Er is hoop

010515

Eten is iets dat bij onze kinderen nog niet vanzelf gaat. Ik hoor veel ouders klagen over moeilijke eters, dus ik weet dat we daarin niet de enige zijn. Vooral groenten zijn een crime. Frans heeft mij geleerd me er niet druk om te maken. Hij heeft al twee kinderen groot gebracht en die eten inmiddels vrijwel alles. Hun opa en oma hadden ze vorige week mee uit eten genomen, en ze schrokken zelfs niet terug van een kaasplank. Dat hoefde je mij op zeventienjarige leeftijd echt niet voor te zetten. Door deze twee voorbeelden, vertrouw ik volledig op Frans zijn ervaring. Ik kan denk ik zelfs wel zeggen dat ik beter in loslaten ben geworden dan hij. Ik doe echt geen moeite om El Chupacabra of Dusty (twee vliegtuigen uit de Disneyserie Planes) na te doen tijdens het avondmaal, alleen om een hapje extra naar binnen te krijgen. Het zou ook niet in mij opgekomen zijn om alleen een toetje te geven als van alles wat er op het bord ligt een hapje is geproefd. Een heus beloningsysteem dat ik volledig accepteer door de twee levende tienervoorbeelden in ons huis.
We hebben net als miljoenen Nederlanders de moestuintjes gespaard. Ik vond het wel een goede actie in het kader van bewustwording (waar komt je eten vandaan?). Ik nam ze telkens keurig mee naar huis en zei tegen Frans: “Dit is jouw project hoor!” Ik weet het niet zeker, maar volgens mij is het project nooit opgestart. De noodzaak is voor ons ook niet zo hoog; we hebben een moestuin op een volkstuincomplex op vijfhonderd meter van ons huis. Al zo lang als Jip kan lopen, gaat hij daar samen met zijn vader heen. Jip weet beter waar welke bonen staan, waar de aardappels onder de grond zitten, hoeveel pastinaken er zullen groeien en wat onkruid is en wat niet, dan ik. Hij zaait en oogst al meer dan de helft van zijn leventje, maar zolang het geen aardbeien of frambozen waren, ho maar, dan at hij er niets van. Nu ineens lijkt er een knop om te zijn gegaan: al drie dagen eet hij vol overgave, de zwarte bonensoep (die wel smaakvol is, maar er echt niet appetijtelijk uit ziet), de spinazierisotto, de tomaten en de paprika (‘prapika’ volgens Jip). Hij praat ook vol enthousiasme over datgene wat van de tuin komt. Frans en ik zitten elkaar al drie avonden vol verbazing aan te kijken. Heeft ons beleid – in combinatie met de moestuin – dan echt gewerkt? Waarschijnlijk wel. Maar niet te veel over nadenken en gewoon genieten van onze van-groenten-smullende peuter.

Ik zie bruine krassen!

210415

Niet straffen zit er bij ons inmiddels aardig in. Het is echt niet zo dat ik nooit meer straf of dreig, maar uiterst zelden. Dan moet ik echt de wanhoop nabij zijn. Waar ik ooit onbewust onbekwaam was, ben bewust bekwaam geworden. Wat ‘niet belonen’ aangaat, blijf ik wel erg worstelen: het gaat nog steeds niet vanzelf. Woorden als fantastisch en geweldig zitten niet in mijn persoonlijke beloningssysteem, maar ook ‘goed’ en ‘mooi’ zou ik bij voorkeur niet meer willen gebruiken. Door te belonen met dergelijke woorden kun je een kind afhankelijk maken van jouw goedkeuring (zie blog 30 december). Ook kan hij het gevoel hebben ergens aan te moeten voldoen, of hij kan jouw beloning als manipulerend ervaren (zie blog 31 januari). Ik geloof daar in, dus ik oefen mij in ‘effectief prijzen’ zoals How2Talk2Kids het noemt. Eigenlijk is het idee heel eenvoudig: de volwassene beschrijft wat hij ziet of voelt wanneer hij naar bijvoorbeeld een kindertekening kijkt. Bovenstaande tekening heeft Jip gemaakt. Hij begint nu langzaamaan een beetje gezichtjes te tekenen, maar eigenlijk was er tot op heden in zijn tekenstijl weinig ontwikkeling te bemerken. Hij komt dus al twee jaar aangelopen met tekeningen als deze. Vroeger zei ik: “Oh, wat mooiiiiii!” of “Oh, wat knap!!” en nu beschrijf ik de tekening. “Goh, ik zie bruine krassen en een dikke oranje kras. Wat een bijzondere kleuren heb je bij elkaar uitgekozen: zwart, rood en geel erbij.” Jip staat erbij en knikt, ik sluit af met wat de tekening met me doet: “Ik word er helemaal vrolijk van,” of met wat ik ermee ga doen: “Zullen we hem aan het prikbord hangen?” Ik moet nog steeds op mijn tong bijten om geen ‘mooi’ te zeggen. Jip vraagt tegenwoordig niet meer om bevestiging, maar ik heb geen idee wat er in hem omgaat. Volgens How2Talk2Kids gaat hij op een gegeven moment zelf concluderen waar zijn kracht ligt: ik ben creatief, ik heb gevoel voor kleur of ik ben een kunstenaar. Hopelijk komt het inderdaad, want eerlijk gezegd ben ik vooral aan het wachten op het moment dat hij gaat zeggen: “Ja, dat zie ik zelf ook wel, maar wat vind je er nou van, ma?”

Waarom bewust belonen

Marshmallow experiment

070315

Inmiddels moge duidelijk zijn dat ik wel van een testje houd. Ik stel mijzelf maar al te graag op de proef en hoop dat ik er iets van opsteek. Zonder na te denken over de ethische verantwoording ervan, heb ik vandaag ook mijn zoon getest. Spontaan kwam bij mij de gedachte op om het marshmallow experiment uit te voeren en ik gaf gehoor aan deze gedachte. Voor degene die dit niets zegt: het oorspronkelijke marshmallow experiment mat de zelfbeheersing van kinderen. Dit door ze de keuze te geven om meteen één spekje te krijgen of een kwartier te wachten en dan twee spekjes te krijgen. Ik had net voordat ik het experiment startte Jip met een keukenwekkertje laten ‘voelen’ hoelang vijf minuten duurden. Vijf minuten leken me meer dan voldoende voor de test. Le moment suprême brak aan. “Jip, ik heb hier twee snoepjes. Een ‘hamburgersnoepje’ en een chocolaatje. Vind je ze allebei heel lekker?” “Ja!” zegt Jip enthousiast. Het hamburgersnoepje kwam uit een snoepzak van een kindje van de peuterspeelzaal en hij kijkt er al anderhalve dag reikhalzend naar uit. “Oké,” zeg ik, “je kan kiezen. Je kan nu één snoepje nemen of vijf minuten wachten en dan krijg je allebei de snoepjes.” Jip knikt. “Wil je nu dit snoepje? Of even wachten?” “Snoepje!” zegt hij. Ik geef hem het hamburgersnoepje. Onmiddellijk stopt hij het een deel van de hamburger in zijn mond. Ik moet eerlijk bekennen dat ik een beetje teleurgesteld was. De conclusie dat mijn zoon weinig zelfbeheersing heeft, had ik al getrokken. “Jij hebt gekozen,” zeg ik “één snoepje nu, dan krijg je het chocolaatje dus niet.” Ik wilde het stukje chocola in de la leggen, toen Jip enorm begon te huilen. “Nee, mama!!” roept hij. “Jip,” zeg ik, “je mocht kiezen: of nu één snoepje wilde of over vijf minuten twee.” Hij spuugt het onderste deel van het hamburgersnoepje uit. “Ik heb hem niet opgegeten! Mama, ik ga wachten.” Wat moet ik doen? Had hij mijn intenties niet goed begrepen? Was mijn uitleg beroerd? Kon hij de gevolgen van zijn keuze niet goed overzien? “Goed, Jip, goed. Zal ik het wekkertje op vijf minuten zetten?” Jip knikt door zijn snikken heen. Ik zet de wekker. Jip zit braaf met zijn handen in elkaar gevouwen te wachten tot het tikkende ei voor hem gaat rinkelen. Ondertussen zit ik mijn zonden te overdenken. Wat een lullige test voor zo’n klein mannetje. En ik heb niet alleen hem, maar ook de wetenschap te kort gedaan. Als ik ooit nog zoiets idioots bedenk, lees ik me eerst goed in. Ik beloof het.