantaseren?!” zeg ik en geef ze allebei een zoen. “Kom, we gaan naar de kassa.” Het zakje dat Mirre in haar hand heeft, leg ik terug en gezamenlijk lopen we naar de kassa. Mijn kinderen vrolijk en ik ook wel een beetje verbaasd. Dat het toch telkens weer zo goed werkt en ook bij Mirre die zo eigenwijs is. Ja, het verwondert mij nog steeds.

Waarom straffen