Rust aan de eettafel

231115
Pas geleden stuitte ik op een vlog van Tea Adema, kindercoach. ‘Zo krijg je rust aan tafel,’ was de titel van de vlog. 1 minuut en 58 seconden duurde het filmpje. Nou, dat had ik wel over voor een beetje meer rust. Tea schetste vrijwel meteen de tafelschikking, zoals deze in de meeste (jonge) gezinnen is: het jongste kind zit heel vaak aan het hoofd van de tafel. Op deze plek konden ouders – toen dat nog nodig was – makkelijk het kleine kindje helpen met eten, maar wanneer het niet meer per se noodzakelijk is, verandert er meestal niets meer aan de plaatsen die de gezinsleden hebben aan tafel. Tot zover kwam het filmpje helemaal overeen met de situatie aan onze tafel. We zijn hier blijkbaar dus helemaal niet uniek in. Onze tweejarige Mirre zit keurig aan het hoofd en Frans, Lisanne (dochter van Frans), Jip en ik zitten aan weerskanten van de tafel. Tea vervolgt: het hoofd van de tafel is de koningsplek. De koning of het koninginnetje zit daar en met deze tafelschikking krijg je dus vaak een onbewuste machtstrijd tussen de kinderen onderling. Wow, wat een inzicht! Ik zeg het ook nog eens vaak tegen Mirre: ‘Koninginnetje’ zeg ik dan, omdat ze ‘groter’ aanvoelt dan prinses. En dan die plek aan tafel… oei… ze probeert inderdaad alles te bepalen. Dat lukt haar niet, maar op de sfeer tijdens de maaltijd drukt vooral zij de stempel. Volgens Tea moesten we gewoon proberen om de kinderen naast elkaar te zetten. “Ouders zeggen vaak dat ze dan onderling gaan klieren en dan krijgen we gedoe,” vertelde de kindercoach. Dat was inderdaad het eerste wat ik ook dacht, maar volgens Tea viel het mee. Het proberen waard dus. Nadat ik het Frans had verteld, hebben wij meteen de stoelen van Jip en Mirre naast elkaar gezet. Hij had dezelfde gedachte als ik, maar we staan overal voor open. Inmiddels hebben Jip en Mirre welgeteld zes maaltijden naast elkaar gezeten. Wij zitten er tegenover of, als we met z’n vijven zijn, zit een van ons aan het hoofd. Ik moet zeggen, het is een drama. De eerste vijf minuten gaan meestal goed, maar dan vliegt Mirre Jip aan. Ze trekt hem aan zijn haar of knijpt hem in zijn arm. Het lijkt eerder erger te worden dan minder erg. Misschien heeft het te maken met de degradatie die zij ervaart, ik weet het niet, maar gezelliger is het er zeker niet op geworden. Tea heeft er niet bij verteld hoe lang je dit vol moet houden, desalniettemin hebben wij het experiment reeds als mislukt beoordeeld. Dankzij Tea is er inzicht en komt onze koningin niet meer aan het hoofd van de tafel te zitten, maar zo lang ze zich nog als een straatjongen gedraagt is de plek naast haar broer ook een ‘no-go-area’. Voorlopig mogen ze ieder naast een ouder of hun grote zus zitten. Mirre kiest de ene dag wie dat wordt en Jip de andere dag. Even kijken wat dat oplevert.

Vlog Tea Adema Zo krijg je rust aan tafel: https://www.youtube.com/watch?time_continue=69&v=jWM-yMkCXLQ

Een spelletje of straf?

251015

Eigenlijk vroeg ik het me pas af toen Jip al aan tafel zat: “Was het eigenlijk wel zo’n leuk spelletje wat we net deden?” Eventjes ervoor wilde Jip niet aan tafel komen zitten.  Toen ik zei dat het etenstijd was en dat hij net als alle anderen gewoon aan tafel moest komen, rende hij weg: lachend en gillend. In het beste geval laat hij zich pakken en moet ik een jongen die gilt en met zijn benen trappelt op zijn stoel proberen te krijgen. Ik zag de bui al hangen… Binnen een paar seconden was hij naar de gang gevlucht en ik erachter aan. En nu? Mijn oog viel op een grote fles Spa Blauw. Dat bracht me op een idee. Ik maande mijn – inmiddels (waar blijft de tijd?) – kleuter tot stilte en zei dat mij weleens verteld was dat er toverwater in die fles zat. Jip was stil. Hij volgde mij aandachtig toen ik op de fles afliep en mijn hand uitstrekte. “Het is namelijk zo,” vervolgde ik mijn verhaal op fluistertoon: “als ik nou ‘hocus pocus pilatus pas, ik wou dat Jip aan tafel was’ zeg, terwijl ik een paar druppeltjes water op je hoofd doe, dan ‘plop’ zit je daar ineens. Op je eigen stoel.” Met grote ogen keek Jip me aan. Ik draaide het dopje van de fles en zette in: “Hóoooocus……póoooocus….” Voorzichtig bracht ik de fles boven zijn hoofd. Jip wachtte gespannen af. Daarna draaide ik de fles een beetje. “Nééééééééééé!” riep Jip ineens en als een dolle rende hij bij me vandaan. Rechtstreeks naar de tafel waar iedereen op hem wachtte. Hij ging zitten en ik ging naast hem zitten. “Zo hé, het toverspul werkte al voordat ik de spreuk had gezegd, of het water op je hoofd zat,” deed ik verrast. “Haha,” was het antwoord van Jip, en daar bleef het bij. Tja, waarschijnlijk was ik zelf ook heel hard gaan rennen als iemand een literfles Spa Blauw zonder dopje schuin boven mijn hoofd hield. Het voelt als een serieuze dreiging eigenlijk, maar goed, hij kan best voor een keertje: we hebben weer gelachen en zitten zonder morren aan de eettafel :-D.

Waarom straffen

Wat een beschaafde kindertjes

121015

Ken je dat? Dat je kinderen soms ineens ongelooflijk goed luisteren, op een moment dat de kinderen van een ander dat juist niet doen en dat je je gaat verontschuldigen naar die ouder? Het gebeurt me weleens en meestal is dat tijdens het eten bij iemand anders die ook jonge kinderen heeft. Deze week had ik het bij een jeugdvriendin, die ik hooguit één of twee keer per jaar zie. Mijn kinderen kennen haar en haar kinderen niet echt, maar kwamen wel vrij snel samen met hen aan de lunchtafel te zitten. Vreemd huis, vreemde kinderen en een feestmaal, want de lunch bestond uit enkel worstenbroodjes. De kinderen van mijn vriendin hadden moeite om aan tafel te blijven zitten. Zij wilden mijn kinderen al hun speelgoed laten zien en haalden alles uit de kast om aandacht te trekken. Mijn kinderen zaten rustig op hun stoeltjes en aten hun worstenbroodje netjes op. Zelfs Mirre, die normaal de worst uit het broodje pulkt, deze fijnknijpt in haar handen voor ze hem opeet en vervolgens weigert de verscheurde stukjes brood op te eten, at nu als een voorbeeldige dame haar broodje op. Dat ik net had gezegd dat we beter aan tafel konden gaan zitten, omdat mijn kinderen er echt een zooitje van maken, moet totaal ongeloofwaardig overgekomen zijn. De neiging om tegen mijn vriendin te zeggen, dat ik Jip en Mirre zo ook niet herken en dat ze meestal wat ondeugender gedrag vertonen, kon ik niet onderdrukken. Ik wilde haar daarmee zeggen dat het oké is wat haar kinderen doen, dat ze zich daar niet voor hoeft te generen. Idioot eigenlijk dat ik daarmee bezig ben. ’s Avonds vertel ik tegen Frans dat ik zo verbaasd ben, dat onze kinderen zich op andere plekken soms zo voorbeeldig weten te gedragen. “Deden ze dat thuis maar wat vaker,” wilde ik erachteraan zeggen, ook wilde ik het hele bovenstaande relaas doen (je bent een vrouw of  je bent het niet ;-)). Maar Frans zei: “Daar doe je het allemaal voor.” Ja, en toen was ik stil. Ik schrijf het hier zwart op wit: hij heeft gelijk. Alle moeite die ik er thuis in stop om ze iets bij te brengen, is in feite vooral voor buitenshuis en interactie met andere mensen bedoeld. Ineens vond ik het ook met terugwerkende kracht helemaal niet zo erg meer dat het af en toe hard werken is. Misschien hadden mijn kinderen die middag bij mijn vriendin te veel indrukken te verwerken om ook nog ondeugend te doen, maar het feit dat ze dan teruggrijpen op de bijgebrachte regeltjes is toch wel erg leuk. En volgende keer ga ik er nog meer van genieten. Nu alleen nog een manier vinden om me er niet meer voor te verontschuldigen.