Benen buiten bedrijf

Stamptekeningetje

Mijn opa en oma wonen sinds een paar maanden in een bejaardenhuis. Regelmatig ga ik op bezoek en meestal heb ik een of twee kinderen mee. We nuttigen kopjes koffie en thee in de centrale ruimte van het pand. Heel eerlijk gezegd is dat helemaal niet leuk, want ik ben alleen maar ‘nee’ aan het zeggen. Tegen oma zeg ik: “Nee, dat valt wel mee” en “Ach, dit kan best” als oma zegt dat ze te veel lawaai maken, niet met de gordijnen mogen spelen of te hard rennen. En tegen de kinderen zeg ik ‘nee’, omdat het misschien toch zo is. Resultaat is dat na een dik uur zowel de kinderen als ik zijn uitgeput. Gelukkig kwamen gisteren bij het laatste bakje thee ook mijn zus en haar partner binnen: dan hoef ik het niet meer helemaal alleen te doen. Zo voelt dat dan. Na de thee wil ik opstappen. Net op het moment dat ik zeg: “Jip, jas aan!” biedt zijn suikeroom hem een koekje aan. Ik maak van dat gebaar gebruik door te zeggen: “Ho! Eerst jas aan dan een koekje!” Meteen daarna stort Jip zich jammerend ter aarde. Alle grijze bollen kijken mijn kant op. Oké, misschien niet allemaal, maar degenen die nog kunnen horen in ieder geval wel. “Jip, lieverd, kom. Ik ga jou helpen,” zeg ik tegen hem als ik bij hem zit. Hij roept luidkeels ‘nee’ en ik herhaal nogmaals dat ik hem ga helpen. Dan houdt hij zich slap, maar hij laat zich de jas in ieder geval aan doen. Hij houdt zich nog steeds slap als zijn jas aan is. Ik til hem op en wil hem op zijn benen zetten, maar hij laat zich erdoorheen zakken. “Jip! Jip!” zeg ik quasi geschrokken, “je benen doen het niet meer.” Ik probeer hem nog een paar keer neer te zetten. Telkens weigert Jip ook maar één beenspier aan te spannen en ik blijf zeggen: “Nee, kijk, ze doen het echt niet meer!” Jip is inmiddels aan het lachen. Dan leg ik hem neer en ik onderwerp hem aan een soort snelle beenmassage. “Oooowww, ik hoop echt dat dit werkt Jip!” zeg ik tegen hem. Als ik hem na de massage weer op zijn benen zet, blijft hij staan. “Ja! Het is gelukt!”roep ik blij. Jip is ook blij. “Gauw je koekje halen!” zeg ik en hij rent naar zijn oom. Eind goed, al goed. Nu is het toch wel jammer dat de meeste oudjes niet meer zo goed horen, want deze klus had ik echt mooi geklaard :-D.

Wie ben jij vandaag?

300315Zeven jaar geleden kreeg mijn moeder een nieuwe vriend. Mijn vader was anderhalf jaar daarvoor overleden en het was echt even wennen. Dit is een understatement: ik wist dat het een aardige man was, maar ik ergerde me mateloos aan hem. Een aantal keer ben ik ook flink tegen hem tekeer gegaan. Hij bleef altijd rustig terwijl ik kolkte van woede. Uiteindelijk keek ik er enorm tegenop om weer naar mijn moeder te gaan of aanwezig te zijn in een ruimte waar hij ook was. Iets in mij was altijd op zijn hoede voor het moment dat hij weer iets zou zeggen dat me totaal niet zinde. Op een gegeven moment was het weer zover: ik zou samen met mijn zussen bij mijn moeder eten. “Hoe ging ik het voor iedereen gezellig houden?” vroeg ik mij af. Ik kende mezelf, als ik ook maar een keer ergens over in verweer zou gaan, zou het vanzelf groot worden. De andere optie was alles over me heen laten komen, maar dat past mij ook niet echt. Ik besloot een ‘inzichtskaartje’ te trekken. (Dat is een verzameling van 80 kaartjes in een doosje, die je mogelijk kunnen helpen om met een bepaalde situatie om te gaan.) Ik trok: “Wie ben jij vandaag?” Ik was even stil: wat een prachtige kaart. Ik geloof werkelijk dat dit het enige juiste kaartje was dat ik had kunnen trekken. Alle negatieve ervaringen, alle verwachtingen met betrekking tot de vriend van mijn moeder heb ik losgelaten. Onbevooroordeeld ben ik de avond in gegaan en hij was top! Vanaf dat moment zijn mijn stiefvader en ik meer naar elkaar toe gegroeid. Nu mogen we elkaar heel erg graag en ben ik echt van hem gaan houden. Ook is hij een hele lieve en leuke opa voor onze kinderen. Het kaartje is voor mij ook altijd helpend gebleven. Elke keer wanneer er iemand in mijn leven komt, waarbij ik merk dat het wat moeizaam gaat, gebruik ik hem. En bij de kinderen heeft het al heel erg veel opgeleverd. Soms heb ik een periode dat het met één van de twee niet lekker loopt. Jip wordt weer snel boos, Mirre huilt veel, Jip slaat weer af en toe, ze hebben samen veel ruzie. Als ik dan zou opstaan met het idee van “pffff…..daar gaan we weer” dan zouden we samen in een neerwaartse spiraal kunnen komen. Want als je eenmaal bepaald gedrag verwacht van je kinderen, dan zullen ze dat ook laten zien. De periode zal langer duren dan nodig en je moet uiteindelijk veel moeite doen om er weer uit te komen. Maar het idee “Wie ben jij vandaag?” schept een dag zonder verwachtingen. Een dag die er heel anders uit kan zien dan gisteren of eergisteren. Ik ben ervan overtuigd dat deze gedachte mij (en dus de kinderen) helpt om niet weg te zakken in negativiteit. Als ik Jip dan helemaal waus zie zijn van zijn zusje, terwijl hij haar gisteren niet in de buurt kon velen, dan zie ik niet alleen heel veel liefde waar ik blij van word, maar ik zie ook de werking van het kaartje: “Wie ben jij vandaag?”

De lachende indiaan

290315.1 Smiling Young Pemon Girl

Pas las ik het verhaal van een Amerikaanse vrouw (Jean Liedloff), die samen met twee Italiaanse mannen een periode in een indianenstam was opgenomen. Op een zeker moment moesten ze een betrekkelijk grote reisafstand afleggen. Het meest voor de hand liggend was om zich met een kano over de rivier te verplaatsen. Ze waren met tien personen en hadden een uit een immense boom gehakte kano waar wel zeventien man ik kon. Op een gedeelte van de reis was de rivier onbegaanbaar voor de boot. De omstandigheden dwongen hen om een deel van de tocht met het enorme gevaarte over land af te leggen. Met zijn allen sjouwden ze de boot over de kale gladde rotsen waaruit de oevers van de rivier bestonden. Het was in het geheel niet gemakkelijk. Als de kano niet wegschoof dan gleed er wel iemand uit. De Amerikaanse besloot een foto te nemen van het tafereel en klom een stukje bij de groep vandaan voor een geschikt plaatje. Van een afstandje zag ze ineens de culturele verschillen: de Italianen die meesjouwden, vloekten om alles wat fout ging en maakte een hoop bombarie, de indianen lachten om de onhandigheid die gepaard ging met deze klus. Ze lachten omdat ze onderuit gingen, om de schrammen die ze opliepen, of wanneer ze zonder resultaat liepen te sjorren of te trekken. Wat een verschil in beleving! Ook innerlijk leverde dit veel op voor die indianen, ze waren veel meer ontspannen. Vanaf het moment dat ik dit las, dacht ik: “Ik ga ook eens wat meer lachen om wat er gebeurt en wat zal het mooi zijn als ik mijn kinderen ook wat meer kan laten lachen om de dingen die mis gaan of moeilijk zijn.” Een mooi voornemen, maar het is verre van gemakkelijk. De indiaan in mij heeft veel tijd en aandacht nodig om een volwaardige plek in te nemen. Om mezelf lachen lukt steeds beter, maar bekwaam ben ik nog bij lange niet. En waar ligt de grens tussen lachen om iets en weglachen van iets? Ook heb ik het gevoel dat ik mij moet verklaren als ik lach om iets waar anderen de lol niet van inzien. Om andere mensen lachen, kan ook niet echt in onze cultuur. Mensen hebben al snel het gevoel dat je ze uit lacht. Het is dus zoeken naar een vorm die past in onze cultuur. Jip had gisteren heel veel moeite met het aandoen van zijn sokken en laarzen. Een indiaan zou waarschijnlijk gaan lachen, maar Jip is sociaal-cultureel reeds zo aangepast, dat hij zich niet serieus genomen zou voelen. Jip kan ongedurig worden, als hem niet meteen lukt wat hij wil, daarna volgt boosheid en verzet. Het zou zo mooi zijn als ik er een beetje indianengevoel in kon brengen, zodat hij veel meer ontspannen een moeilijke klus aangaat. Hopelijk is het nog niet te laat. Voorlopig blijf ik zelf lachen op het moment dat ik knoei omdat een melkpak onhandig is opengeknipt, of wanneer ik met mijn armen vol spullen bij de voordeur sta en de sleutels uit mijn handen laat vallen. Baat het niet, dan schaadt het niet en goed voorbeeld, doet volgen.