Negeren van gedrag

Stamptekeningetje

“Ik heb besloten het maar weer eens te negeren,” zegt Frans als Jip om niets weer in de kramp schiet. Althans dat is ons oordeel. We zitten gezamenlijk aan de eettafel. Mirre heeft net besloten om een hoop herrie te maken door met een beker op tafel te slaan. Voor Jip is de makkelijkste manier om te zeggen dat hij het onplezierig vindt, het op een hard gehuil zetten. Ik zeg: “Jip kom op. Ik kan met voorstellen dat dit niet fijn is, maar als je dat aan Mirre uitlegt, dan houdt ze echt wel op.” Het is echt waar. Als – wie dan ook – oprecht aan Mirre aangeeft wat hij wel of niet wil, dan is Mirre niet de moeilijkste. Ze zal altijd overwegen of het verzoek niet in strijd is met haar eigen belangen of ijzersterke wil, maar als dat niet het geval is, voldoet ze me alle liefde aan de wensen van een ander. Op een of andere manier lukt het ons mannetje niet om dit tussen zijn oren te krijgen, hij reageert primair op zijn overprikkelde brein en laat een luid gekrijs horen. “Ik vind dat we hem moeten proberen te begeleiden hierin,” zeg ik tegen Frans. “Het helpt toch niet,” zegt Frans. “Hij zal op een andere manier moeten leren dat dit gedrag hem niet verder gaat helpen. Als hij zich een andere manier van aandacht vragen aanleert, zal ik hem onmiddellijk te hulp schieten. Ik ga hier niet meer op reageren.” Dan weet ik ook niet meer wat te zeggen. Misschien heeft Frans wel een punt. Jip ‘piept’ bij mij veel meer dan bij Frans en ik weet niet of hem dat eigenlijk wel goed doet.
Negeren is ook een vorm van straf. Het is in ieder geval ‘niet erkennen van wat er speelt’ bij het kind. Maar is het nodig om als ouder voor elke moeilijkheid – hoe klein dan ook – erkenning te geven? Het is vast niet verkeerd om je kleuter af en toe in zijn eigen ongerief te laten. Misschien gaat hij dan zelf meer nadenken. Weet je wat? Ik ga er niet meer over nadenken. Frans doet het op zijn manier en ik op de mijne. Dan maakt Jip het allebei mee en kan hij er zijn voordeel mee doen.

Waarom straffen

Mag je niet boos worden als je verliest?

160116
Als ik Mirre in bed heb gelegd voor haar middagdutje, loop ik naar beneden, Jip speelt met autootjes. Lekker nutteloos op de bank hangen met mijn telefoontje, daar heb ik eigenlijk wel zin in. Ik besluit om dat ook gewoon te proberen. Nadat ik een kop thee voor mezelf heb ingeschonken en mij op de bank nestel, vraagt Jip of hij een filmpje mag kijken. Filmpjes kijken moet bij ons op een telefoontje of de computer, want wij hebben geen televisie. Ik voel dat ik geen zin in heb om dat klaar te zetten en ik voel nog sterker dat ik niet wil dat hij net als ik als een zombie voor een schermpje gaat zitten. Ervaring heeft mij geleerd dat het weinig nut heeft om hem nu stimuleren weer met zijn auto’s te spelen. Zonder ‘nee’ te zeggen, vraag ik (een beetje tegen mijn zin in) of hij soms een spelletje wil doen met mij. “Jaaaaaaa!!!” roept hij enthousiast. Een spelletje doen met Jip is heel erg leuk. We doen bijvoorbeeld ganzenborden, memory of ‘mens-erger-je-niet’. Jip is geconcentreerd en gedreven, heeft er plezier in en blijft tot het einde geboeid. Er is één nadeel en dat nadeel is wel zo groot dat ik besluit het te benoemen: “Jip, ik vind het heel leuk om een spelletje te spelen, maar kun jij me beloven dat je niet boos gaat worden of gaat schreeuwen als je verliest?” “Ja hoor, mama,” antwoordt mijn zoon gedwee. “Oké,” zeg ik, “want dat vind ik echt heel vervelend. Er kan er maar één winnen, soms ben jij dat en soms ik.” Jip knikt nog maar eens. Ik haal het spel en tien minuten later zitten we te ‘mens-erger-je-nieten’. Als Frans binnenkomt, vertel ik hem over onze afspraak. “Dus als Jip verliest, gaat hij niet boos worden,” sluit ik af. Jip kijkt me aan. Hij denkt even na en zegt dan: “Mama, je mag wel boos worden, maar je mag elkaar alleen geen pijn doen.” Uh….ja, ik sta met een mond vol tanden. Hij heeft een punt. Wat nu? Ik ben blij als Jip het spelletje uiteindelijk wint, want wat had ik toch met een boze Jip aangemoeten? Moet ik het toch toestaan, in het vertrouwen dat hij uiteindelijk ons goede voorbeeld heus wel naleeft? Ik denk er nog even over na. Als iemand een antwoord weet……

Waarom straffen

Tante Perenboom is veel liever!

030116Het is zaterdagochtend, Frans en ik zitten op de bank en de kinderen spelen Woezel en Pip in de kamer. Een heerlijk momentje. Dan word ik gebombardeerd tot Tante Perenboom. “Hallo Tante Perenboom, wij zijn aan het spelen, moeten we nu ‘hok opruimen’?” Ik ken de verhalen van het hondenduo en antwoord dus met een rustige vriendelijke stem dat het hok-opruim-dag is en dat wanneer het klaar is, ze allebei een lekker perenijsje van mij krijgen. De twee hondjes zijn door het dolle heen. Ze gooien met dekens en doen die om en over zich heen en vinden dat ze dan genoeg gedaan hebben en komen terug voor het ijsje. Tante Perenboom vindt het allemaal prima, ze is allang blij dat ze vast zit aan de bank en dat ze gewoon haar koffie op kan drinken. “Wat hebben jullie de dekens mooi verplaatst,” benoemt ze wat ze ziet, “de tovertuin ziet er weer netjes uit.” Woezel en Pip krijgen allebei een perenijsje. Met veel geluid worden de onzichtbare ijsjes verorberd. Het spel duurt in ieder geval zo lang als ons koffiemoment, dus ik ben erg tevreden. Later in de middag valt het me op dat Mirre mij Tante Perenboom blijft noemen. Ik vermoed dat het is, omdat Tante Perenboom liever voor haar is dan haar eigen moeder. Op een gegeven moment sta ik in de keuken en wordt Mirre in de kamer streng toegesproken door haar vader. “Tante Perenboom….!!!” Huilend komt ze naar me toe gerend. Nu weet ik het bijna zeker. ’s Middags leg ik haar in bed. Mirre bedenkt van alles om maar niet te hoeven slapen. “Ik wil Martijn een kus geven,” “Ik moet plassen,” “Mama, water.” “Mirre, ga eens slapen,” roep ik als ik haar kamertje passeer. “Tante Perenboom, mag ik water alsjeblieft?” Ik word week. Ik voel de roep van mijn dochter, de roep om een zachte, zorgzame moeder, de roep om aandacht van een begripvolle volwassene. Als vanzelf verander ik in Tante Perenboom en ga een glaasje water halen voor dochterlief. (En dan echt gaan slapen, hè?)