Wèh heb ik nou toch wir gezeed?

191115
Mirre heeft er een handje van om het bestek te laten voor wat het is. Waarom een lepel gebruiken als je ook met je handen kunt eten of het schaaltje zo aan je mond kunt zetten? Over de rozijntjes in de pap hebben we de meeste onenigheid. Mirre wil die er het liefste stuk voor stuk met haar vingertjes uitvissen. Zo simpel is het. Ik wil dat natuurlijk niet. Hoe bewuster ze haar lepeltje gebruikt, hoe minder ze knoeit en hoe minder werk ik na de maaltijd aan haar heb. Ik heb geen zin om straks de vla of de klontjes havermout uit haar haren te halen of haar jurkje, na zinloos gewreven te hebben met een doekje, toch maar weer in de was te gooien. Maar ja, ik kan hierover tegen haar klagen, maar Mirre is totaal niet gevoelig voor mijn argumenten. Soms kan ik dat accepteren en laat ik het gebeuren, op andere momenten roept haar gedrag irritatie of lichte frustratie bij mij op. Deze emoties uiten zich op een manier die mijzelf ten zeerste verbaast. Ineens ontsnappen er woorden uit mijn mond die mijn moeder vroeger gebruikte. Echt Brabantse woorden die ik in meer dan dertig jaar niet gebezigd of gehoord heb. Woorden als ‘dalken’, ‘dabben’ of ‘vuilakken’. Ik hanteer de term ‘vuile jatten’, of ‘plakjatten’, ook een leuke. Plotseling is de terminologie terug van heel lang weg geweest en hoewel ik normaliter redelijk ABN spreek, klinken deze woorden uit mijn mond net zo plat Brabants als bij mijn moeder vroeger. Ik vermoed dat ze niet typisch voor mijn moeder zijn, maar herkenbaar voor veel Brabanders en ik vraag me af hoe ze overkomen op niet-Brabanders. Want van beschaafd Nederlands is in ieder geval geen sprake. Waar hebben die woorden al die jaren verstopt gezeten? Ik heb werkelijk geen flauw idee, maar vol overgave vullen ze de ruimte, alsof ze nooit zijn weggeweest. Ik sta er versteld van, ben telkens even stil als er weer een dergelijk woord in mij opwelt. Mijn dochter is nog steeds niet onder de indruk, zij dalkt, dabt en vuillakt gewoon door, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. En dat is het waarschijnlijk ook, net zo gewoon als het fenomeen dat je je moeder terug hoort in jezelf als je eenmaal kinderen hebt gekregen.

 

Wat een beschaafde kindertjes

121015

Ken je dat? Dat je kinderen soms ineens ongelooflijk goed luisteren, op een moment dat de kinderen van een ander dat juist niet doen en dat je je gaat verontschuldigen naar die ouder? Het gebeurt me weleens en meestal is dat tijdens het eten bij iemand anders die ook jonge kinderen heeft. Deze week had ik het bij een jeugdvriendin, die ik hooguit één of twee keer per jaar zie. Mijn kinderen kennen haar en haar kinderen niet echt, maar kwamen wel vrij snel samen met hen aan de lunchtafel te zitten. Vreemd huis, vreemde kinderen en een feestmaal, want de lunch bestond uit enkel worstenbroodjes. De kinderen van mijn vriendin hadden moeite om aan tafel te blijven zitten. Zij wilden mijn kinderen al hun speelgoed laten zien en haalden alles uit de kast om aandacht te trekken. Mijn kinderen zaten rustig op hun stoeltjes en aten hun worstenbroodje netjes op. Zelfs Mirre, die normaal de worst uit het broodje pulkt, deze fijnknijpt in haar handen voor ze hem opeet en vervolgens weigert de verscheurde stukjes brood op te eten, at nu als een voorbeeldige dame haar broodje op. Dat ik net had gezegd dat we beter aan tafel konden gaan zitten, omdat mijn kinderen er echt een zooitje van maken, moet totaal ongeloofwaardig overgekomen zijn. De neiging om tegen mijn vriendin te zeggen, dat ik Jip en Mirre zo ook niet herken en dat ze meestal wat ondeugender gedrag vertonen, kon ik niet onderdrukken. Ik wilde haar daarmee zeggen dat het oké is wat haar kinderen doen, dat ze zich daar niet voor hoeft te generen. Idioot eigenlijk dat ik daarmee bezig ben. ’s Avonds vertel ik tegen Frans dat ik zo verbaasd ben, dat onze kinderen zich op andere plekken soms zo voorbeeldig weten te gedragen. “Deden ze dat thuis maar wat vaker,” wilde ik erachteraan zeggen, ook wilde ik het hele bovenstaande relaas doen (je bent een vrouw of  je bent het niet ;-)). Maar Frans zei: “Daar doe je het allemaal voor.” Ja, en toen was ik stil. Ik schrijf het hier zwart op wit: hij heeft gelijk. Alle moeite die ik er thuis in stop om ze iets bij te brengen, is in feite vooral voor buitenshuis en interactie met andere mensen bedoeld. Ineens vond ik het ook met terugwerkende kracht helemaal niet zo erg meer dat het af en toe hard werken is. Misschien hadden mijn kinderen die middag bij mijn vriendin te veel indrukken te verwerken om ook nog ondeugend te doen, maar het feit dat ze dan teruggrijpen op de bijgebrachte regeltjes is toch wel erg leuk. En volgende keer ga ik er nog meer van genieten. Nu alleen nog een manier vinden om me er niet meer voor te verontschuldigen.

Waarom schreeuwt mijn kind zo?

010415
Met regelmaat is het een lawaai vanjewelste in ons huis. Soms zijn het opgewekte kindergeluiden, lachend en joelend rennen de kleintjes samen door de huiskamer, en soms is het geschreeuw. Broertje en zusje kunnen namelijk niet altijd goed met elkaar overweg. Grootste moeilijkheid hierin is dat Jip (bijna 4) er niet tegen kan wanneer Mirre (2) bij zijn speelgoed komt, vooral niet als er torens gebouwd, spoorbanen gelegd of puzzels gemaakt worden. En bij Mirre is het lastigste, althans voor ons dan, dat ze enorm kan genieten van de hysterie van haar broer. Ze heeft een redelijk korte spanningsboog en ze heeft nog geen iPhone voor een leeg moment, dus ja, wat moet je dan? Mirre kiest ervoor om op oorlogspad te gaan en heeft daar zichtbaar plezier in. Jip weet nog steeds niet goed hoe hij hier mee moet omgaan. Zijn spel wordt met hard geschreeuw verdedigd en in de meest dreigende situatie worden er klappen uitgedeeld. Mirre is nergens van onder de indruk. De momenten dat ik het op kom lossen voor mijn zoon, moet ik een lachend meisje bij hem vandaan trekken. Ik heb jullie al weleens eerder verteld dat ik zijn fysieke agressie uit alle macht probeer om te buigen. Zodat deze niet meer op zijn zus of mij wordt gericht, ik denk dat ik lichte verbetering zie, maar nu wordt er dus keihard geschreeuwd. Op het moment van grote dreiging lijkt dit zijn enige alternatief. Zijn woorden worden niet meer hard, luid of boos uitgesproken, maar alles wordt geschreeuwd naar zijn zus en zijn hele lijf doet mee. Ik word er zelf bijna gillend gek van. “Waarom schreeuwt hij zo?” vroeg ik laatst wanhopig aan Frans, “wij doen dat toch allebei niet? Ik verhef weleens mijn stem, maar dit…” “Je voedt niet meer alleen op,” antwoordde Frans mij, “en dat zul je steeds meer merken. Hij gaat ook dingen van anderen overnemen.” Hmmmm, daar baal ik wel van. Logisch dat dit gebeurt, maar ik heb het gevoel dat ik mijn stinkende best zit te doen om er een mooi mannetje van te maken en op een andere plek wordt dat weer onderuit gehaald. Of is er nog iets anders? Toen ik net aan het schrijven was, ontdekte ik dat het schreeuwen misschien wel erg helpend is voor Jip. Want hoewel zijn zus zich helemaal niks van hem aantrekt, zijn moeder doet dat des te meer. “Situatie gered,” denkt hij misschien en daar gaat het hem tenslotte om. Hier heeft hij een punt, want als het om het voortbestaan van je treinbaan gaat, zijn dan niet alle methoden geoorloofd?