Een goed begin


010115.3

Een paar maanden geleden had ik ze geleend van onze gastouder, vandaag heb ik ze – in het kader van mijn goede voornemen – eindelijk uitgeprint: de kaartjes van Kiki. Ze gaan mij en Jip helpen om structuur in de dag te brengen. Ik heb ze een tijdje geleden getest, en het werkt uitstekend. Heel de dag wordt uitgestippeld en we weten precies waar we aan toe zijn en wat ons nog te doen staat. Vandaag heb ik de kaartjes in de vensterbank gelegd. “Kijk Jip, we gaan eerst ontbijten, dan spelen, dan gaan we fruit eten en daarna mag je van het snoephuisje snoepen…” Jip is door het dolle heen. Ik moet toegeven: bij het snoephuisje was hij niet meer te stuiten, maar bij alle kaartjes was hij hartstikke enthousiast. “Jaaaa, ontbijten!” “Jaaaaaa, spelen!” Over snoep hebben we vaste afspraken in huis. De regel is: als papa en mama op de bank koffie drinken, mag je een snoepje. Hij probeert weleens te manipuleren. Als we dan in de keuken koffie drinken, zegt Jip: “Kom papa en mama, op de bank koffie drinken!” Nu met deze structuur zal het nog duidelijker worden en voelt hij misschien niet meer de behoefte om nog invloed uit te oefenen. Dat geeft rust voor hem. Ik leg de kaarten verder neer, en vertel telkens erbij wat we gaan doen. Lunchen, spelen, slaapje, ‘Op Pad’ naar opa en oma, avondeten, spelen, slapen. Een prachtig rijtje. Het geeft mij ook rust. “Uh, mama” zegt Jip. Hij kijkt me aan een wijst naar een plek tussen de laatste spelen- en slapenkaart: “Hier moet denk ik nog het snoephuisje komen.” Hahaha, wat een heerlijke vent. Nog even en dan is het snoephuisje volledig verdwenen in de monden en buiken van onze kinderen. Ik geef mijn zoon een knuffel en schuif de kaart ‘Fruit/koek eten’ tussen de laatste twee kaarten. “Goed zo, mama” complimenteert Jip mij.

Daar teken ik voor!

IMG_9903_edit-2

Als ik aan mijn jeugd denk, dan denk ik aan de lange blonde haren van mijn moeder; hoe ze waaiden in de wind als ik achterop de fiets zat. Of hoe diezelfde blonde haren vastzaten tussen mijn handen en de hoofdsteun van de autostoel voor me, die ik verwoed omklemde wanneer we een autoritje maakten. Regelmatig klaagde mijn moeder dan dat ze alwéér vast zat. Mijn moeder was altijd thuis en bakte taarten of stond andere heerlijkheden te bereiden in de donkerbruin betegelde keuken van ons huis. Waar ik ook aan denk is het spelen met mijn vader: samen de treinbaan opzetten, het opbouwen van de lego-vestingsstad, of het maken van een duplo-toren tot aan het plafond. Allemaal herinneringen die ik koester. Naast deze herinneringen, denk ik helaas ook vaak aan de boosheid van mijn vader. Hij kon soms erg uitvallen tegen mij en mijn zussen. Furieus kon hij worden om gedrag dat in zijn ogen niet gepast was. Als ik daaraan terugdenk, kan ik me nog steeds klein voelen. Toen ik kinderen kreeg, had ik natuurlijk gedacht dat ik dat anders zou doen. Wat ik niet had bedacht, was dat dat zo onwijs moeilijk zou zijn. Door mijn onhandigheid, ongeduld, en onmacht heb ik mijn streven bijgesteld: ik ga mijn uiterste best doen om niet (zo) boos te worden als mijn vader.

De testweek : dag 6

 

Dag 6 (bege)leiden zonder straf. Vandaag was de allermoeilijkste dag tot nu toe. En eigenlijk ging dat maar om één situatie, maar wel eentje die een enorme impact heeft op mijn gemoed. Vanmorgen was heerlijk, op mijn nieuwe moederfiets gingen Mirre, Jip en ik naar tante Ester (mijn zus) in Rijen. Het was heel gezellig. Jip houdt niet zo van bloedworst (understatement), dat weten we nu, maar verder ging alles ‘smooth’. Ik denk niet dat mijn zus dat zal ontkennen.

Op de terugweg naar huis fietsten we door de Stationstraat. Jip wilde bij opa en oma Hazebroek (mijn grootouders van 87 en 93 jaar) langs. Ik weifelde: twee bezoeken op een dag is vaak te veel voor de kinderen. Toch ging ik overstag. Oma was er niet. Samen met opa kletsten we wat over ditjes en datjes. En op een gegeven moment bracht ik ook deze ‘opvoedtest’ in. Opa luisterde aandachtig. Ik was nog niet uitverteld of Jip begint op Mirre in te slaan. Vervolgens trekt hij ook nog aan haar haar. Ik laat duidelijk merken dat ik er niet van gediend ben. Dan ‘pakt’ hij mij. Het lijkt totaal uit de hand te lopen. Als hij rustig is, vraag ik wat er nou gebeurde. Dat hij best boos mag zijn, maar dat hij dan kan stampen met zijn voeten. Hij zegt ‘ja’ en knuffelt me, maar de situatie herhaalt zich tien minuten later. Ik besluit om naar huis te gaan. “Het was toch te veel,” denk ik bij mezelf. Bij het vertrek, gaat het weer mis. Jip wil wel zijn jas aan, niet zijn jas aan, wel zijn jas aan, etc. Uiteindelijk laat Jip zich door opa in zijn jas helpen. Ik hoor opa tegen hem zeggen: “zoals vandaag heb ik je nog nooit meegemaakt.” De opmerking raakte me meteen. Ik ging in de verdediging. Ik zei dat we normaal altijd ’s morgens kwamen, als de kinderen op hun best zijn, dat ik dan speelgoed bij me heb en dat Jip best z’n buien mag hebben, maar ik voelde dat mijn woorden niets meer konden veranderen aan wat net gezegd was en aan mijn gevoel daarbij. Ik was verdrietig (gekwetst), onzeker (doe ik hier wel goed aan?) en teleurgesteld (hè, waarom deed Jip nou net bij opa zo?). Met dat gevoel zwaaide ik naar opa tot de deuren van de lift het visuele contact verbraken. Beneden aangekomen probeerde ik opnieuw tot een afspraak met Jip te komen over ‘boos zijn’, maar ik had niet het gevoel dat wat ik zei werkelijk tot hem doordrong. We stapten op de fiets en gingen naar huis. “Wat is nu het meest prominente gevoel? En wat zegt dat gevoel mij dan?” vroeg ik me af. Ergens in de Oosterhoutse bossen kwam het antwoord: de teleurstelling is het ergst. Als ik alleen met de kinderen thuis was geweest, had ik er veel minder last van gehad. Daar ben ik van overtuigd. Het oordeel van mijn opa, daar til ik blijkbaar erg zwaar aan. Ik had graag gezien dat Jip zich anders had gedragen. Dat betekent dus dat ik wil dat hij anders is. Ik kan de situatie en op dat moment dus ook hem niet accepteren en wil de controle houden. Wat een verschrikkelijk inzicht! En ik weet op dit moment ook even niet, of ik er nou nog lang niet ben, of dat deze methode misschien toch niet zo heilig is. Thuis aangekomen zei Frans: “die twijfel hoort erbij, liefie, natuurlijk komen er ook zulke momenten. Daar moet je doorheen.” Zo lief! Maar ik weet het echt even niet hoor, ik ben heel benieuwd naar de conclusies die ik morgen – op de laatste testdag – ga trekken.