Zorgeloos of zorgelijk?

250215
Voor de allebei de kinderen heb ik een boekje waar ik dingen in schrijf voor ze. In het boekje staat hoe leuk, lief of grappig ze zijn, hoever gegroeid, wat ze al kunnen of wat ze gedaan hebben. Toen Jip bijna veertien maanden is heb ik geschreven dat ik me zorgen maak over een paar dingen: zijn driftige buien, zijn hang naar zoete dingen (lekker en veel!) en zijn lage concentratieboog. Als ik erop terugkijk, dan kan ik er wel om lachen. Ondanks dat het nog helemaal niet zo lang geleden is, maak ik me helemaal geen zorgen meer om bovenstaande eigenschappen bij Jip. Dat komt één omdat er een mooie eigenschap in hem is ontwaakt die zelfbeheersing heet en twee doordat hij er een zus bij heeft gekregen die hem zwaar overtreft. Driftbuien heeft ze niet, maar ze slaat wel. Dat heeft ze afgekeken van haar oudere broer en met volle overtuiging zet ze dit middel in om haar doelen te bereiken. Wat het tweede punt betreft: ik heb nog geen kind gezien die zo hard “hap, haaaaaap, haaaaaaap!!” zegt als ze ook maar iets van eten voorbij ziet komen. Ze krijst net zo lang tot haar iets wordt toegestopt. Het begrip ‘concentratie’ komt niet in het woordenboek van Mirre voor: één zinnetje onder een plaatje van Dikkie Dik is voor Mirre al veel te lang om naar te luisteren. En het wonderlijke is dat ik me nu geen zorgen maak. Wel is het gebrek aan concentratievermogen erg vermoeiend, omdat ze zich erg snel verveelt en beziggehouden wil worden. Maar verder is ze vooralsnog makkelijk in de omgang, ze maakt zich niet druk (behalve als er eten in de buurt is) en is totaal niet van haar stuk te brengen. Ze is doelgericht en daadkrachtig. Bij haar denk ik: “die komt er wel.” Dit ondanks bovenstaande bijzonderheden en het feit dat ze verbaal momenteel niet verder komt dan ‘papa’, ‘mama’ en ‘hap’. Is dit zorgeloze inderdaad het effect van een tweede? Of komt het door het optreden van onze jongste? Soms ben ik een beetje bang dat ik iets over het hoofd zie. De tijd zal het leren :-). 

Vlinders in mijn buik

240215.1240215.2240215.3

Ik ben verliefd. Ik  kan er niet langer omheen. Ik heb echt vlinders in mijn buik. De zon schijnt als ik buiten kom. Ik heb sneeuwklokjes gezien en er zijn zelfs al mooie paarse krokussen opgekomen in onze achtertuin. De vogels fluiten en beginnen hun nesten te bouwen. Zal het dan inderdaad de ontluikende lente zijn? Zoiets alledaags als hormonen of de natuur? Het voelt niet zo. Mijn hart danst en ik heb het eigenlijk vooral als ik naar die twee kleine doerakken van mij kijk. Wat een heerlijke wezentjes. Ja, voor dit ultieme gevoel heb ik het gedaan. Ik moet mezelf inhouden om ze niet de hele dag te knuffelen.
Vandaag reed ik met Jip voorbij het pleintje waar we meestal boodschappen doen. Op de hoek zit een bloemenwinkel met prachtig gekleurde bloemen en leuke snuisterijen. Die passeren we. Aan de achterkant van de winkel rijden we langs de vuilcontainer behorende bij de zaak. Ik trek hem altijd even open. Wie weet zitten er nog bloemen in, die nog een even meekunnen. Altijd leuk. Vandaag was er niets. Helaas, ik wil de bak weer sluiten en dan: “Mama, mama! Die oranje is mooi!” roept Jip blij. Hij staat te springen op zijn loopfiets. Ik wil bijna beginnen over de bruine randjes van de kroonbladeren, maar bijt nog net op tijd op mijn tong. Als hij hem mooi vindt, dan is hij mooi! Ik neem de bloem uit de bak en steek hem door het stuur van zijn fiets. Wat een idylle. We vervolgen onze weg. Jip kan alleen maar naar de bloem kijken. “Mooie bloem hè, mama?” Is het enige wat hij nog twee keer zegt onderweg. Thuis laat hij glimmend van trots de bloem aan zijn  vader zien. Daarna heeft hij zelf bedacht dat hij in het groene vaasje tussen de andere vaasjes in de vensterbank kan. Daar staat hij nu. Als de bekroning van onze liefde. Het is natuurlijk spannend. Maar ik durf het al bijna hardop te zeggen: volgens mij voelt Jip het ook.

Dat ‘ge-mama’ de hele tijd

Optillen!

Frans en Lisanne, de dochter van Frans (17 jr), schijnen er geen last van te hebben. In mijn afwezigheid krijg ik van hen foto’s en filmpjes doorgestuurd van lieflijke taferelen, waarbij mijn dochtertje rustig zit te spelen. In mijn aanwezigheid daarentegen is Mirre werkelijk continu om mijn aandacht aan het vragen. Ze is nu anderhalf en overal waar ik heen ga, volgt ze me. Misschien zou ik het kunnen negeren als het daarbij bleef, als ze me alleen maar aandachtig observeerde, maar daar blijft het niet bij. Ze roept alsmaar: “Mama, mama, mama”. Als ik het waag haar aan te kijken, steekt ze onmiddellijk haar armen uit, om de wens kenbaar te maken dat ze opgetild wil worden. Het leven met een kind op de arm is vaak heerlijk. Echt waar, ik kan er enorm van genieten. De leeftijd van ongeveer tien maanden tot anderhalf jaar is wat dat betreft zo fijn. De kindjes passen precies op je heup, zijn nog niet te zwaar en houden zo heerlijk vast, maar ja…daar heb je geen 12 uur per dag zin in of tijd voor. Een kind op je arm is onhandig en werkt vertragend. En ik heb het geprobeerd, maar sommige dingen gaan gewoon niet meer. Een pot opendraaien die te strak vast zit bijvoorbeeld, het is altijd spannend of die opengaat, maar dan kun je het shaken. Een pan uit de pannenlade halen (vooral de achterste of onderste): streep erdoor. De koffie door de cafetière drukken: onbegonnen werk. De was doen (om het even in welk stadium deze verkeert), kun je ook op de buik schrijven. Nou ja, er zijn werkelijk genoeg momenten op de dag dat ik haar niet wil dragen en dat ik horendol wordt van haar roep om aandacht. Als ik aan het koken ben, dan sta ik in de potten en de pannen te roeren en onderwijl achtendertig keer te roepen dat ik aan het koken ben. Ik lijk wel knettergek. Wat doe ik nou anders dan mijn huisgenoten? Ik ga ervan uit dat er in mijn gedrag iets is, dat haar triggert. Of doet ze zo omdat ik haar moeder ben? Lisanne zegt dat ik het moet negeren: “Zeg één keer dat je aan het koken bent, en laat het daarbij. Ze gaat heus vanzelf wel iets anders doen.” Tja, doordat ik niet compleet negeer, blijf ik haar gedrag toch voeden waarschijnlijk. Maar oh, wat is het moeilijk om het werkelijk te negeren. Vandaag was ik de tassen aan het inpakken, omdat we een paar nachten weggingen. Om haar geroep te laten ophouden, deed ik alles wat ik moest met haar op de arm. Ondertussen ergerde ik me aan datgene wat daardoor moeilijk of langzaam ging. Toen ik haar even neerzette, omdat ik per se het onderste truitje van een kledingstapeltje wilde hebben, ging de lokroep weer in de automatische stand: “Mama, mama, mama,” Ik telde tot tien, maar dat hielp niet. Toen zei ik zwaar geïrriteerd: “Mirre, wil je nu als-je-blieft ophouden met je ge-mama de hele tijd!?” Ik keek haar aan, zij keek mij aan. Even was het stil. Hoopvol wachtte ik af. “Papa” zei ze toen zachtjes (en toverde daarmee weer een lach op mijn gezicht).