Doe wat ik zeg!

100116

“Doe wat ik zeg!”, dat zou ik af en toe het liefst tegen mijn kinderen zeggen. Vooral als ik moe ben wil ik mijn wens bij voorkeur gewoon afdwingen. Het mooiste zou zijn als ze dan ook echt zouden luisteren, en dat er verder geen strijd zou ontstaan. Helaas, kinderen zijn net mensen: op het moment dat je probeert om door macht jouw wil op te leggen, zal je kind bijna automatisch in de weerstand gaan. Pas geleden las ik een artikel op www.nieuwetijdskind.com, waarin werd gesproken over ‘schoon ouderschap’ en ‘vuil ouderschap’. Bij ‘schoon ouderschap’ probeer je vanuit verbinding je kind te begeleiden in het leven, waar je bij ‘vuil ouderschap’ jouw macht gebruikt om het kind te vormen en te sturen. Het artikel gaat ervan uit dat kinderen ook streven naar harmonie en met jou in contact willen blijven. Dat geloof ik ook echt, vanuit die overtuiging voed ik mijn kinderen op, maar als mijn eigen emmer vol zit, heb ik helemaal geen energie voor de zachte aanpak. “Doe wat ik zeg!”, probeer ik dan, tegen beter weten in. Het heeft echt geen zin, ik voel dat het niet integer is en ik voel dat ik tegenover mijn kinderen kom te staan. Maar wat dan te doen? Gisteren morste Jip water op zijn kleren en op de vloer. Hulpeloos begon hij te piepen. “Ga maar even een doekje halen,” negeer ik zijn gepiep. Op dat moment vreesde ik er al voor dat hij absoluut niet zat te wachten op zo’n reactie. Kinderen willen dan misschien wel in verbinding blijven, maar ze zijn ook egocentrisch en doen liever geen dingen waar ze geen zin in hebben. Op dat moment vind ik ‘inleven’ onzin. Hij moet gewoon luisteren. Ik vraag het nog een keer en dan nog een keer op een wat strengere toon. Jip toont weinig actiebereidheid. “En nu?” vraag ik aan Frans, die ook in de huiskamer is. “Dat weet ik ook niet,” zegt hij. Ik slaak een diepe zucht. Frans spreekt zijn zoon toe en dan staat Jip wel op om een doekje te halen. Is het ouderschap van zijn vader over het algemeen schoner of past hij nu een beetje vuiligheid toe? Maakt mij even niet uit. Ik zou willen dat Jip net zo goed naar mij luisterde als naar zijn vader.

Waarom straffen

Gewoon geen zin om er iets van te zeggen

221215 3221215 1 221215 2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De situatie: een klein meisje van 2 jaar met een veel te grote rugtas op haar rug, wil niet lopen en is van plan om in de wandelwagen te klimmen. Ik aanschouw de situatie en tegen beter weten in, probeer ik haar bij te brengen dat ze de rugtas beter even af kan doen, omdat het vast niet lekker zit. Klein meisje laat meteen weten dat wie aan de rugtas komt, aan haar komt. “Oké, oké,” reageer ik, “dan ga je toch lekker zo in de wandelwagen zitten, dan merk je het vanzelf.” Ik heb geen zin om hier een punt van te maken en dat doe ik dus ook niet. Klein meisje klimt in de wandelwagen en lijkt totaal geen hinder te ondervinden van de grote tas op haar rug. Mooi. Geen strijd ervan maken, pakt goed uit. “Wie niet horen wil, moet maar voelen,” klinkt wat zwaar hier, maar feit is dat moeder de vrouw het gewoon los laat en klein meisje kan zelf ervaren hoe prettig of onprettig het is. Helaas maak ik ook regelmatig een situatie mee waarin klein meisje de grenzen opzoekt of eroverheen gaat, (soms heeft ze het zelfs niet eens in de gaten,) en dat ik dan geen zin heb om er iets van te zeggen. Bij voorbaat word ik al moe van het idee van een strijd en ik sluit gewoon mijn ogen voor de situatie. Neem vandaag: klein meisje heeft een bekertje warme chocolademelk, een beetje slagroom en wat pepernoten gekregen. Er staan zes koppen heerlijke chocolademelk op tafel en alles wijst erop dat we een gezellig momentje met het hele gezin hebben. Klein meisje valt als eerste aan op al het lekkers. Ze bedenkt vervolgens dat pepernoten met slagroom misschien wel lekkerder zijn dan kale pepernoten en daarna bedenkt ze dat pepernoten met slagroom gedoopt in de chocolademelk misschien nog wel lekkerder zijn. Het wordt een grote smeerboel. Ik aanschouw het wederom en twijfel: nu ingrijpen en dus vertellen hoe het wel en niet moet, een doekje halen om de tafel en klein meisje schoon te maken, klein meisje in de weerstand en gezellig chocomel-moment verstoren, of simpelweg niets doen. Ik besluit het tweede, want ik heb gewoon geen zin om er iets van te zeggen. Ik geef toe het korte termijn effect van niet consequent zijn, is voor mij minstens zo verleidelijk als een kop warme chocolademelk met slagroom.

Toegeven omdat hij huilt

131215IMG_3196.PNG wordt weergegevenAls ik terug kom van een wandeling met Mirre, is Frans bezig met het vervangen van een koplamp van de auto. Het is geen gemakkelijke klus. Ik besluit hem wat aandacht te geven en te laten zien dat ik het dapper vind dat hij hier zelf aan begint. We zitten samen gehurkt bij het linker voorwiel van onze Renault, als hij met een treurig gezicht zegt: “Ik heb toegegeven.” “Wat bedoel je?” vraag ik. “Maartje, ik kon het echt niet. Ik heb Zed voor Jip gekocht, toen hij erom begon te huilen.” Frans kijkt afwachtend aan. Ik kijk geschrokken terug. Wat moet ik zeggen? Dit is zo ongeveer regel nummer één. Consequent zijn en niet toegeven op zulke momenten. “Nee!” zeg ik ten slotte alleen maar. “Oh, het was zo erg?” Frans vertelt het hele verhaal. Hoe hij en Jip samen de Action in waren gelopen. Hoe hij nog tegen onze zoon had gezegd “Kijk Jip, daar staat al het speelgoed,” omdat hij toch alle vertrouwen had dat hij Jip er moeiteloos doorheen zou loodsen. Dat hij vervolgens alle spullen had verzameld die hij nodig had en toen Jip had gevonden bij zijn favoriete speeltjes van Cars en Planes. Dat Jip enthousiast “Papa, kijk ze hebben Zed!” had uitgeroepen en dat hij toen in zijn enthousiasme mee was gegaan, maar toen het moment kwam dat Jip het vliegtuigje mee wilde nemen en zijn vader zie dat dat niet ging gebeuren, werden zijn ogen groot. “Maar papa, ik wil deze echt graag!” had hij gezegd. Frans probeerde standvastig te zijn, “Maar ja,” zei hij tegen mij: “Jip keek me aan en zijn ogen vulden zich met tranen ‘maar Zed is het vliegtuig dat bij Dusty de antenne eraf vliegt’ ik moet met hem spelen.’” Jip was gaan huilen. “Het was echt verdriet, Maartje. Ik heb hem zelden zo oprecht verdrietig gezien en al helemaal niet in een speelgoedwinkel. Ik wist niet wat ik moest doen,” zei Frans. “Ik heb hem toen gevraagd of hij zeker wist dat het Zed was en niet Ned, de andere bijna identieke vliegende kompaan van de vileine Ripslinger. Jip wilde ter verificatie acuut de film starten op zijn vaders telefoon, maar dat ging natuurlijk niet. “Toen heb ik op Google: ‘Dusty loses antenna’ ingetypt en vond ik dat het inderdaad Zed was die het deed. Tja, na deze ontdekking vond ik dat ik er echt niet meer onderuit kon.” Frans zijn verhaal was uit. Ik kon het helemaal volgen. Wat zou ik zelf gedaan hebben? Tot nu toe had het samen fantaseren altijd gewerkt om hem te laten zien dat we begrepen hoe graag hij iets wilde. Daarna kochten we het niet en dat was dan oké. Wat gaat er volgende keer gebeuren? Ik denk dat de uitdaging alleen maar groter wordt na deze gebeurtenis. Nou ja, we gaan het meemaken.