De allermooiste engel, dat was ik!

181215
Dit jaar was de eerste keer, in mijn leven als moeder, dat ik met een kerstspel op school in aanraking kwam. Vanochtend, toen alle kleuters in de klas verzamelden, moesten de ouders even op de gang wachten. Dat deden we natuurlijk allemaal braaf en toen we na tien minuten de klas in mochten, waren alle kindjes verkleed en zaten ze in een halve kring in de klas. In het midden van de kring stond een ronde tafel met een kaarsje erop. Voor de kijkers rechts vooraan was de kribbe neergezet met het kindje Jezus er al in. Het was een heel mooi gezicht. Toen alle ouders zaten, op tafels en op de vloer, begon de juffrouw het kerstverhaal voor te lezen. Terwijl ze voorlas, instrueerde ze de kindjes. Zij liepen keurig een rondje om de tafel in het midden als ze ‘op’ mochten en zeiden of zongen eventueel hun tekst. Overal was aan gedacht: schaapjes, herders, een os en een ezel. Het was prachtig. Jozef en Maria waren goed gecast en zo ook mijn zoon. Hij was een engel ;-). Toen hij aan de beurt was, liep hij braaf en met een enorme concentratie zijn rondje. Hij was zó mooi. Met een buik vol vlinders keek ik naar hem. Toen ik hem na schooltijd kwam halen, zei ik tegen hem dat ik erg genoten had van het kerstspel en ook van zijn rol. “Jij was echt de allermooiste engel,” hoorde ik mezelf zeggen. Oeps, moest ik dit nu nog nuanceren? Ik zei tegen mezelf dat het vast niet zo erg is om een keertje zoiets te zeggen. Daarna vergat ik het snel. ’s Avonds, toen Frans naar het kerstspel vroeg, zei Jip:”Het was heel leuk. Ik was een engel. De allermooiste engel, hè mama?” “Uh…..,” zeg ik en besluit het nog maar een keer te bevestigen. Om nu te nuanceren of te ontkrachten, daar doe ik ook geen goed aan, vermoedelijk. “Ja, dat vond ik wel ja, jij was de allermooiste.” De volgende keer net zo intens genieten als vandaag, maar misschien toch maar wat meer bescheiden zijn in mijn reactie naar mijn zoon :-).

Waarom bewust belonen

Zelfingenomen strontjong

180615
Hoe voorkom je dat je kinderen zelfingenomen strontjong worden? De laatste tijd is er veel te doen over het feit dat wij als ouders narcisten van onze kinderen zouden maken. In Midden-Amerika scoort twee van de drie studenten hoog op de narcismeladder, maar ook in Nederland vindt de helft van de 16- tot 24-jarigen zichzelf ‘heel speciaal’. De kinderen van nu hebben geen zelfvertrouwen meegekregen, maar de ouders hebben hen meegegeven dat ze boven het maaiveld uitsteken: ze zijn  meer waard dan de rest. Dat komt door de manier waarop ouders complimenten geven: “Jij bent fantastisch” “Wauw! Megaknap!” “Wat kan jij geweldig tekenen!” (Er bestaat een ware poster met daarop 101 manieren om je kind te prijzen van trainingsbureau ‘Jij bent uniek’). In de psychologiemagazine van mei 2015 werd een onderzoek van Brummelman beschreven, waarin kinderen stellingen werden voorgelegd als: “Kinderen als ik verdienen iets extra’s” en “Zonder mij is het niet leuk in de klas”. Kinderen die hier volmondig ‘ja’ op antwoorden, zijn dezelfde kinderen als die worden overgewaardeerd door de ouders. Misschien denk je nu, dat het niet zo erg is voor je kind om dergelijke overtuigingen te hebben, maar narcitische kinderen zijn niet de populaire kinderen van de klas: ze zijn constant op zoek naar bevestiging en zijn snel gekwetst. Het is dus zaak om een gezond zelfbeeld te kweken en hoe doe je dat dan als je toch graag complimentjes geeft? Het is belangrijk dat je je kind oprecht aandacht geeft, zonder het op een voetstuk te plaatst: veel knuffelen, lieve dingen zeggen, belangstelling tonen en echt luisteren. Als je wil complimenteren, probeer dan te beschrijven wat je ziet: “Ik zie dat je die zware emmer helemaal hierheen hebt getild, je zult je armspieren wel voelen!” of “Wat heb je mooie kleuren bij elkaar uitgezocht, ik word helemaal blij van je tekening!” Wat ook stimulerend werkt, is het proces beschrijven: “Jij hebt hard gewerkt!” “Om dit te bereiken moest je samen met andere kinderen werken en dat is je gelukt!” Door het proces te beschrijven, maak je het doel minder belangrijk voor het kind: je best doen of samenwerken is blijkbaar belangrijker dan slagen. Als ik voor mezelf spreek, vind ik bewust belonen nog moeilijker dan niet straffen, maar het is echt een kwestie van wennen. Op de cursus bij How2Talk2Kids leerde ik dat als er toch een keer woorden als ‘fantastisch’ en ‘geweldig’ uit je mond ontsnappen, je daarna gewoon kunt zeggen wat er dan zo fantastisch of geweldig is aan wat je kind laat zien. Kinderen zien glunderen, dat is toch heerlijk? De kunst is om jouw verrukking te beschrijven en dat is eigenlijk vooral leuk om te doen.

Waarom bewust belonen

Dansen? Ja! Maar wel een beetje stoer hoor!

070615
Mijn oudste is een jongetje en mijn jongste is een meisje. Over de jongste verbaas ik mij niet echt. Hoewel ze lange tijd alleen met auto’s speelde, begint ze inmiddels ook naar poppen om te kijken. Ik vraag me wel af of dit lang gaat duren, want ergens vind ik haar te jongensachtig om werkelijk een poppenmoeder te worden, maar we zullen zien. Dan Jip, een echte jongen, zogezegd. Hij is alleen maar met auto’s, treinen, vliegtuigen en racen bezig. Ik begrijp er niets van; Frans en ik hebben daar allebei helemaal niets mee. Waar heeft hij dat vandaan?  Eind april kreeg ik een artikel uit NRC Handelsblad toegestuurd van mijn schoonvader. Daarin stond dat ouders verwachtingen ten opzichte van het geslacht aan de kinderen doorgeven. De vaders doen dat veel explicieter dan de moeders, maar de invloed van de moeder is uiteindelijk groter. Dat stereotypering in de hoofden van de ouders zit, bleek toen ouders in een onderzoek speelgoed moesten verdelen: typisch jongens speelgoed aan jongens geven en typisch meisjes speelgoed aan meisjes. Dat ging goed, maar toen het andersom moest (meisjesspeelgoed aan jongens en vice versa) ging het trager en werden er veel meer fouten gemaakt. Ook lieten ze ouders uit prentenboeken vertellen, waarin spelende kinderen stonden. Op de plaatjes waar overduidelijk een jongetje met poppen speelde, of een meisje voetbalde, reageerde de vertellende vader expliciet: “Hé, dat is raar, een meisje dat voetbalt,” waar de moeder het vaker in het midden liet, maar wel veel positiever reageerde als het spel paste bij het geslacht: “Kijk dat kindje is leuk aan het spelen.”
Volgens mij heb ik weleens gezegd dat ik zoveel mogelijk ‘genderneutraal’ opvoed: laat ze zelf maar ontdekken wat ze leuk vinden. Meestal als ik bemerk dat Jip iets wil doen dat typisch meisjesachtig is (bijvoorbeeld in een roze jurk naar school, blog 20 maart) dan benoem ik dat de mensen dat meestal anders doen, maar dat hij vrij is om zelf te kiezen. Toen ik bovenstaande had gelezen, vroeg ik me af of ik onbewust misschien toch meer meegeef, dan ik zelf vermoed. Vanmiddag danste ik met Mirre op een leuke zomerplaat: draaien met de heupen, schudden met de billen. Toen kwam Jip erbij, verbazingwekkend snel imiteerde hij mijn bewegingen. Ik besloot gauw iets anders te doen, want toen mijn zoon heupwiegend voor me stond, vond ik het er toch wel erg meisjesachtig uitzien. Ik merkte ook dat ik hem pas complimenteerde toen hij mijn ‘stoere moves’ ook nadeed. Uh………

(Bron: NRC Handelsblad van dinsdag 21 april 2015, uit het proefschrift van Joyce Endendijk, onderdeel van Europees gefinancierde onderzoeksproject ‘Boys will be boys?’ )