Mijn opa is overleden

290116

Een paar uur na mijn laatste blog, die ‘Stap uit het drama’ heette, heeft mijn opa het leven gelaten. Voor mij had opa een grote rol in het drama en het is alsof deze samenloop van gebeurtenissen niet toevallig is. Mijn opa is 94 jaar geworden. Ook met hem heb ik gesprekken over mijn boosheid gehad en over die van hem en van mijn vader. We hebben huilend bij elkaar gezeten, omdat we samen de laag onder de boosheid of de spijt erna zo intens voelen. En nu is hij er niet meer. Jip zal zich later misschien nog een vaag beeld herinneren van deze hele oude opa. Voor mij is hij heel belangrijk geweest in mijn leven. Hij wist altijd veel van mij, en ik voelde al van kleins af aan veel liefde en waardering van hem naar mij. Pas sinds een paar jaar weet ik ook dat hij  de – via hem aan mijn vader doorgegeven woede – op zijn manier probeerde te verzachten. Mijn lieve opa, zal hij van boven nog kunnen zien hoe we het hier allemaal doen beneden? “Het leven is mooi, maar moeilijk,” zei jij altijd. Voor mij en voor hem is dat waar. “Je moet er het beste van maken,” een andere uitspraak. Dat ben ik zeker van plan, opa, en als achteraf blijkt dat ik inderdaad uit het drama ben, had u op geen mooier moment kunnen gaan. Mijn oma zei: “Je moet gewoon niet meer boos worden.” Mijn opa zei: “Ik heb vertrouwen in je. Ik geloof dat jij het kan.” Allebei de bemoedigingen heb ik nodig. Dank je wel lieve opa, dat je er heel mijn leven voor me bent geweest. Dank voor het vertrouwen. Ik geloof ook dat ik het kan. Ik sluit deze blog af met de woorden die ik ook op zijn crematie zal zeggen: bedankt voor het doorgeven van het leven.
Ik ga er het beste van maken.
Alle liefde
X

Stap uit het drama

270116

Ergens rond oudjaar postte ik (weer eens) een blog over woede. Een zwager van me reageerde daarop met de woorden dat het zaak was om niet te spiegelen of vergelijken: mijn verhaal is niet het verhaal van mijn vader, of van Jip. Hij had een punt. Misschien is daar ook wel het moment geboren waarop ik bedacht dat ‘loskomen’ van alles de volgende stap was: los van het verleden, los van de zelfovertuigingen waarop de woede aanhaakt, los van het oordeel op de woede. Binnen in mij begon een ander gevoel te ontstaan. Ik stond op de vooravond van het loskomen van het verhaal waarin ik gevangen zat. Er kwam verandering, bevrijding zelfs, maar wat dat precies was of hoe dat zou gaan wist ik niet. Afgelopen maandag lunchte ik met een oud-docent van de Hogeschool. Een inspirerende man die de tijd nam om mijn verhaal – over het thema woede in mijn leven – aan te horen. “Jouw verhaal is als Goede Tijden, Slechte Tijden,” zei hij: “je leeft in een drama. Daar moet je mee ophouden.” Ik kijk de goede man bijna verbijsterd aan. Drama? Wat bedoelde hij precies? “Maartje, heel veel mensen zitten verstrikt in het drama. Ze leven en beleven hun verhaal telkens weer en blijven ronddraaien in hetzelfde cirkeltje. Het is net als bij GTST, over tien jaar ziet het er allemaal nog precies hetzelfde uit.” Ik kon nog steeds niets uitbrengen. Het enige wat ik deed was luisteren en voelen hoe zijn woorden binnen in mij resoneerden. Hij begon uit te leggen hoe het hele complexe bouwwerk van gevoel en denken was opgebouwd uit vier lagen: het niveau van het drama, waarop mensen hun verhaal maar blijven herhalen, het gevoel van emoties waarop dat verhaal ‘drijft’ en kan blijven bestaan, het niveau van overtuigingen en levensthema’s die de emoties veroorzaken en het niveau van de ziel die hier is gekomen om te leren. Wat hij zei vond ik aannemelijk klinken. Voor mij was nu de tijd gekomen om juist in die bovenste laag wat veranderen, in de laag van ‘het verhaal’. “Maar kan ik er echt zomaar uitstappen, als is het een besluit?” vroeg ik. “Ja, dat kan. Mij is het gelukt,”zei hij. Op de twee dagen die volgden gingen zijn woorden regelmatig door mijn hoofd. Zou het echt zo werken? Kon ik gewoon eruit stappen? En wat dan? Had ik niet wat handvatten nodig? De volgende avond ontmoette ik een vriendin. En alsof het was voorbestemd, vertelde ze een verhaal over haar oordelende moeder en hoe ze op een gegeven moment besloot niet meer in elkaar te duiken bij haar woorden, maar te zeggen: “Mama, dat is jouw overtuiging. Ik vind van niet en doe het op mijn manier, maar ik houd evengoed van je.” Met grote ogen had de moeder haar aangekeken. Ze was het niet gewend dat haar dochter haar weerwoord gaf en ‘ik houd van jou’ dat zeiden ze niet tegen elkaar. Vanaf dat moment was de relatie tussen mijn vriendin en haar moeder veranderd. Met open mond had ik zitten luisteren. Zij gaf mij de sleutel waar ik naar zocht op een presenteerblaadje. De sleutel om de deur mee open te maken en uit mijn drama te stappen. Deze eenvoudige zin heeft namelijk alles in zich: respect voor de ander, de erkenning voor jezelf (door het aangeven van grenzen) en het in verbinding blijven met de ander door het uitspreken van de liefde die je voelt. Dat zoiets kleins, zo’n grote openbaring kan zijn. “Oh dank je wel, dit ga ik bij Jip doen!” zei ik tegen haar. Deze ochtend werd ik meteen enorm uitgedaagd. Toen ik voelde dat ik het gedrag van mijn kleuter echt niet meer oké vond, zei ik. “Jip, ik vind het echt niet leuk wat je nu doet, maar ik houd wel van je.” Hoewel ik de woorden wel echt voelde, rolden ze bijna als een toverspreuk over mijn lippen en bijna als een toverspreuk werkte de opmerking ook uit. Jip bond in: het trappen naar mij stopte, zijn boosheid werd verdriet en hij liet zich troosten. Ik werd helemaal warm van binnen. Was dit een momentopname of een nieuwe weg? Het antwoord heb ik nog niet. Hoeft ook niet, vanochtend was er alleen dat wat er gebeurde en dat was goed. In dat moment kon ik alleen nog maar dankbaar zijn en heel veel kusjes geven op zijn bolletje.

Zelf doen!

240116

“Zef doehoen”, de woorden schallen tegenwoordig met regelmaat door ons huis. Op dit moment mag ik me niet bemoeien met onze tweejarige. Werkelijk alles wil ze zelf doen. Haar maillot of broek ophijsen na een toiletbezoek, zelf de dekens over zich heen trekken, een boterham smeren. Eigenlijk kan ik mijn natuur niet meer volgen, want ze steekt er altijd een stokje voor. Het vraagt geduld, want je moet gewoon wachten tot ze je wel vraagt of je neerleggen bij het feit dat het tien keer zo lang duurt. Gelukkig heb ik meestal genoeg geduld, want als we samen zijn, hoeven we meestal niet zoveel. Regelmatig weet ik ook dat ze er niet uit gaat komen, een punt slijpen bijvoorbeeld, heerlijk om naar te kijken. Soms weet ik ook dat het helemaal mis gaat, ze heeft bijvoorbeeld bedacht dat ze het drinken uit een pakje over wil gieten in een bekertje. Dat laat ik dan ook maar gebeuren. Na het experiment zitten zowel zijzelf als de tafel onder de appelsap, maar ze mocht het wel ‘zef doen’. Gisteren was ik met mijn zus in gesprek en onderwijl trok ik het cellofaan van Mirre haar toetje. Ze was iets tegen me aan het roepen, maar ik wilde even mijn zin afmaken. Ik gaf haar het toetje aan en ze was heel boos op me. “Nee mama, zef doehoen!!” Met een “oh sorry,” probeerde ik het cellofaantje tevergeefs terug te plakken. Toen ik haar daarna haar lepel aangaf, zodat ze kon eten, was ze weer boos. Demonstratief legde ze de lepel terug op de plek waar ik het had gepakt. “Nee, zef doen,” zei ze met een verwijtende blik en toen pakte ze de lepel weer op. Mijn zus en ik moesten lachen. Boos keek Mirre ons aan. “Nee grappig,” zei ze. We stopten prompt met lachen. Mirre heeft gelijk. ‘Zelf doen’ is een serieuze zaak. Het toetje ging er goed in en ik mocht helpen met de laatste restjes. Gelukkig maar, het gaat allemaal al snel genoeg, voor je het weet kunnen ze het echt allemaal zelf doen.