Bij de improvisatieles blijven

Improvisatietheater
De eerste helft van mijn leven was ik nogal mensenschuw. Niet dat je dat aan de buitenkant kon zien, op af en toe een rood hoofd na, maar er was voortdurend angst. Ik was bang dat ik niet het juiste zou zeggen of doen en daarop afgerekend zou worden. Kinderen vond ik helemaal verschrikkelijk. Vooral kleine kinderen, zij kunnen namelijk buitengewone dingen tegen je zeggen of malle streken uithalen die vragen om een reactie. Ik had niet de spontaniteit om daarmee om te gaan en had het gevoel dat de hele wereld naar mij keek als ik probeerde op dit buitensporige gedrag te reageren. Het liefst ging ik om met volwassenen, die bekend zijn met de omgangsvormen. Dat was wel zo veilig. Eenentwintig was ik toen ik bedacht dat ik wat aan die sociale angst wilde doen. Ik wilde kennismaken met mijn eigen spontaniteit en ervaren dat ik daarop kon vertrouwen in interactie met anderen. Zo kwam het dat ik op toneel ging en begon met improvisatielessen. Mijn doel is daar gerealiseerd en ik maak er nog dagelijks gebruik van. De basisregels van improviseren zijn namelijk heel erg handig in relatie met je kinderen. Zeker ook wanneer je opvoedt zonder straf. De eerste regel gaat over het durven nemen van risico’s en niet bang zijn om te falen: ga onvoorbereid een scène in (met kinderen aan scènes geen gebrek :-p). Wees helemaal spontaan en open. Alles kan en alles mag. Denk niet te veel na en ben niet bang om te falen. (Check!). De tweede regel zegt dat je samen een stralend team bent: je speelt niet voor jezelf, maar je speelt met en voor elkaar. Samen ga je de scène verder brengen. Wees alert. Door goed af te stemmen op elkaar en de ander volledig te accepteren, kom je samen verder. (Check!). De derde regel houdt simpelweg in dat je geen ‘nee’ zegt, of ‘ja, maar’. Alles wat de tegenspeler inbrengt is “Ja!”. Op die manier blijft het spel doorlopen, bij “Nee” zou het blokkeren. Als iemand bijvoorbeeld zegt: “Je gulp staat open,” en jij zegt “hij staat niet open.” Dan is het spel dood. Hij staat dus open. Met dat feit heb je dan te dealen. Nog steeds ben ik blij dat ik mijzelf deze basisregels ooit eigen heb gemaakt. Ik ben niet bang om op creatieve impulsen in te gaan en zonder script schoenen te laten praten, die Jip in eerste instantie niet aan zijn voeten wil. Ik heb vertrouwen dat het gesprek tussen de twee schoenen zich vanzelf ontrolt. Ook weet ik dat ik om kan gaan met een Jip die ook allerlei ideeën heeft over wat die schoenen tegen elkaar zeggen. Uiteindelijk werken Jip en ik samen naar het moment waarop beide schoenen aan de voeten zitten. De ene scène is natuurlijk de andere niet. Als de geïmproviseerde scène mislukt, dan volgt er vanzelf een andere. Zo’n scene die de meeste ouders maar al te goed kennen en het liefste vermijden. Wellicht eentje die net zo interessant is om naar te kijken, maar met veel minder spelplezier.