Mijn kind luistert niet!

260415
Soms hoor je mensen zeggen: “Mijn kind luistert op dit moment echt niet!” De meeste mensen bedoelen waarschijnlijk dat hun kind op dit moment wel erg tegendraads is; ik heb zelf ontdekt dat het ene kind het andere niet is. Sommige kinderen zijn minder geneigd zich te voegen naar de wensen van hun ouders of andere volwassenen, dan andere kinderen. Maar als iemand de zin  ‘mijn kind luistert niet’ uitspreekt, is toch het eerste wat ik denk: “En luister jij wel naar je kind?” Waarom wil hij iets niet? Wat maakt dat hij juist nu in de weerstand schiet? Heb je daar wel aandacht aan gegeven? Gisteren hebben we een feestje gegeven, omdat Mirre twee werd. Mijn kinderen doen de hele dag hun ding. Veel regels zijn weggevallen, want ik heb geen zin om de hele dag politiemannetje te spelen. Er is dus meer lawaai, als andere kinderen komen vertellen dat er vieze woorden worden gezegd dan ga ik niet op hoge poten naar boven om verhaal te halen, ik maak geen afspraken over snoep en het speelgoed hoeft de hele dag niet opgeruimd te worden. Alleen soms zijn er momenten dat ik wel wil dat ze doen wat ik ze vraag. Dat is dan hartstikke moeilijk, de losgeslagen hoofdjes zijn minstens zo overprikkeld als dat van mij. Ik heb niet de rust om aandacht te geven aan de weerstand en die lijkt alleen maar groter te worden daardoor. Niet luisteren, werkt niet luisteren in de hand. Wie begon er eigenlijk met niet luisteren? Het lukt me niet altijd om goed in te leven en mijn kind is niet altijd in staat op gehoorzaam te zijn. Dat is allemaal oké. Want om bij het ‘niet luisteren’ van je kind te blijven. Als je goed nadenkt, wil je geen kind dat alleen maar luistert. Natuurlijk is het fijn als je samen in harmonie kan leven, maar je wil toch je kinderen niet leren dat ze zich volledig naar anderen moeten voegen? Dat tegendraadse verdient de aandacht, want daarin zit de eigenheid van jouw kind.

Waarom straffen

Moet ik boos worden?

290815

“Ik zou weleens gewóón boos willen worden,” zei ik een tijd geleden tegen mijn moeder. Eigenlijk kan of kon ik niet echt boos worden. Ik voelde niets van irritatie, boosheid, frustratie en dan ineens was ik ziedend van woede. Dat vond ik zo erg, dat ik tegen mezelf zei dat dat niet mocht gebeuren en op die manier zat ik klem in een negatieve spiraal: boosheid mag er niet zijn en dan net zo lang wegdrukken tot ik ontplof. “Boosheid is ook een vorm van straf voor je kinderen,” zei de trainer van How2Talk2Kids in de cursus die ik vorig jaar volgde. Dat zinnetje is vaak door mij heengegaan. Ik wil graag opvoeden zonder straf, maar mijn buien hangen bijna letterlijk als een donderwolk boven mijn kinderen. Wat een huichelarij. Ik kon er heel verdrietig van worden. Het opvoeden zonder straf leek het soms zelf erger te maken, omdat grenzen aangeven een grotere uitdaging vormt. Als je je eigen grenzen niet eens goed aanvoelt en dan ook nog eens van jezelf verlangt om een draai te geven aan een lastige situatie, terwijl je eigenlijk zwaar geïrriteerd bent, dan maak je het jezelf erg moeilijk. Volgens mij heb ik het al eens eerder verteld, ik ben nog steeds bewust onbekwaam en soms al een beetje bewust bekwaam als het gaat om omgaan met boosheid. Het is keihard werken om boosheid anders te hanteren; mijn manier lijkt zo verweven te zijn met mij. De oplossing klinkt heel simpel: uit elke boosheid in jezelf, hoe klein ook, onmiddellijk. Op deze manier wordt het nooit groot. Daar oefen ik nu mee en ineens hoor ik mezelf dus zo’n zinnetje uitspreken dat ik alleen van andere ouders ken: “Moet ik soms boos worden?” Lieve mensen, ik ben zo blij met deze zin. De zin is alleszeggend: eigenlijk ben ik al geïrriteerd, dat ervaar ik ook in mijzelf en ik geef er uiting aan. Alleen daarom zou ik al een vreugdedansje willen maken. Ook het effect van deze zin is vaak buitengewoon indrukwekkend. Jip, want daar gaat het vaak nog om, staakt meestal zijn activiteit en zegt: “Okeeeeeee.” Hij weet natuurlijk hoe boos ik kan worden, dat zou mee kunnen spelen, maar desondanks ben ik blij dat dit zinnetje op zijn minst ervoor zorgt, dat mijn boosheid mij en de kinderen niet meer overvalt.

Waarom straffen

Binnen tien tellen in slaap

270815
“Ik ga je pakken!!” Als zo het bedritueel begint, dan is het naar bed gaan meestal nog wel even leuk. Helaas, vaak als het daarna toch werkelijk gebeuren gaat, wordt Jip alsnog boos. Gisterenavond ging het ook zo: ik zat op de bank en de laatste vijf minuten waren net ingegaan, toen Jip me voorbij liep. Ik trok hem ineens bij me op de bank en zei dat het tijd was om naar bed te gaan. Jip lachte en spartelde en riep dat hij niet wilde. “Ik heb een idee! Ik heb een idee!” riep ik boven zijn geroep uit. “Als jij binnen tien tellen hier in slaap valt, mag je hier bij mij op de bank blijven liggen. Dan hoef je niet naar bed.” Ik ging ervan uit dat het hem nooit zou lukken en dat dat ook overduidelijk zichtbaar zou zijn. “Oké, oké,” zei Jip en hij kneep zijn ogen stijf dicht. Ik telde hardop tot tien en bedacht me even hoe het zou zijn als hij zijn ogen wél dicht zou houden. Gelukkig vond ik dat deze avond geen schrikwekkende gedachte. Bij tien had Jip zijn ogen nog steeds stijf dicht, maar twee seconden later moest hij zo hard lachen dat hij ‘af’ was. “Hè, jammer hoor Jip, nu moet je toch naar bed,” zei ik eveneens lachend. “Nee, mama, mama, mag ik nog één keer proberen?” “Nou vooruit,” zei ik nog meer overtuigd dan zojuist, dat hij het toch niet voor elkaar zou krijgen. “Maar als het dan weer niet lukt, zonder mokken naar bed hoor Jip!” Jip ging akkoord, hij kneep zijn ogen weer stijf dicht en ik begon te tellen. Ditmaal hield hij na de tiende tel zeker nog drie seconden zijn ogen dicht, toen probeerde hij stiekem naar mij te kijken. Ik riep heel hard: “Af!” en toen lachten we allebei weer. Jip toonde zich een waardig verliezer, want daarna is hij zonder zeuren naar bed gegaan.

Waarom straffen