Gewoon een beetje boos

090216

“Ik ben het hartstikke beu!” zei ik iets te hard, toen Jip zich schreeuwend bovenop zijn zusje stortte, omdat zij een papieren sticker van zijn tol had stukgetrokken. Mirre was zeker geen lieverdje geweest, ergens registreerden mijn hersenen dat wel, maar in een impuls trok ik Jip aan zijn trui omhoog om hem weg te halen bij zijn zus. Jip spartelde in zijn trui en ik zwaaide hem in de bank. Niet de juiste manier misschien, dat geef ik toe, ik ben er ook niet trots op, maar ik heb mijzelf nadien toch een schouderklopje gegeven. Want in plaats van tegen mijzelf te zeggen: “Zie je wel ik kan het niet. Hoe kom ik ooit van die boosheid af?” zei ik: “Ja hallo, je hebt het de laatste tijd ook veel te druk met je werk. Je dierbare opa is net overleden. Je hebt een korte nacht gehad en de kinderen waren ook wel erg vervelend tegen elkaar.”  Ik was mild naar mezelf en zag ineens hoe ik een bepaald gedrag van mijzelf al mijn hele leven lang mogelijk aan onjuiste oorzaken toeschreef. Ooit eerder blogde ik over de fundamentele attributiefout. Dit is de neiging van mensen om bepaald gedrag van andere mensen eerder toe te schrijven aan het karakter van een persoon dan aan de situatie of de omstandigheden (bij jezelf doe je het vaak andersom). In het geval van mijn boosheid naar mijn zoon en de uitingen daarvan, gaat het om mijn eigen gedrag. Dat heb ik ook altijd vooral toegeschreven aan mijn opvliegende en gevoelige karakter. Het is nu zaak om naar de omstandigheden te kijken die maken dat ik soms (iets te) boos reageer en om vanuit die analyse mild naar mijzelf toe te zijn.  Wat een eyeopener. Ik vind het nog steeds spannend om te constateren dat ik een nieuwe episode van mijn leven ben binnengestapt, maar hoewel de omstandigheden niet veel anders zijn dan enkele weken terug lijk ik er toch echt anders in te staan. Jip en Mirre hebben geen moeder meer die regelmatig ontploft, maar gewoon eentje die weleens boos is, net als de meeste andere moeders.

Mijn opa is overleden

290116

Een paar uur na mijn laatste blog, die ‘Stap uit het drama’ heette, heeft mijn opa het leven gelaten. Voor mij had opa een grote rol in het drama en het is alsof deze samenloop van gebeurtenissen niet toevallig is. Mijn opa is 94 jaar geworden. Ook met hem heb ik gesprekken over mijn boosheid gehad en over die van hem en van mijn vader. We hebben huilend bij elkaar gezeten, omdat we samen de laag onder de boosheid of de spijt erna zo intens voelen. En nu is hij er niet meer. Jip zal zich later misschien nog een vaag beeld herinneren van deze hele oude opa. Voor mij is hij heel belangrijk geweest in mijn leven. Hij wist altijd veel van mij, en ik voelde al van kleins af aan veel liefde en waardering van hem naar mij. Pas sinds een paar jaar weet ik ook dat hij  de – via hem aan mijn vader doorgegeven woede – op zijn manier probeerde te verzachten. Mijn lieve opa, zal hij van boven nog kunnen zien hoe we het hier allemaal doen beneden? “Het leven is mooi, maar moeilijk,” zei jij altijd. Voor mij en voor hem is dat waar. “Je moet er het beste van maken,” een andere uitspraak. Dat ben ik zeker van plan, opa, en als achteraf blijkt dat ik inderdaad uit het drama ben, had u op geen mooier moment kunnen gaan. Mijn oma zei: “Je moet gewoon niet meer boos worden.” Mijn opa zei: “Ik heb vertrouwen in je. Ik geloof dat jij het kan.” Allebei de bemoedigingen heb ik nodig. Dank je wel lieve opa, dat je er heel mijn leven voor me bent geweest. Dank voor het vertrouwen. Ik geloof ook dat ik het kan. Ik sluit deze blog af met de woorden die ik ook op zijn crematie zal zeggen: bedankt voor het doorgeven van het leven.
Ik ga er het beste van maken.
Alle liefde
X

Stap uit het drama

270116

Ergens rond oudjaar postte ik (weer eens) een blog over woede. Een zwager van me reageerde daarop met de woorden dat het zaak was om niet te spiegelen of vergelijken: mijn verhaal is niet het verhaal van mijn vader, of van Jip. Hij had een punt. Misschien is daar ook wel het moment geboren waarop ik bedacht dat ‘loskomen’ van alles de volgende stap was: los van het verleden, los van de zelfovertuigingen waarop de woede aanhaakt, los van het oordeel op de woede. Binnen in mij begon een ander gevoel te ontstaan. Ik stond op de vooravond van het loskomen van het verhaal waarin ik gevangen zat. Er kwam verandering, bevrijding zelfs, maar wat dat precies was of hoe dat zou gaan wist ik niet. Afgelopen maandag lunchte ik met een oud-docent van de Hogeschool. Een inspirerende man die de tijd nam om mijn verhaal – over het thema woede in mijn leven – aan te horen. “Jouw verhaal is als Goede Tijden, Slechte Tijden,” zei hij: “je leeft in een drama. Daar moet je mee ophouden.” Ik kijk de goede man bijna verbijsterd aan. Drama? Wat bedoelde hij precies? “Maartje, heel veel mensen zitten verstrikt in het drama. Ze leven en beleven hun verhaal telkens weer en blijven ronddraaien in hetzelfde cirkeltje. Het is net als bij GTST, over tien jaar ziet het er allemaal nog precies hetzelfde uit.” Ik kon nog steeds niets uitbrengen. Het enige wat ik deed was luisteren en voelen hoe zijn woorden binnen in mij resoneerden. Hij begon uit te leggen hoe het hele complexe bouwwerk van gevoel en denken was opgebouwd uit vier lagen: het niveau van het drama, waarop mensen hun verhaal maar blijven herhalen, het gevoel van emoties waarop dat verhaal ‘drijft’ en kan blijven bestaan, het niveau van overtuigingen en levensthema’s die de emoties veroorzaken en het niveau van de ziel die hier is gekomen om te leren. Wat hij zei vond ik aannemelijk klinken. Voor mij was nu de tijd gekomen om juist in die bovenste laag wat veranderen, in de laag van ‘het verhaal’. “Maar kan ik er echt zomaar uitstappen, als is het een besluit?” vroeg ik. “Ja, dat kan. Mij is het gelukt,”zei hij. Op de twee dagen die volgden gingen zijn woorden regelmatig door mijn hoofd. Zou het echt zo werken? Kon ik gewoon eruit stappen? En wat dan? Had ik niet wat handvatten nodig? De volgende avond ontmoette ik een vriendin. En alsof het was voorbestemd, vertelde ze een verhaal over haar oordelende moeder en hoe ze op een gegeven moment besloot niet meer in elkaar te duiken bij haar woorden, maar te zeggen: “Mama, dat is jouw overtuiging. Ik vind van niet en doe het op mijn manier, maar ik houd evengoed van je.” Met grote ogen had de moeder haar aangekeken. Ze was het niet gewend dat haar dochter haar weerwoord gaf en ‘ik houd van jou’ dat zeiden ze niet tegen elkaar. Vanaf dat moment was de relatie tussen mijn vriendin en haar moeder veranderd. Met open mond had ik zitten luisteren. Zij gaf mij de sleutel waar ik naar zocht op een presenteerblaadje. De sleutel om de deur mee open te maken en uit mijn drama te stappen. Deze eenvoudige zin heeft namelijk alles in zich: respect voor de ander, de erkenning voor jezelf (door het aangeven van grenzen) en het in verbinding blijven met de ander door het uitspreken van de liefde die je voelt. Dat zoiets kleins, zo’n grote openbaring kan zijn. “Oh dank je wel, dit ga ik bij Jip doen!” zei ik tegen haar. Deze ochtend werd ik meteen enorm uitgedaagd. Toen ik voelde dat ik het gedrag van mijn kleuter echt niet meer oké vond, zei ik. “Jip, ik vind het echt niet leuk wat je nu doet, maar ik houd wel van je.” Hoewel ik de woorden wel echt voelde, rolden ze bijna als een toverspreuk over mijn lippen en bijna als een toverspreuk werkte de opmerking ook uit. Jip bond in: het trappen naar mij stopte, zijn boosheid werd verdriet en hij liet zich troosten. Ik werd helemaal warm van binnen. Was dit een momentopname of een nieuwe weg? Het antwoord heb ik nog niet. Hoeft ook niet, vanochtend was er alleen dat wat er gebeurde en dat was goed. In dat moment kon ik alleen nog maar dankbaar zijn en heel veel kusjes geven op zijn bolletje.