Hallo?! Je laars gaat af

030216

Soms gebeurt het dat ik plotseling samen met iemand boodschappen aan het doen ben. Ongepland loopt dat dan zo; ik ga ineens samen met iemand die ik ben tegengekomen een aantal winkels af. Hoewel we samen zijn, scharrelen we dan toch allebei onafhankelijk van elkaar allerlei boodschappen bij elkaar. Als me dat gebeurt, schakel in meestal vrij snel terug in een andere versnelling en beland ik in een aangename vertraging. Deze week had ik het met een jongen uit de buurt . Volgens mij dien ik man te zeggen, hij is per slot van rekening 43, maar bij sommige mensen krijg ik dat niet uit mijn mond. Ik was samen met mijn dochter onderweg, de buurtjongen duikt op en de dagelijkse boodschappen worden een gezamenlijke onderneming. De vertraging kwam vrij snel en het ging zo hard dat ik uiteindelijk met een kop koffie op de bank in de Albert Heijn belandde. Mirre ontging de ontspannen sfeer ook niet en zij besloot om haar laarzen uit te trekken. Allemaal prima. We zaten een beetje om ons heen te kijken in afwachting van de buurtjongen. Toen alles wat op zijn lijstje stond in de mand zat, kwam hij bij ons zitten. De koffie was heerlijk en na de laatste slok wilden we naar de kassa. Maar de kleine meid had duidelijk geen zin om haar laarzen weer aan te trekken. “Kom op, Mirre, hup de laarzen aan,” zegt de buurtjongen. Mirre op deze manier aansporen is een zinloze exercitie, maar dat weet hij niet. “Prrrt, prrt,” doe ik, “prrrt prrt.” “Ja, hallo?” neem ik daarna de laars aan. De buurtjongen kijkt me met grote ogen aan. Ongestoord ga ik in gesprek met de laars. Met mijn ene hand druk ik mijn oor dicht, zodat ik me goed kan concentreren op het gesprek. “Ja, die staat voor mij……Ja…..Ja, heeft ze aan……Een roze maillot is het, ja……..Ik kijk even wat ik voor je kan doen hoor, momentje….” Ik leg Mirre uit dat de laars echt heel graag om haar voet met de roze maillot wil en Mirre steekt haar voetje uit om de laars aan te doen. “Ja, ja,” zegt de buurtjongen. Waarschijnlijk is hij het niet helemaal eens met mijn aanpak, want hij besluit alvast naar de kassa te gaan. Ik ben nog niet klaar, want Mirre geeft de andere laars aan. “Mama, laars bellen!” roept ze naar me. Het ritueel herhaalt zich. Als beide laarzen om haar voeten zitten, is het afgelopen met de vertraging en hollen we samen naar de kassa. Daar staat de buurtjongen /net af te rekenen als we aankomen, Mirre mag vandaag twee keer op het ‘oké-knopje’ van de pinautomaat drukken. De bofkont.

Waarom straffen

Ik ga jouw voetjes opeten!!

081115
Elke keer als mijn kinderen weer uit hun schoenen zijn gegroeid, schrik ik me een hoedje van de prijzen. Nu was Jip aan de beurt voor nieuwe schoenen. Het was best een onderneming: in een veel te warme winkel probeerde ik één kind aan nieuw schoeisel te helpen, terwijl ik de andere ervan probeerde te weerhouden om alle uitgestalde waar uit de rekken te trekken. De keuze voor Jip was mijns inziens betrekkelijk eenvoudig: omdat er maar twee paar schoenen in de aanbieding waren, had hij weinig keus. Nog steeds presteerde hij het om ze vijf keer aan en uit te trekken, voordat hij wist wat hij wilde en telkens weigerde hij om er een rondje op te lopen. Kortom, ik moest alle zeilen bijzetten om het genoeglijk te houden. Toen we eindelijk konden afrekenen, kon ik beginnen aan een zoektocht naar de schoenen van Mirre. Waar had ze die in hemelsnaam uitgedaan? Ze bleken bij het ‘voetenmeetapparaat’ te staan en omdat we daar toch waren, dacht ik: “Laat ik Mirres voeten ook maar eens opmeten.” Oeps, die blijkt maat 22 te hebben, terwijl ze schoentjes maat 20/21 draagt. Vandaar dat ze vanochtend zo moeilijk deed met het aandoen van de schoenen. “Nee, nee, Mirre niet schoenen aan!” zei ze. Als Mirre iets niet wil, dan gebeurt het doorgaans ook niet. Zij is wel zo ongelooflijk stellig. Maar gelukkig helpen de methodes die ik heb geleerd bij How2Talk2Kids mij meestal wel goed. Zo ook deze ochtend. “Mirre, zie je de randjes van deze schoenen, dat zijn de tandjes. En die tandjes die gaan jouw voetjes opeten!! Hap, hap, hap, hap, hap” doe ik als een echt monster. Mirre lacht en spartelt voor het spelletje nog een beetje tegen, maar uiteindelijk wil ze haar voeten best laten opeten door haar eigen schoenen. Ik krijg de voetjes met gestreepte sokjes met moeite in de schoentjes gewurmd, maar het lukt me en ik geef mezelf in gedachte een schouderklopje. Mijn  dochtertje loopt vervolgens zonder morren de hele ochtend op die te kleine schoentjes. “Dat was dus voor het laatst,” zeg ik tegen mezelf bij de schoenenwinkel. Geen wonder dat ze vanmorgen zo tegensputterde, met terugwerkende kracht voel ik me er helemaal niet goed meer bij. Ik twijfel of ik de schoenen nog in de tas zal stoppen of dat ik ze daar gewoon achterlaat. Ik kies uiteindelijk maar voor het eerste en hoop dat we verder niet opgemerkt worden. Het is natuurlijk nooit de bedoeling geweest dat die schoentjes haar voetjes echt op zouden eten, maar het was ook niet de bedoeling om vandaag twee keer zoveel geld uit te geven als ik bedacht had en nog langer in een bloedhete winkel doorbrengen wil ik ook niet. Met één kind met gloednieuwe schoenen aan de hand en met één kind zonder schoenen op de arm, verlaat ik het pand. Even rustig bijkomen en daarna zien we wel weer verder.

 

Een spelletje of straf?

251015

Eigenlijk vroeg ik het me pas af toen Jip al aan tafel zat: “Was het eigenlijk wel zo’n leuk spelletje wat we net deden?” Eventjes ervoor wilde Jip niet aan tafel komen zitten.  Toen ik zei dat het etenstijd was en dat hij net als alle anderen gewoon aan tafel moest komen, rende hij weg: lachend en gillend. In het beste geval laat hij zich pakken en moet ik een jongen die gilt en met zijn benen trappelt op zijn stoel proberen te krijgen. Ik zag de bui al hangen… Binnen een paar seconden was hij naar de gang gevlucht en ik erachter aan. En nu? Mijn oog viel op een grote fles Spa Blauw. Dat bracht me op een idee. Ik maande mijn – inmiddels (waar blijft de tijd?) – kleuter tot stilte en zei dat mij weleens verteld was dat er toverwater in die fles zat. Jip was stil. Hij volgde mij aandachtig toen ik op de fles afliep en mijn hand uitstrekte. “Het is namelijk zo,” vervolgde ik mijn verhaal op fluistertoon: “als ik nou ‘hocus pocus pilatus pas, ik wou dat Jip aan tafel was’ zeg, terwijl ik een paar druppeltjes water op je hoofd doe, dan ‘plop’ zit je daar ineens. Op je eigen stoel.” Met grote ogen keek Jip me aan. Ik draaide het dopje van de fles en zette in: “Hóoooocus……póoooocus….” Voorzichtig bracht ik de fles boven zijn hoofd. Jip wachtte gespannen af. Daarna draaide ik de fles een beetje. “Nééééééééééé!” riep Jip ineens en als een dolle rende hij bij me vandaan. Rechtstreeks naar de tafel waar iedereen op hem wachtte. Hij ging zitten en ik ging naast hem zitten. “Zo hé, het toverspul werkte al voordat ik de spreuk had gezegd, of het water op je hoofd zat,” deed ik verrast. “Haha,” was het antwoord van Jip, en daar bleef het bij. Tja, waarschijnlijk was ik zelf ook heel hard gaan rennen als iemand een literfles Spa Blauw zonder dopje schuin boven mijn hoofd hield. Het voelt als een serieuze dreiging eigenlijk, maar goed, hij kan best voor een keertje: we hebben weer gelachen en zitten zonder morren aan de eettafel :-D.

Waarom straffen