Dat zeg je niet tegen je moeder!

190515Jip speelt op de vloer. Hij is met de duplo aan het spelen en bouwt iets dat het midden houdt tussen een toren en een dierentuin. Ik wil graag even wat recepten opzoeken op internet en daar heb ik mijn aandacht voor nodig. “Mama, kijk eens!” zegt Jip als hij een olifant op een soort springplank heeft neergezet. “Jip, ik wil nu even iets op de computer doen, wil je alsjeblieft even stil zijn, dan kan ik even door.” “Alleen even kijken,” zegt Jip. Ik antwoord dat ik het leuk bedacht vind om de olifant op een soort uitkijkplek neer te zetten. “Nee mama, dit is de takel van het huis,” “Uh…….nou ja, ook goed, maar ik wil nu echt even door en dat kan alleen maar als jij even je mond houdt.” Jip zucht een keer diep, maar het lijkt erop dat hij zich erbij neerlegt. Twee minuten later, zegt hij weer: “Mama kijk, waar ik de Cars auto heb gedaan!” Nu is het mijn beurt om te zuchten. “Jip, ik ga niet meer kijken tot ik klaar ben achter de computer. Daarna heb ik weer alle tijd voor je.” “Ach jongen, mafkees, je moet gewoon kijken joh!” Even blijf ik stomverbaasd voor me naar het beeldscherm staren. Mafkees? Dat zeg je toch niet tegen je moeder?! Daarna vind ik het eigenlijk wel grappig. Mafkees is een leuk woord en dat mijn zoon dat tegen mij gebruikt, ….het liefst zou ik er hardop om lachen. Ik houd me in en stel me voor wat ik ervan zou vinden als hij het bij mijn schoonouders zou zeggen. Dat is altijd een goed referentiekader. De conclusie is gauw getrokken: nee, het kan niet. Nu nog een passende reactie. “Jip, dat zeg je niet tegen je moeder: ‘mafkees’. En ik moet helemaal niets. Ik zal het wekkertje even pakken voor je.” Ik loop naar de keuken om het kookwekkertje van de Hema te pakken. Die werkt met een steeds kleiner wordend rood vlak. Zo is het ook voor  Jip makkelijk af te lezen hoe lang het nog duurt voordat hij weer iets mag zeggen. Heb ik het nou handig gedaan? Vast niet, want veel indruk heb ik, denk ik, niet gemaakt en het zal niet lang duren voordat ik het bijzinnetje ‘ik moet helemaal niets’ weer als een boemerang terug krijg ;-).

Een beetje frustratie hoort erbij

190415

“Zullen we met de randjes beginnen?” Jip en ik zitten op de grond aan de salontafel en zijn een puzzel aan het maken van wel honderd stukjes. Het is een puzzel van Cars. Zijn twee favoriete auto’s, Bliksem McQueen en de Fabulous Hudson Hornet staan voorop het plaatje: veel blauwe stukjes en veel rode stukjes die de puzzel alleen maar ingewikkelder maken. Alleen op de randjes concentreren, vindt Jip erg lastig, maar als ik ten slotte in mijn eentje maar begin met het verzamelen ervan, volgt hij toch. Om vervolgens alleen maar bezig te zijn met het leggen van de buitenrand, daar hij Jip geen geduld voor. Hij begint met de Fabulous Hudson Hornet. Ik doe een stukje rand en als ik vind dat ik te snel ga, las ik een pauze in. Ik kijk even hoe mijn driejarige zoon in opperste concentratie probeert de klus te klaren. Voor mij is het ook geduld oefenen; het vergt beheersing om wel te zien hoe we verder moeten, maar niets te doen. “Misschien kunnen we nog een stukje van de spoiler vinden,” probeer ik Jip te helpen. Hij gaat opzoek naar de spoiler en vindt ondertussen een stukje waarvan hij denkt te weten waar het hoort. Helaas. Na eindeloos draaien geeft hij op. Als hij klaar met proberen is, zeg ik: “Gaan we nu de spoiler weer afmaken?” Jip knikt en gaat op zoek naar de spoiler. Hij zoekt en hij zoekt. Ik behandel Jip met fluwelen handschoentjes, want een moeilijke klus als deze kan hem weleens te veel worden. Jip laat zich even afleiden door puzzelstukjes waar Takel op staat afgebeeld. Ik zeg niets. Uiteindelijk gaat het stukje waarnaar hij op zoek was, enthousiast de lucht in. Dan volgt het leggen. Ook dat gaat niet van een leien dakje. “Draaien, draaien, zodat het gras aan de onderkant zit,” help ik hem (niet). Plotseling is het over met zijn engelengeduld. Er volgt een luid gekrijs en hij gooit zich achterover tegen de fauteuil die daar staat. Ik laat hem heel eventjes, dan zeg ik zachtjes: “Jip, Jip, deze puzzel is echt hartstikke moeilijk. Dat vindt mama ook. Het kan niet vanzelf gaan. Je moet echt doorzettingsvermogen hebben om deze puzzel te maken. Ik weet dat jij dat hebt, doorzettingsvermogen. Laten we het gewoon verder proberen. Soms lukt het even niet met een stukje, dan pakken we gewoon een ander stukje.” Toen ik begon met praten, was hij onmiddellijk rustig geworden. Ineens zag ik ook de andere keren waarop hij zijn stuip zodanig indamt dat ik verstaanbaar blijf voor hem. Dit is echt het effect van opvoeden zonder straf. Ervaring heeft hem geleerd dat ik inleef in zijn perspectief of beleving, voordat ik hem eventueel probeer te bewegen naar coöperatief gedrag. Die wetenschap maakt dat hij doorziet dat het prettiger voor hem is om naar mij te luisteren dan te blijven hangen in de frustratie. “Wat?” zegt hij nog een keer door de tranen heen en ik herhaal een paar zinnen. Dan komt hij weer aangeschoven en gaat verder alsof er niet gebeurd was. Omdat ik me niet kan inhouden, krijgt Jip een dikke knuffel van me. Wat fijn dat ik ooit de uitdaging ben aangegaan om te reageren op zijn emoties in plaats van op zijn gedrag.

Waarom straffen

Weet je nog toen?

240315
We hebben net gegeten. Mirre is hartstikke moe en kan direct naar bed. Jip mag nog een toetje. Een van zijn favorieten met chocoladebolletjes staat op het menu. Frans houdt zich met Mirre bezig, terwijl ik de keuken weer in ordentelijke staat probeer te krijgen. Dan maakt Jip mij duidelijk dat hij wel toe is aan het nagerecht. Ik zeg: “Jip, ik wil graag dat je even wacht tot Mirre naar boven is, want anders wil zij ook en dat is niet leuk voor haar.” “Mama, ik wil nú mijn toetje!” benadrukt Jip. “Nee Jip, ik ben toch duidelijk? Heel even wachten nog.” Mijn tweede ‘nee’ is voor Jip voldoende aanleiding om in huilen uit te barsten. Ik kijk het even aan. Voordat ik met de niet-straffenmethode was begonnen zou ik hebben gezegd: “Kom op zeg! Hier hoef je toch zeker niet om te huilen?!” en/of “Als je nu niet stopt met piepen, zet ik je op de gang!” Nu zeg ik zacht: “Jip, hee jongen, je vindt het echt heel moeilijk om te wachten hè? Dat is ook hartstikke moeilijk. Helemaal als het toetje zo lekker is als deze. Maar weet je nog vanmorgen? Toen gingen wij samen naar de bakker. Daar kreeg je een bananensnoepje. Het liefst had je het snoepje meteen opgegeten, maar dat deed je niet. Je hebt hem in je hand gehouden, de hele weg naar huis. Pas toen je thuis was en je jas uit was, ben je op de bank gaan zitten en heb je je bananensnoepje opgegeten. Je was heel geduldig en beheerst. Erg knap hoor Jip…….Weet je? Als je nu heel hard daaraan denkt, dan lukt het misschien nu ook wat beter om te wachten.” Tijdens mijn redevoering kijkt Jip me stilzwijgend aan. Als ik klaar ben knikt hij alleen maar. Daarna loopt hij weg, trekt zijn speelgoedla open en begint rustig te spelen. Wow! Ik ben echt verrast. Wat werkte deze aanpak goed!: om door een ringetje te halen. Ik ben helemaal blij. De keuken opruimen lijkt ineens ook meer vanzelf te gaan.