Soms heb ik er gewoon geen zin in, en dan….

181015

“Jip, je melk opdrinken!” Jip drinkt slecht. We hebben er een periode bovenop gezeten: elke dag geprobeerd hem 800 ml te laten drinken en dat belonen. Dit deden we na aanbeveling van het consultatiebureau, omdat dan de ‘blauwe walletjes’ onder zijn ogen misschien wat minder zouden worden. Een maand lang 800 ml per dag heeft niets uitgehaald. Jammer dan. Ik heb het weer losgelaten. Jip daarentegen niet. Hij weet inmiddels dat ‘niet drinken’ veel aandacht oplevert. Zo ook vandaag. Frans en Mirre waren op stap en Jip en ik zijn terug in bed gekropen. Heerlijk kroelen, lezen, gek doen. Kortom, een leuke ochtend. Toen ik honger kreeg, zijn we samen naar beneden gegaan. Jip at een boterham met op de ene helft pindakaas en op de andere helft hagelslag. We hadden nog steeds plezier en bedachten liedjes bij wat we aten. Maar ja, toen kwam het moment waarop hij van mij zijn melk moest opdrinken. “Nee, ik wil niet!” maakte Jip mij duidelijk, terwijl hij zich uit zijn stoel liet glijden. “Kom op, Jip,” zei ik, meteen al geërgerd: “je hebt vandaag nog maar 100 ml op, dit drink je gewoon even op.” Ik heb helemaal geen zin om nu iets leuks te bedenken om hem zover te krijgen. Hij moet nu gewoon luisteren. Het is ook mijn teleurstelling die me parten speelt; dat hij zelfs als we zo’n leuke ochtend hebben hier zo moeilijk over gaat doen. De teleurstelling zegt natuurlijk alles over mij en niets over hem. Jip is inmiddels in de kamer met autootjes aan het spelen. “Ik vind het echt niet leuk hoor Jip! Moet ik soms boos worden?” Boos worden kan ook als straf worden gezien, maar ik heb gewoon echt geen zin om ook maar een beetje in te leven of mee te bewegen. Hij moet gewoon niet zo moeilijk doen over dat beetje melk (of doe ik nou moeilijk?). Jip komt terug met twee auto’s van Cars. “Ik moest even deze auto’s bij mijn bord zetten,” zei hij. Ik kijk toe en word moedeloos als hij er alleen maar mee gaat spelen aan tafel, zijn volle beker totaal negerend. Met een diepe zucht, zeg ik nogmaals iets over de melk. “Die wil ik niet, mam!” Hij kijkt mij boos aan en ik hem. “Jip ik heb geen zin om van alles te bedenken om jou te laten drinken. Ik ben er klaar mee……” We kijken elkaar nog steeds aan. “Kunnen jouw auto’s jou niet even helpen?” Heb ik nu alsnog een beetje meebewogen? Ik weet het niet, maar binnen één minuut heeft Francesco Bernoulli (raceauto uit Disneyfilm Cars) Jip zover. Lachend kijk ik toe hoe Jip via de auto zichzelf overhaalt om de beker in één teug leeg te drinken.

Waarom straffen

 

 

 

 

 

 

“Nééééééé, ik wil niet op het potje!!!”

220715

Voor mijn gevoel liet Mirre thuis al zien dat ze toe was aan het potje. Ze zei ‘poep’ of ‘plas’ en liet het dan pas lopen. Er was dus bewustzijn, ze had zelf controle over haar sluitspieren, en dat was mijn inziens alles wat je als kind nodig hebt. Op vakantie hadden we een klein zwembadje bij ons. “Mirre kan veel in haar blootje rondlopen en over drie weken is ze zindelijk,” zo had ik het in mijn hoofd. We zijn nu op de helft van de vakantie en het potje is het attribuut dat we allemaal het meeste in ons handen hebben gehad, vermoed ik. Mirre is de hele tijd rustig aan het spelen, ineens staat ze op, kruist ze haar benen en roept: “Pot, pot!” Onze ogen speuren snel ons terras af en we rennen om het potje op tijd bij Mirre te krijgen. We zijn nog nooit te laat geweest, maar Mirre weigert er vervolgens op te gaan zitten. We zijn begonnen met snoepjes aanbieden, zeggen dat ze de telefoon mag hebben, Jip heeft het al een keer voor gedaan, we hebben gepraat, we hebben een beetje boos gedaan, maar tot nu toe helpt niets. Met zijn tweeën zijn Frans en ik soms bezig om haar op haar mobiele plastic groene wc’tje te drukken, met het idee van ‘als het nou maar één keertje goed gaat, volgt de rest wel,’ maar het is vrijwel onmogelijk om haar erop te krijgen en ze gilt als een speenvarken. We laten haar dan maar weer begaan. Ze vraagt “Luier?” of het tafereel herhaalt zich enkele malen. Na een tijd kan ze het niet meer ophouden en laat ze alles alsnog lopen. Gevolg is dat we een deel van onze vakantie in de weer zijn met het opruimen van poep en pies. Daar zijn we inmiddels aardig bedreven in geworden, ieder heeft een rol: ik doe Mirre, Frans doet het grove werk en Jip spoelt na. Wat dat betreft, heeft het op het punt samenwerking wel wat gebracht. Wanneer Mirre haar behoefte nou op het potje zou doen, zouden we dezelfde taakverdeling kunnen handhaven. Zij weigert helaas haar rol te pakken. Er is echt meer voor nodig, dan alleen controle over de sluitspieren. Of het bij Mirre ‘angst voor loslaten’ is of iets anders? Ik weet het niet. Inmiddels krijgt ze een behoorlijke dosis aandacht door in de weerstand te gaan. De aan- en uitknop was al niet te vinden en volgens mij is hij nu nog verder verstopt onder een dikke laag eigenwijsheid die we zelf hebben gevoed. Tja, wat moeten we nu doen?

Hoe krijg ik hem mee?

Noppen blokken

“Hééééé mama!!!” Jip komt naar me toe gerend. “Gelukkig,” denk ik bij mezelf: “hij is in ieder geval blij mij te zien.” Ik haal Jip op bij de opvang en soms is hij zo fijn aan het spelen, dat hij baalt dat ik er alweer ben. Als hij blij is mij te zien, krijg ik hem meestal makkelijker mee naar huis. Jip geeft me een heerlijke knuffel en vraagt dan of ik een boek wil voorlezen. Ik heb geen zin, maar om een mogelijke strijd te voorkomen, zeg ik: “Ja hoor Jip, dat is goed en dan gaan we daarna naar huis.” Jip knikt en pakt het boek. We gaan op de grote rode bank zitten, die in de hoek van de speelzaal staat. Er komen meer kindjes luisteren als ik zit voor te lezen. Het is een gezellig momentje geworden. Als het boek uit is, zeg ik: “Kom Jip, jas aan.” Ik leg zijn jas op de grond, zodat hij er zelf in kan piepen. Dan begint er een soort tikkertje met een ander jongetje en ik sta als een halve gare in het midden van hun spel te roepen dat het tijd is om te gaan. Wat moet ik nu doen? Ik kan hem toch moeilijk bij de lurven nemen en meesleuren? Maar ja, hij trekt zich werkelijk niets van mijn geroep aan. Dan bedenk ik om het andere jongetje aan te spreken: “Tyler, Jip zijn jas ligt daar te wachten tot hij hem aan doet. Wil jij die even aan hem geven?” Het werkt! Het jongetje pakt Jip zijn jas en geeft hem aan Jip. Mijn zoon zegt netjes dank je wel en trekt het jackje aan. “Dag Tyler tot volgende week!” roep ik. We lopen naar de deur. Helaas staat er tussen ons en de uitgang een bak met noppen blokken, die heeft de juf daar net neergezet. Er zitten wel vijf enthousiaste peuters omheen mee te spelen. Jip laat zich onmiddellijk op zijn  knieën zakken en schuift aan. “Nee! Ik had hem eindelijk mee!” zeg ik. “Jammer mama,” zegt de juf lachend, “ik denk dat je even moet wachten.” Ik glimlach, laat me op een ieniemienie stoeltje zakken en geef me er maar aan over. Het is even niet anders. Ik zie wel hoe laat we hier de deur uit stappen.