Knijpen en krabben, dan kom je er wel

240615
Mirre is altijd heel sterk geweest in laten weten wat ze wil. Van heel klein af aan is duidelijk, of ze wil spelen, slapen, drinken, eten, noem maar op. Wij hebben weleens tegen elkaar gezegd dat het niet zo gek is dat ze nog steeds niet praat, want ook zonder woorden krijgt ze alles voor elkaar. Mirre heeft zichzelf reeds vele manieren eigen gemaakt om haar doel te bereiken. Ze weet dat ze het zelf kan proberen en als dat niet lukt kan ze bij ons terecht. Wijzen is natuurlijk de meest voor de hand liggende manier om iets te verkrijgen. Mocht haar vurige wens niet meteen in vervulling gaan, dan zal ze aandringen, dat gaat met een stemverheffing en een fermer wijzen. Boos worden, kan ze ook: schreeuwen en rood worden. Ze kan ook zeuren: heel vaak achter elkaar ‘mamaaaaaa’ zeggen en aan je lichaam gaan hangen. Tenslotte heef ze nog een lieflijke, bijna slijmerige manier om alsnog haar zin te krijgen. Die kan ineens optreden: van boos naar lieflijk lachen en een zacht zangerig stemmetje. “Ik word gemanipuleerd!” denk ik dan en zelfs met die gedachte is haar voorkomen bijna onweerstaanbaar: alles wil ik voor haar doen op zo’n moment. Gelukkig heb ik nog een hoofd, dat daarin wat bijstuurt. Maar goed, ik vind het nogal wat voor een kind van nog geen twee, maar misschien is het normaal. De laatste tijd is ze echter nog doelgerichter en dat begint onplezierig te worden. Als ze bij mij op de arm zit en ze krijgt niet wat ze wil, dan grijpt ze ineens in mijn gezicht. Ze knijpt en krabt tegelijkertijd. Ik weet niet eens hoe ik haar actie moet omschrijven, pure frustratie is het niet altijd, want ze kan er ook een geniepig lachje bij hebben. Ik denk dat ze de mogelijkheid om iemand pijn te doen als iets je niet zint, van haar grote broer heeft afgekeken. Ik zit er nu mee. Geen idee hoe hiermee om te gaan. Op dit moment zeg ik: “Hé, dat doen we niet, Mirre. Je mag mensen geen pijn doen,” en ik druk haar armpjes naar beneden. Het lijkt echt zinloos en het wordt alleen maar erger. Tegenwoordig kan ze meteen nadat ik heb gezegd dat ze het niet moet doen, meteen weer in mijn gezicht grijpen. Mijn ergernis erover groeit ook. Het zijn ogenschijnlijke onzinnige dingen waarvoor ze fysiek wordt, een koekje bijvoorbeeld of mijn telefoon. Daarnaast lijkt ze haar grote broer ook gewoon voor de lol te pijnigen. “Tja, dat is typisch iets voor meisjes,” zeggen mensen om mij heen, alsof ik me erbij neer zou moeten leggen. Dat wil ik niet doen, maar wat dan wel? Ik weet het even echt niet.

Waarom straffen

De pindakaasmonsters eten al het brood op!

Boterham met pindakaas
Vandaag was zo’n dag dat alles moeite kostte: Jip wil niet aankleden, hij wil niet aan tafel, hij wil een boterham met vlees en als hij die voor hem staat toch liever eentje met pindakaas, pfffff. Ik reageer ontspannen, het gaat me zo goed af vandaag, dat ik er zelf van sta te kijken. Het gaat alsnog mis als ik hem een cracker beloof na de boterham, maar we de juiste crackers niet in huis blijken te hebben. Jip zet onmiddellijk een keel op. Met alles wat ik in me heb, probeer ik me in te leven: hoe rot het is dat de allerlekkerste crackers er niet zijn als je er zoveel zin in hebt. Uiteindelijk houd ik Jip zijn hand vast en schrijven we samen ‘de allerlekkerste crackers voor Jip’ op het boodschappenlijstje en bedenken we dat een beschuit ook best lekker is. Als hij rustig is, zet ik Jip terug in zijn stoel. Daar wordt hij echter geconfronteerd met de halve boterham met pindakaas die hij nog op moet eten en hij schiet weer in een stuip. Hij rent van tafel en stort zich krijsend op de bank. Het liefst zou ik nu zeggen: “Jip kom op zeg, je hebt zelf voor pindakaas gekozen en je weet dat je dit even op moet eten, voordat je een beschuit mag,” maar ik zeg: “Goh Jip, ineens zag je die boterham weer hè? Je was vergeten dat je die nog op moest eten voordat je aan die lekkere beschuit mocht beginnen.” Jip knikt. “Ik snap het.” Dan besluit ik mijn zoon tegemoet te komen en zeg: “Weet je wat? Ik help je. We nemen ieder de helft.” “Nee,” Jip schudt zijn hoofd. “Wacht, wacht, ik heb een idee!” zeg ik dan, “Wij zijn pindakaasmonsters en we eten alleen maar boterhammen met pindakaas!” “Jam, jam, jam!” zeg ik er achteraan, met de stem van Koekiemonster. “Ik ruik het volgens mij al, Jip, jij ook?” Ik begin te snuiven, “Ja! Ja! Volgens mij liggen er boterhammen met pindakaas in de keuken! Mmmmmm! Kom Jip, snel!” Jip komt achter me aan en lijkt gelukkig ook in een pindakaasmonster te zijn veranderd. Samen volgen we de geur en we komen uit bij Jips bord. “Jam, jam, jam, jam,” in één hap verorberen we ieder een kwart boterham. Yessss! Dat ging lekker. We hebben allebei wel een beschuit verdiend 😀

Waarom straffen

Dat is mijn schep!

200615
Een moeder vertelde me laatst dat ze echt niet wist hoe ze met haar ruziënde kinderen om moest gaan. Haar kinderen waren ongeveer even oud als die van mij (een meisje van 1,5 en een jongen van 3,5) en de oudste pakte alles af wat de jongste in handen had. Herkenbaar, dacht ik bij mezelf. “Ik pakte het altijd weer af van de oudste en gaf het terug aan de jongste,” ging ze verder, “en toen realiseerde ik me ineens dat ik dus precies hetzelfde deed, als wat mijn oudste deed.” “Inderdaad!” dacht ik bij mezelf, “dat doe ik ook!” De moeder had op een zeker moment bedacht dat ze gewoon eens aan de oudste ging uitleggen hoe de jongste zich moest voelen, toen hij weer iets van haar afpakte. Toen de moeder klaar was met praten, was het even stil. De moeder had geen idee meer hoe verder en de kinderen ook niet, zo leek het. Haar oudste besloot om gewoon te gaan spelen met het afgepakte speelgoed, de moeder bezag het tafereel, maar deed niets. Plots bedacht de jongen zich, hij keerde zich naar zijn zusje en gaf haar het speelgoed terug. “Wow! Zou het zo makkelijk zijn?” Ik kreeg al zin om het uit te proberen. Een moment afwachten was niet zo moeilijk, want het is de dagelijkse gang van zaken hier. Ons moment vond plaats in de zandbak, het afgepakte speelgoed betrof een schepje. Drama al om. Ik legde Jip uit hoe Mirre zich nu zou voelen en dat het helemaal niet leuk was als iemand iets van je pakt waarmee je aan het spelen bent. Jip luisterde naar me, “Maar ik moet deze kuil graven met de schep mama, anders kan ik de schat niet verstoppen.” Jip had duidelijk een doel voor ogen dat belangrijker is dan zijn geweten. Ik wachtte af, misschien volgde het magische moment nog. Helaas. Mirre pakte iets anders om mee te spelen en ik droop af. Vandaag las ik een stukje in ‘Broers en zussen zonder rivaliteit’ over het gesprek aangaan buiten de situatie om. Dat ik daar niet eerder aan heb gedacht! Het heeft eerder goed uitgewerkt bij Jip. Binnenkort daar maar eens een geschikt moment voor zoeken.

Waarom straffen