Knijp zo hard je kan!!

knijpen
Op de achterbank van de auto is het vaak hommeles. Die twee kleintjes kunnen zich wel even vermaken, maar niet lang. De jongste is meestal de aanstichter van de herrie. Op het moment dat ze zich verveelt, begint ze keihard te gillen. Zo komt er weer leven in de brouwerij en daar doet ze het voor. Jip schiet onmiddellijk in een stuip. Hij begint terug te gillen en of gooit zijn lichaam onmiddellijk naar links, waar zij zit, in een poging om haar een mep te verkopen. Daar slaagt hij niet in, want Mirre is voordat ze begon met gillen al zoveel mogelijk naar het raam gekropen, dus Jip kan er niet bij. Voor Mirre is het een prachtig schouwspel en zodra haar broer weer enigszins bedaart, hoeft ze alleen een nieuwe krijs te produceren om de boel weer een zwengel te geven. Wat Frans en ik meestal doen is niet zo leuk voor Jip. We negeren Mirre en richten ons op Jip, want als ook hij zijn zus zou negeren, dan is de lol er voor haar snel vanaf. Hij slaagt er zelden in, helaas. Vandaag stonden Jip, Mirre en ik voor een stoplicht toen het gegil begon. Jip ging meteen in de aanval: teruggillen en haar pijn proberen te doen. Zo vaak had ik al geroepen dat hij het moest negeren en nu ineens bedacht ik iets anders: “Jip, Jip, knijp in mijn hand, zo hard je kan, dan hoef je niet te gillen!” Ik gaf mijn hand, hij nam hem aan en kneep. Hij kneep zo hard hij kon, heel zijn lichaampje gespannen. “Goed zo Jip, knijpen, knijpen!” moedigde ik hem aan. Mirre damde snel in; nog voor het groen werd, was haar gegil gestopt. Vijf minuten later begon Mirre opnieuw uit te dagen: “Mama, mama, je hand! Ik moet knijpen!!” Gelukkig kon ik, verkeerstechnisch, mijn hand even in bruikleen geven, want Jip had hem hard nodig. Uit zijn tenen kwam de kracht, al zijn frustratie legde hij in de knijp in mijn hand. Mirre deed er alles aan om ons onderonsje te verstoren. Ik bleef Jip aansporen om zich op het knijpen te concentreren en zei dat hij het goed deed. Mirre gaf het op en Jip en ik deden een ‘box’. “Je mag trots op jezelf zijn, Jip” zei ik tegen hem en ik kreeg een hele dikke glimlach terug.

Waarom straffen

Slaan we niet een beetje door?

Frans handen wassen op de kruk
“Kom Jip, nog even handen wassen,” zegt Lisanne (halfzus van Jip, 17 jaar), terwijl ze een krukje voor het aanrecht schuift. Jip en Lisanne hebben net ontbeten en ik zag dat Jip een boterham met appelstroop had. Hoe zijn handen eruit zien, kan ik wel raden. “Nee, ik wil geen handen wassen!” roept Jip en hij zet zijn woorden kracht bij door twee keer op de grond te springen. “Je moet echt even je handen wassen hoor!” zeg ik om Lisanne te hulp te schieten, maar ik weet al lang dat het niets uit gaat halen. Jip zit al te veel in de weerstand. Dan komt Frans de keuken inlopen, “Jip, Jip, papa gaat eerst wel even zijn handen wassen.” Ik denk nog dat het weinig zinvol is om Jip hierin voor te gaan, maar dan zie ik hoe Frans op het krukje gaat staan. Het is echt een heel maf gezicht: zo’n lang lijf op zo’n onnozel krukje, een lijf dat zich in allerlei onhandige bochten moet wringen om toch bij het zeeppompje en de kraan te komen. Iedereen moet lachen en Jip ook. Als Frans zijn handen heeft gewassen, stapt hij van de kruk af. “Zo klaar!” zegt hij opgewekt. “Nou, mama de handen wassen!” roept Jip vrolijk. Ik hoef niet eens mijn handen te wassen, maar twijfel geen moment en stap ook op de kruk. Volgens mij heb ik nog nooit zo onhandig mijn handen gewassen. Frans zegt: “Zag het er bij mij ook zo debiel uit?” “Haha, leuk hoor. Jij mag straks even poseren, dan maak ik een foto, kun je zelf oordelen.” Als ik van de kruk stap, hoeven we niet lang te wachten op het resultaat van onze actie: Jip stapt enthousiast op de kruk en wast gewoon zijn handen. We kijken glimlachend naar onze peuter. “Slaan we niet een beetje door?” vraagt Frans bezorgd. Ik kijk hem aan, tja, goeie vraag! Misschien wel, maar we zullen het nooit weten. Feit is dat het een ontspannen samenzijn was, laten we er maar gewoon mee doorgaan.

Ik troostte hem, maar troostte ook mezelf

verdrietig jongetje, knuffel mama
Vanmorgen werd ik echt ongelooflijk uitgedaagd. Jip was gisteren naar een kinderfeestje geweest en toen hij opstond wilde hij meteen aan zijn snoepzak beginnen. Toen ik daar een stokje voor stak, was het huis te klein. Hij gilde, schreeuwde en huilde. Ik probeerde dichterbij hem te komen en hem te kalmeren, maar hij zei dat ik weg moest gaan en sloeg me als ik dichterbij kwam. “Lieve Jip, kom nou eens hier, ik wil je alleen maar knuffelen,” zei ik. “Ik wil niet knuffelen, jij mag niet bij mij komen.” Tussen zijn gehuil door probeerde ik wat kalmerende dingen te zeggen en hem te bewegen om samen een oplossing te bedenken. Af en toe zou ik willen dat hij wat meer voor rede vatbaar was, het zou zoveel frustratie schelen, want ik ben ervan overtuigd dat we er echt samen wel uit komen. Anderzijds zal hij dit wel nodig hebben, of zal dit drama werkelijk puur en alleen door het snoepje ontstaan? Als het me uiteindelijk lukt om hem in mijn armen te verwelkomen, wordt hij meteen rustig. We zitten eventjes samen op de poef in de huiskamer en dan probeer ik wederom tot een afspraak over de snoepjes te komen. BAM! De hele kermis begint opnieuw. Deze situatie herhaalt zich nog twee keer tot ik besluit helemaal niets meer te zeggen wanneer ik hem weer zover heb gekregen dat hij tegen me aan op schoot zit. Dat werkt. Stilletjes ligt hij tegen me aan en ik omarm hem net zo lang als dat hij het nodig heeft. Af en toe een aai en een kus, dat is alles. “Mama, zullen we samen in bed liggen?” vraagt hij uiteindelijk. Het kan niet, omdat Mirre ook wakker is. Ik zeg: “wil je dat? Lekker samen in een bed en lekker knuffelen?” Jip knikt. “Ja, dat lijkt me ook heel fijn, lekker samen knuffelen.” Ik druk hem nog dichter tegen me aan. Dan zijn we weer stil. Ik voel ineens hoe dit alles me ontroert, de tranen lopen over mijn wangen. Ik weet niet eens precies wat het is: is dit verdriet of opluchting? Is dit nou van mij of van Jip? Volgens mij huil ik om wat ik zelf gemist heb: erkenning van mijn boosheid of mijn wanhoop en net zo lang bij mijn moeder op schoot zitten en haar liefde ontvangen als ik zou willen. Jip is mijn zoon, maar vertegenwoordigt nu plots ook mijn innerlijke kind. Ik troost hem en ik troost mezelf. Het bewustzijn dat dit samenkomt, geeft me een enorm rijk gevoel. Met heel mijn hart hoop ik dat ik vaker op deze manier met moeilijke situaties om kan gaan. Dat zal zowel mij als Jip heel veel brengen.

Waarom straffen