Een stapje naar voren en heel veel terug

Volwassen oog met traan

Eind september had ik een afspraak met de peuterleidster van de peutergroep van Jip. Ze had een evaluatie opgemaakt voor de overstap naar de kleuterschool. Ik kon me overal in vinden, behalve in: ‘hij wordt nooit boos’ en in ‘geen last van plotseling omslaande emoties’. Op dat moment liet ik merken dat ik mijn zoon daar niet in herkende, maar dat ik blij was te ontdekkenen dat hij zijn emoties kon bedwingen of wist hoe het hoorde. Toen ik het zei, meende ik dat ook, maar niet lang daarna herkende ik het patroon. Niemand kon achter de rustige man die mijn vader was, bedenken hoe woest hij kon worden en ik hoor zelf ook vaak dat mensen het zich bij mij niet voor kunnen stellen. Een pijnlijke constatering. Hoe is het mogelijk dat mijn zoon dit nu al heeft gekopieerd? Is dit een combinatie van karaktereigenschappen en de plaats in het gezin, zijn gevoeligheid, verantwoordelijkheidgevoel en de (mede uit deze twee eigenschappen ontstane) neiging tot woede? Of doet hij mij exact na en ziet hij mijn redelijk aangepaste gedrag in het openbaar? Het blijft zo moeilijk om mijn zoon hierin goede begeleiding te geven, wanneer ik zelf nog niet klaar ben met dit thema. Ik kan soms nog steeds zo ongelooflijk boos worden als hij ineens keihard begint te gillen, omdat hij iets niet mag van mij of wanneer hij (ogenschijnlijk) uit het niets zijn zus aanvalt. Gisteren bijvoorbeeld zat Mirre op een kussen dat zogenaamd een brug. Toen ze weigerde daarvan af te gaan, gooide Jip uit pure wanhoop en frustratie een autootje tegen haar hoofd, hard. Op zo’n moment vergeet ik het opvoeden zonder straf weleens. Woest word ik, ik ben minstens zo opvliegend als hij, alleen de fysieke aanval ontbreekt. Dan kan ik zo afkeurend naar hem zijn, dat ik hém afwijs in plaats van zijn gedrag. Het is goed mogelijk dat juist hierdoor het patroon in stand blijft. Hij wordt niet gezien, integendeel hij wordt afgewezen. Deze afwijzing, of angst daarvoor, neemt hij mee in de contacten die hij aangaat met anderen, hij blijft op zijn hoede, uit zich niet volledig, stapelt op en thuis gooit hij alles eruit. Ik had zo gehoopt dat mijn worsteling niet de zijne zou worden, maar vrees er echt voor. Zolang als ik ‘woede’ blijf zien als iets dat ik niet wil, blijf ik vechten. Soms kan ik er even mee dansen en zijn we maatjes, maar zodra ik die constatering doe en denk ‘ik ben er bijna’, wordt het weer een entiteit die los van mij staat en doe ik weer heel veel stappen terug. Zolang ik meer stappen vooruit blijf doen dan achteruit, is het goed, maar ik zou graag wat sneller gaan, vooral uit belang van mijn kinderen.

Waarom bewust belonen

Veel te veel speelgoed

271215

Zoekplaatje: vind de kerstman

Hoewel Mirre wat meer aandacht begint te krijgen voor (het welzijn van) haar pop, weten we bij haar nog steeds niet precies wat ze nou leuk vindt. Niets kan lang haar boeien. Dan Jip, die kan bijna overal interesse voor opbrengen, maar hij heeft één echte passie, of eigenlijk twee: Cars en Planes. Ik kan me nog herinneren dat hij zijn eerste Carsauto kreeg. Het was Sheriff, we vonden hem op een rommelmarkt. Jip was zo ongelooflijk blij, echt door het dolle heen. Vanaf dat moment keken we regelmatig op rommelmarkten of we nog een auto uit de befaamde Disneyfilm vonden. Vaak vonden we niets en soms wel. Langzaam breidde hij zijn verzameling uit. In oktober was Jip jarig, daarna volgende Sinterklaas, toen volgde de postbode (die speelde na 5 december nog twee weken voor Sinterklaas met de vertraagde zendingen uit China) en ook met kerst hebben de kinderen hier en daar cadeaus gekregen. In Jips sociale omgeving zijn meer mensen (ook grote!) die weg zijn van Planes en Cars. Zij zijn net zo hard bezig met het compleet maken van de collectie van Jip. Met lede ogen kijk ik toe hoe er meer en meer van het spul in huis komt. Jip is nog even blij als in het begin, alleen de duur van de blijdschap is teruggelopen van enkele dagen naar enkele seconden. Hoe ga ik mijn zoon bijbrengen waar het echt om draait in het leven als zijn kleine wereld volstroomt met materie? Frans rekent erop dat hij dat vanzelf leert en dat het slechts een kwestie van tijd en levenservaring is. “Hoe was jij vroeger?” vraagt hij. Ja, als de speelgoedfolder rond Sinterklaastijd weer binnenkwam, waren mijn ogen ook groter dan de portemonnee van mijn ouders. En daar zat precies het verschil: ik kreeg het dus ook gewoon niet. Als ik één ding van de speelgoedfolder kreeg, was het veel.  “Feit blijft dat je denkt dat je blijer bent als je al die spulletjes hebt en erachter moet komen dat dat niet zo is,” zegt Frans. Waarschijnlijk heeft hij gelijk. Pas geleden zag ik kindertjes die meededen aan een psychologisch experiment. De kinderen waren ongeveer tien jaar en hadden het thuis helemaal niet breed. Voor hen werden twee cadeaus neergezet. Het eerste cadeau wilden ze zelf heel erg graag hebben, het tweede cadeau viel veelal onder de categorie gebruiksvoorwerpen, het was een cadeau voor de papa of mama: een koffiezetapparaat of een strijkijzer. Er werd de kinderen gevraagd een keuze te maken tussen de cadeaus. Ze mochten er maar één mee naar huis nemen. Je zag de wanhoop op de gezichtjes, het merendeel van de kinderen had het erg moeilijk met de keuze. Maar uiteindelijk kozen ze er toch voor om het cadeau voor de ouder mee te nemen. Tranentrekkend vond ik het, zo mooi. Is dit de levenservaring die de kinderen hebben? Loyaliteit? Of weten ze intrinsiek echt wel waar het om gaat? Ik hoop op het laatste en probeer sowieso maar te vertrouwen op de overtuiging van mijn lief.

Videofragment: https://www.youtube.com/watch?v=OnZfRh_7tzw

 

Mama, wat is winter?

271214.1 In de sneeuw
Mensen, kinderen, ik val maar gewoon met de deur in huis: ik ben ontregeld. Eens te meer ontdek ik dat ik een seizoenenmens ben. Wat er nu gebeurt in ons land, dat klopt gewoon niet. Ik heb nog geen sjaal gedragen dit jaar en afgelopen weekend zat ik zelfs op een terrasje, terwijl het overmorgen kerstmis is. Absurd. Sommige mensen zijn blij dat het niet zo koud is, die hebben geen vetlaag of zijn bijvoorbeeld gezien hun leeftijd en fysieke hoedanigheid bang om te vallen. Begrijpelijk, maar ik vind het niks. Ik ben in mijn werkende leven bezig met het veranderende klimaat, dit gaat me aan het hart, en misschien is het daarom dat ik het ook extra moeilijk vind om hiermee om te gaan. “Hallo? Waar blijft de winter?” denk ik elke dag als ik opsta. Het doet echt een beetje pijn. Ik wil vrieskou, snijdende wind, ijs op de vijvers, knarsende sneeuw, overwegen of de straat op gaan wel verstandig is en bijna of helemaal onderuit gaan door de gladheid. Ik wil een winter, zoals een winter bedoeld is. Ik wil mijn kinderen niet uit hoeven leggen wat ‘winter’ betekent, wat schaatsen zijn, hoe je een sneeuwpop maakt en hoe leuk het is om te sleeën. Ik wil ze dubbel gevoerde jassen aandoen, een dikke sjaal om, een muts op en wanten aan. Ik wil niets uit hoeven te leggen als ik ‘Pippa en Pelle in de Sneeuw’ voorlees. Ik wil dat ze zelf met verhalen komen, omdat ze hebben ervaren wat winter is. Omdat ze weten hoe het voelt wanneer je ogen tranen en je neus druipt van de kou, hoe naar het kan zijn om koude handen en voeten te hebben. Hoe fijn het is om thuis te komen, de sneeuw van je laarzen te kloppen, je jas te drogen te hangen en jezelf op te warmen bij de kachel (oké, die hebben we niet) met erwtensoep of chocomel. Ik breng mijn kinderen met alle liefde van alles bij, maar ik hoop voor mijzelf, voor mijn kinderen en voor alle ijsberen op de Noordpool dat ik aan het begrip ‘winter’ niet al te veel uitleg meer hoef te geven.