De koning is jarig!

270415

“De koning is jarig! De koning is jarig!” Ik had het Jip de afgelopen dagen een aantal keer verteld, dus vanmorgen stond hij uitbundig op met deze tekst. Hoewel hij bekend is met een afbeelding van onze koning (er hangt een schilderij in het bejaardenhuis van mijn opa en oma), denk ik dat hij een echte koning voor zich zag; zo eentje met een rode mantel met hermelijnbont afgewerkt en een mooie kroon. “Waar is de koning nu?” “Wat denk jij?” “Ik weet het niet, weet jij het?” “De koning is in zijn landhuis in Wassenaar, zich aan het voorbereiden op deze dag.” “Waar is het feest dan?” “Het is feest in heel Nederland.” “En wat gaat de koning dan doen?” “Wat denk je?” “Feest vieren?” “Ja, de koning gaat een feestje vieren. Hij gaat meestal oud-Hollandse spelletjes doen: zaklopen, koekhappen, spijkerpoepen, dat soort dingen en hij eet oud-Hollandse hapjes: stroopwafels en kaas.” “Waarom dan?” “Omdat de mensen denken dat de koning dat leuk vindt.”  “Waarom dan?” “Omdat we dat al heel lang zo doen, traditie heet dat.” Ik wil hem niet uitleggen dat de koning het misschien wel helemaal niet leuk vindt en dat ik zelf bij dit soort gelegenheden nog altijd dat jochie van elf voor me zie dat in 1978 riep: “Alle Nederlandse pers opgerot!” Om Jip af te leiden zeg ik dat er in de stad een rommelmarkt is. Jip vindt rommelmarkten geweldig. We spreken af dat hij op zoek mag gaan naar auto’s van Cars en hij vindt altijd wel wat. Vandaag werkt het niet. “Is de rommelmarkt op het feestje?” “Uh…..ja.”  “Vindt de koning dat ook leuk?” “Ik denk het wel, ja.” “Mama, als ik de koning zie, ga ik mijn Cars auto’s laten zien!” “Dat is een goed idee, Jip.” Ik dacht nog zou ik hem nu zeggen dat de koning niet op onze vrijmarkt is? Maar ik heb het maar gelaten. Niet zo slim achteraf, want naast een fixatie op Cars auto’s, had hij nu een fixatie op de koning erbij. En hij was niet zo blij met zijn ijsco als anders, want waar waren nou de kaas en de stroopwafels? Voorlichting over Koningsdag is nog niet zo makkelijk. Toen Jip naar bed ging, ging het nog steeds over dat we niet naar het echte feest waren geweest. Het feest met de koning, de kaas en de stroopwafels. Hopelijk komt Willem-Alexander volgend jaar in Breda, want een feestje zonder de jarige erbij is inderdaad een beetje gek.

Kinderen in de hand houden

260415

Opvoeden zonder straf is voor mij een uitdaging en dat zal het nog wel even blijven ook. Ik heb lezers die zeggen (mede) door mijn blogs vaardig te zijn geworden in het opvoeden op deze manier. Vaardiger dan ik zelf ben, het is hun natuur geworden. Als ik zo’n opmerking terugkrijg ben ik blij, maar ik voel me ook een kluns. Bij mij blijft het vaak nog ‘werken’, op sommige momenten zet ik nog steeds heel bewust de vaardigheden in. Iedereen in huis heeft dat. Zo zei Lisanne (stiefdochter 17) van de week: “Pfff, nou is het jouw beurt om in te leven hoor!” en dan ga ik aan de slag. Ook ben ik nog steeds heel opgetogen als het even moeilijk is met de kinderen en we komen uiteindelijk allemaal zonder kleerscheuren uit een situatie. Al mijn vrienden weten dat ik blog over opvoeden zonder straf, een aantal vrienden volgt mij ook. Als we nu bij hen zijn, voel ik me wel bekeken in de omgang met mijn kinderen, maar niet beoordeeld. Door mijn blogs heb ik al mijn kaarten al lang op tafel liggen, dus of het nu wel of niet lekker loopt op zo’n moment, dat doet er eigenlijk niet toe. Anders is het bij mijn opa en oma. Ze zijn 93 en 87. Vooral mijn oma is dol op de kinderen en mijn opa heeft er volgens mij gemengde gevoelens bij. Hij kan vergenoegd kijken naar de kinderen, handen gevouwen in zijn schoot, glimlach op zijn gezicht, maar hij kan ook nors kijken. En als ze alleen maar ondeugend gaan kijken als ik zeg dat ze niet in de gordijnen moeten gaan hangen, dan kan hij weleens een opmerking maken. Iets in de trant van “Ja, nu zijn ze nog klein……” alsof ik ze straks niet meer ’in de hand’ zou hebben. Daar voel ik me natuurlijk helemaal niet fijn bij. Ik heb hem al eens uitgelegd hoe ik probeer op te voeden en waar ik in geloof, maar hij heeft er weinig oren naar. Natuurlijk weet ik niet hoe het uitpakt, later, maar ik heb vertrouwen dat respect geven, respect ontvangen is. Pas geleden zag ik een moeder in de supermarkt, met haar zoon van een jaar of elf. De jongen, die bijna net zo groot was als zijn moeder, pakte enthousiast naar een pak met gekleurde kaarsjes. “Neeeeeee!” zei de moeder luid, “die kopen we niet!” “Ik wilde alleen maar goed naar de kleuren kijken,” antwoordde de jongen en dat deed hij vervolgens ook. Een poosje later zagen we ze weer bij de schappen met borrelnootjes. Hij keek er alleen nog maar naar, toen de moeder de kin van de jongen in haar handen nam, zijn gezicht naar zich toedraaide en hem zei dat hij niets kreeg. Deze moeder probeerde haar zoon ‘in de hand’ te houden. Dat lukte haar nu nog aardig, maar voor hoe lang nog? Ik denk echt dat hoe harder we proberen om de controle te houden, hoe harder ze later wegrennen. Hoe onbekwaam ik op sommige momenten ook ben, ik heb niet de illusie dat ik mijn kinderen in de hand zal kunnen blijven houden. Daarom denk ik dat er voor mij geen andere manier is, dan deze manier. Maar ja, leg dat mijn opa maar eens uit.

Help! Een stomme juf!

verdrietig jongetje, knuffel mama

 

Jip is boos. Het is dinsdagmiddag, mooi weer en we spelen buiten in de tuin; op en rond de trampoline. Vanmiddag schreeuwt en krijst Jip om alles: mama die verkeerd een vliegtuig nadoet, Mirre die begint te huilen, zijn beker drinken die niet op de goede plek staat, ook is hij erg wild met de autootjes waarmee hij speelt. Hij rijdt er niet mee, het lijkt er meer op dat hij onhandige kangoeroes met overgewicht imiteert. Als ik al twee keer heb gezegd dat ik begrijp dat hij het anders zou willen, maar dat Mirre nou eenmaal mag huilen en dat mama nou eenmaal anders een vliegtuig nadoet dan de oppas en of hij wil rijden met de autootjes in plaats van ermee te stampen, want “zo gaan ze kapot,” denk ik dat het tijd is voor een andere aanpak. “Jip, kom eens even hier,” zeg ik tegen hem. Hij komt bij me op schoot zitten. “Lieve Jip, was het vandaag niet zo fijn op school?” vraag ik hem. “Hij schudt zijn hoofd en kruipt nog dichter tegen me aan. Bingo! “Dat is echt niet leuk zeg.” Ik blijf even stil in de hoop dat hij zelf meer gaat vertellen, maar helaas. “Vertel eens wat er was, was er iemand niet lief?” “Juf Linda is stom!” Juf Linda is een invalkracht. Ze lijkt me erg aardig.
“Wat is er dan met juf Linda?”
“Juf Linda is stom en was boos.”
“Op jou?”
“Ja!”
“Misschien had je iets gedaan wat ze niet zo leuk vond.”
“Ik was gewoon aan het spelen.”
“En toen?”
“Toen was ze opeens boos.”
Ik geef het op, vermoedelijk komt er niet veel meer uit dan dit. “Oh, lieverd dat klinkt als ‘niet eerlijk’, maar ik weet natuurlijk niet wat er is gebeurd. Ik zie dat je je er heel rot om voelt. Dit is echt niet fijn.” Ik knuffel hem net zo lang tot hij weer van schoot wil. Wat jammer, dat ik niet meer te weten kom dan dit. Wat zal er gebeurd zijn? Het liefst zou ik juf Linda bellen om te vragen hoe het zit. Ik vecht tegen de gedachte dat ze mijn kind misschien niet mag of irritant vindt. Als dat zo is, moet ze het beter leren verbergen! De dagen die volgden, bleef Jip juf Linda stom vinden. “Voor wie valt ze eigenlijk in en hoe lang blijft ze?” denk ik bij mezelf. Ik vind het helemaal niet fijn dat hij zich onprettig voelt bij een van de juffen, maar dat kan overal gebeuren. Het is natuurlijk een werkelijkheid waar hij mee moet leren dealen. En ik zelf moet er ook mee dealen: hem loslaten in de grote boze buitenwereld, dat nu nog het schooltje om de hoek is. Het enige wat ik kan doen is lief voor hem zijn als hij weer (boos) thuis is.

Waarom straffen