Een beetje gek moet je wel zijn

Muis

“Jip, kom nou!” Mirre, Jip en ik staan met de jassen aan en we gaan boodschappen doen. Alles wat ik kan doen, terwijl hij doorspeelt is gedaan. “Mama, ik wil nog even racen met deze twee auto’s.” Inleven dat hij graag nog doorspeelt en dat het zo leuk is met de auto’s, blablabla, in die modus zit ik helemaal niet. De andere optie is een maffe actie uithalen. Ik zak door mijn knieën en kruip over de vloer, terwijl ik overal aan snuffel. Af en toe pak ik iets in mijn beide handen en snuffel ook daar even aan en laat het weer los. “Mama, wat ben je aan het doen?” Ik negeer het, maar beweeg me ondertussen wel naar mijn zoon toe. Als hij de vraag nog een keer stelt zeg ik: “Oh, gelukkig, er is nog een muis hier! Oh, wat fijn zeg! Ik dacht dat ik de enige was. Ik voelde me zo alleen en ik ken hier de weg helemaal niet. Weet jij hoe we buiten komen?” Jip vindt het heel grappig. Omdat hij al op zijn knieën zit, kunnen we op niveau praten. Hij laat zijn autootjes los. “Ja hoor, kom maar!” zegt hij. Voor mij uit kruipt hij van de kamer naar de gang. Ik ga achter het kleine lijfje aan. De voordeur staat al open en Jip gaat als eerste over de drempel, ik volg en dan komt Mirre. Die volgens mij helemaal niets begrijpt van wat er zich rondom haar allemaal afspeelt. “Oh, fijn meneer muis. Eindelijk ben ik weer buiten!” rond ik ons spel af. Als iedereen buiten is, spring ik op. “Hahaaaa,” roep ik enthousiast, “dat was echt leuk zeg!” “Ja!” zegt Jip en hij springt een paar keer de lucht in van blijdschap. Ik doe de voordeur dicht en zet de kinderen op de fiets. “Wanneer gaan we weer muizen spelen, mama?” vraagt Jip. “Uh……,” ik denk even na, “nou misschien wel als er opgeruimd moet worden, want dat kunnen muizen ook heel goed!”

Waarom straffen

Welke van jouw auto’s mag Jack hebben?

290415

Jack is binnenkort jarig. Hij is een vriendje van Jip en voor zijn verjaardag heeft hij twee wensen: hij wil dat Jip op zijn feestje komt en hij wil alleen maar auto’s als cadeau. Dat moet te doen zijn. De agenda is voor de bewuste middag afgeblokt en samen met Jip zocht ik afgelopen maandag alle kraampjes van de vrijmarkt af op zoek naar een ‘cool’ cadeau. Het werd een heuse vuilniswagen, heel gaaf, compleet met vuilnisbakken die je ondersteboven erin leeg kon kieperen. Jip was helemaal enthousiast, maar begreep dat het een cadeau voor Jack was en taalde er thuis niet meer naar. Tot hij de wagen gisteren vond in een plastic zak in de gang. “Mama, mag ik nog even met de vuilniswagen van Jack spelen?” “Ja hoor, maar wees er voorzichtig mee hè, want als hij stuk gaat, kunnen we hem niet meer geven.” “Is goed hoor, mama.” Jip pakt de wagen uit de tas, onderwerpt hem aan een onderzoek, begint ermee te rijden en vijf minuten later is hij stuk: een laatje onder de wagen is afgebroken. Jips vader, die alles kan maken, zegt dat hij het wel kan repareren, maar niet mooi genoeg om cadeau te doen. Ik zeg dat Jip een mooie auto moet kiezen uit zijn speelgoedkist, die hij dan aan Jack kan geven. Dit is toch geen straffen? Of zit de opmerking op het randje? Een erg slim plan is het sowieso niet, want Jip is echt heel erg gehecht aan zijn spullen. Hij wil helemaal niets inleveren. “Die houten oplegger?” Jip schudt verschrikt zijn hoofd. “Muck misschien?” Muck is een veel te grote speelgoedauto uit Bob de Bouwer. “Nee, mama! Die is van mij hoor!” Via Muck komt mijn hoofd op een ander onding dat enorm in de weg staat: “De parkeergarage! Daar speel je nooit mee!” “Nee, mama. Dat is mijn parkeergarage!” Dit gaat nooit lukken. Ergens vind ik dat ik nu door moet zetten, omdat ik het nu eenmaal heb gezegd en omdat het een logische consequentie is van iets kapot maken; het zou heel leerzaam kunnen zijn. Ik zit nog midden in mijn denkproces als Frans zegt: “Kun je niet gewoon iets nieuws kopen voor Jack?” “Uh ja, maar ik dacht….nou ja, laat ook maar,” zeg ik tegen Frans en daarmee is het onderwerp afgedaan. Voor Jip loopt het met een sisser af en dan mag hij morgen ook nog mee naar de speelgoedwinkel. Wat een bofkont. De volgende keer berg ik cadeautjes voor een ander maar wat beter op.

Help! Ik heb mijn kind pijn gedaan!

Nee
Al een paar dagen is het alsof er een grote steen in mijn buik ligt. Toen het zaterdagavond na een drukke dag, tijd was om de kinderen in bed te leggen, was ik er eigenlijk al lang klaar mee. Frans had zich even afgezonderd en lag boven in de logeerkamer. Mirre had ik net in bed gelegd. Toen was Jip aan de beurt. Hij was buiten aan het spelen met zijn grote broer. Hij rende bij me vandaan toen ik zei dat het tijd was om naar bed te gaan. Hij riep hard ‘nee’ en zette het op een lopen. Ik had hier zo geen zin in. Met grote passen en een enorme tegenzin liep ik achter hem aan. “Jip kom, we gaan gewoon naar bed!” Hij gilde ‘nee’ en rende door, de schuur in en ik ook. Daar pakte ik hem op. Hij begon op mij in te slaan en zei dat hij niet naar bed wilde. Ik voelde hoe ik van binnen laaiend begon te worden. Van mijn ‘Jip, ophouden nu!’ trok hij zich niets aan. Uit volle macht probeerde ik te bedenken wat ik in het kader ‘opvoeden zonder straf’ nu kon doen. Ik zette hem neer. Hij sloeg door en toen gebeurde het: ik pakte hem te grof bij zijn arm, hij raakte uit balans en viel achterover. Voor ik het door had, lag hij op de grond, zijn hoofd tegen de as van een fietswiel. Binnen ‘no time’ had ik hem weer in mijn armen. Hij huilde heel hard dat hij pijn had aan zijn hoofd. Gewillig liet hij vervolgens alles gebeuren. Ik heb hem op de wc gezet en zijn hoofd bekeken: een bult en een schram. Ik heb hem uitgekleed en zijn pyjamaatje aan gedaan. Heel dicht tegen me aan heb ik hem voorgelezen. Vervolgens naar bed gebracht; daar was het best gezellig met het zingen van de liedjes. We zijn nu drie dagen verder. Zijn lichamelijk leed is verdwenen, maar de rest? Ik heb in ieder geval nog steeds pijn, van binnen. Ik voel me zo schuldig. “Straks is dit zijn oudste herinnering,” gaat het constant door mij heen. Dat hij later bij de psychotherapeut of bij de hypnotherapeut zit en dat dit voorval dan boven komt. In zo’n verschrikkelijke omgeving als een donker schuurtje nog wel. Voor hem lijkt het waarschijnlijk of ik hem geduwd heb, omdat hij mij sloeg. Hoe groot kan een straf zijn? Ik heb hem gisteren en eergisteren verteld dat ik hem geen pijn wil doen, dat ik het verschrikkelijk vind wat er is gebeurd, dat dit echt niet meer gaat gebeuren. Hij zegt alleen maar: “Mama, het is niet erg. Ik vind jou lief!” en begint me te knuffelen en streelt mijn rug. In al zijn gevoeligheid wil hij me graag vergeven. Hij wil ook niet dat ik pijn heb. Waarschijnlijk heeft hij me ook daadwerkelijk vergeven, maar zijn vertouwen is misschien voorgoed weg. De lessen die ik hieruit haal, zijn dat als ik overloop, ik echt Frans erbij moet halen en dat ik niet per se mijn principes moet willen handhaven in het heetst van de strijd: als ik het echt niet meer weet is een dreigement of een straf veel minder erg dan een fysieke bejegening, iets dat makkelijker uit de hand loopt. Maar ik vind het zo pijnlijk dat Jip moet opdraaien voor dit relatief kleine inzicht.