Slapen tussen vier MUREN :-D

300715

Waar ik, voordat we naar de camping gingen, niet echt bewust van was, is hoe fijn het is om te slapen tussen vier muren. Of eigenlijk hoe fijn het is als de kinderen tussen vier muren van bakstenen of beton slapen. Mirre en Jip gingen op vakantie tegelijkertijd naar bed. Ze hadden een gezamenlijke slaapcabine, maar voor het inslapen legden we ze apart. Gescheiden door een stukje stof hebben ze elke avond minstens een half uur, maar meestal langer, gedaan over inslapen. Het bleef leuk om ‘mama’, ‘papa’, elkaars naam, of iets anders te roepen vanuit hun bedjes. Hoewel na 20:30 uur onze rust kon beginnen, was het eerst nog even het geroep aanhoren en af en toe naar de tent lopen om te zeggen dat ze echt moesten gaan slapen. Zwaar vermoeiend. We zijn meerdere keren boos geworden op Jip, de arme jongen, want “als hij stil zou zijn, werd Mirre vanzelf ook stil!”. Rond half tien sliepen ze meestal in en hoewel ze thuis het klokje rond slapen, was daarvan op de camping helaas geen sprake: ’s Morgens waren onze kinderen de eerste menselijke wezens waar weer geluid uit kwam, veel geluid. Elke ochtend dacht ik weer: “Nee, het is nog veel te vroeg.” We begonnen met zeggen dat ze nog even stil moesten zijn, maar binnen vijf minuten konden we – om de overlast te beperken – niets anders dan ze bij ons in bed nemen. Nu is het eindelijk afgelopen. De kinderen slapen thuis beter, ze houden of maken elkaar niet wakker en als we ze rond acht uur in bed hebben liggen, zetten we het eerste half uur de babyfoon uit en horen we het geroep van Mirre niet. ’s Avonds hebben we nog even tijd voor onszelf en kunnen desondanks acht uur slapen. In de ochtend, als ze hier wakker worden, zeggen we: “We komen zo!” en dan gunnen ze ons de tijd om op ons eigen tempo uit bed te komen. Kortom, het is heerlijk om weer thuis te zijn. Ik ben heel benieuwd of we volgend jaar weer in een tent gaan zitten. Ik denk dat ik – voordat we de vakantie plannen -eerst mijn blogs van dit jaar een keer overlees. Maar goed, dat is pas over een jaar. Nu eerst maar eens bijkomen van deze vakantie.

De oudste, de verantwoordelijke

brother sister
“Jip, zorg jij ervoor dat Mirre in de buurt van de tent blijft?” “Jip, kun jij er op letten dat Mirre geen snoepje pakt?” Hier op de camping merk ik hoe makkelijk ik Jip in de rol van ‘de verantwoordelijke’ duw. De kinderen kunnen overal heen en ik wil ook weleens alleen naar de wc kunnen (als Frans op de racefiets zit bijvoorbeeld). Het is heel erg makkelijk voor mij om Jip als oudste verantwoordelijk te maken. Ten eerste voelt Jip zich de grote jongen, ten tweede doet hij – doordat ik een beroep op zijn verantwoordelijkheid doe – óók wat ik wil, ten derde hoef ik zelf minder op zijn zusje te letten en tenslotte tref ik bij terugkomst geen partners in crime aan, want dan kan ik pas echt aan de bak. Het lijkt me positief om Jip verantwoordelijkheidsgevoel bij te brengen, maar toch voelt het niet helemaal in de haak en dat is het natuurlijk ook niet. De rol is te belastend voor de kleine jongen. Hij wordt degene die Mirre corrigeert op het moment dat zij grenzen overschrijdt, met alle gevolgen van dien. Een ruzie is zo gemaakt als je als ouder de ene verantwoordelijk maakt voor de ondeugd van de ander. Daarnaast gaat Jip zich op andere momenten ook bemoeien met de ongehoorzaamheid van zijn zus. Dan zeg ik dat dat niet de bedoeling is, maar ik ben me ervan bewust dat ik het zelf in de hand heb gewerkt. Gisteren ben ik eindelijk begonnen in het boek ‘Broers en zussen zonder rivaliteit’ van How2Talk2Kids. Het onderwerp verantwoordelijkheid staat er niet als zodanig in beschreven. Wel staat erin dat de oudste, middelste en de jongste kinderen in het gezin vaak in bepaalde rollen en posities worden geduwd door hun ouders. Kinderen gaan zich vervolgens bijna automatisch gedragen naar de rol die zij krijgen opgelegd. Ook als deze negatief is, zoals bijvoorbeeld ‘de driftkikker’. Daarnaast vertelt het boek dat het vaak gebeurt dat wanneer het ene kind ‘de verantwoordelijke’ is, het andere kind vaak de tegenovergestelde rol krijgt, ‘de onverantwoordelijke’ dus in ons geval. Dat had ik zelf niet bedacht, maar het is logisch, want als er iemand is die ‘op moet letten’, is er ook iemand waar kennelijk dus ‘op gelet moet worden’.  Ik moet eerlijk bekennen dat ik dit patroon bij onze kinderen, hoe klein ze ook zijn, al wel herken. Op de terugweg naar huis ga ik de rest van het boek lezen. De verleiding weerstaan om Jip alle verantwoordelijkheid in de schoenen te schuiven staat bovenaan de prioriteitenlijst.

Relaxen aan het zwembad

Kindje aan rand zwembad

Garantie voor een fijn samenzijn is het zwembad. De camping heeft slechts een bad van 1,40 meter diep, dat begint met een brede trap. De eerste dagen van de vakantie heb ik de kinderen gewoon langs de rand laten spelen. Zelf lag ik onder een parasol op een ligstoel toe te kijken. “Als ze erin vallen, dan spring ik er wel achteraan,” zei ik tegen de andere gasten, die vroegen of het niet gevaarlijk was. Hoewel mijn ervaring met Jip is, dat kinderen echt niet zomaar het water in vallen, maar heel voorzichtig zijn, bleef ik zeer alert. Gelukkig maar, want op een zeker moment valt Mirre inderdaad in het zwembad. In no time ben ik achter haar aan gesprongen en vis ik haar uit het water. Volgens mij heb ik nog geen vier seconden nodig gehad om haar te redden. Zowel Mirre als ik zijn geschrokken. Ik denk dat bij mij aan de buitenkant niet veel te zien is: de nonchalance die ik eerder had, probeer ik uit te blijven stralen. Mirres ogen staan wijd open en tussendoor proest ze het uit. Gelukkig bekomt ze snel van de schrik en herontdekt ze haar moeder, namelijk als vervoermiddel door het water. Resultaat van de gebeurtenis is dat, hoewel het goed is afgelopen, het ‘relaxed’ liggen aan de rand verleden tijd is geworden. Elke dag gaan we wel even met z’n allen naar het zwembad en dan zijn we met de kinderen aan het spelen. Het is echt wel leuk, we hebben vaak veel lol met zijn vieren, alleen kijk ik er altijd tegen op. De kinderen vinden het iedere keer veel langer leuk dan dat wij dat vinden. En Jip er weer uit krijgen is nog nooit vanzelf gegaan, behalve als we zeiden dat we een ijsje op het terras gingen eten. Ik ben niet jaloers aangelegd, maar vanuit het water, kijkend naar de mensen die onder een parasol een boekje lezen of een dutje doen, ervaar ik die emotie heel sterk. Inmiddels is de temperatuur hier gedaald tot rond de 28 graden en is het zwemwater lauw. De kinderen lijkt het niet te deren, maar ik krijg er een vies gevoel van. Nog twee dagen, dan rijden we terug naar eigen huis en tuin. Vooral van denken aan de tuin word ik blij. Onze tuin met een schutting erom heen, de tuin met trampoline en een zandbak. Een plek waar ik niet twenty-four-seven hoef op te letten. Wat een oase van rust zal dat zijn! Over drie dagen is het zover. Ik kijk er echt naar uit.