Avontuurtje autoglijden

281214.1
Vastberaden was ik om vandaag naar het verjaardagsfeestje van mijn nichtje te gaan. “Kom Jip, we gaan de weg verkennen.” De slee en de trein dat leek me de beste optie om de afstand van Breda naar Rijen af te leggen. Onder de sneeuw zat inmiddels een dikke laag ijs. Jip en ik glibberden over het pad. Na twee straten wilde Jip per se opgetild worden. Nee, dit werd niks. We zijn omgekeerd en ik besloot om twee uur later met de auto te vertrekken. Ik had de kinderen bijna aangekleed toen Frans zei: “Je bent nog niet weg hoor, de auto moet nog afgekrabd worden.” Hij trok zijn jas aan en ging het voor mij doen. Gelukkig maar. Tien minuten en twee kapotte ijskrabbers later komt Frans weer binnen. “Ik ben er klaar mee,” zei hij. Met de kinderen bij de auto aangekomen ontdekte ik dat hij het niet letterlijk bedoelde. De helft van de voorruit was nog niet schoon en had een dikke laag ijs. Met een pinpasje ben ik gaan krabben. Inmiddels had ik een huilende dreumes achterin en een peuter die daarboven uit schreeuwde en als in een mantra naar me riep: “Mamaaaa, ga nou rijden!” “Nee! Mama gaat niet rijden. Ik kan toch niet door de ruiten kijken zo?” Pffff……..mijn humeur was net als het kwik tot onder het nulpunt gedaald. Toen ik besloten had dat ik over het laatste gedeelte ijs wel heen kon kijken, glibberden we de straat uit. Achter me navigeerde mijn zoon: “Beetje naar links. Achteruit! Beetje naar rechts, rijden, rijden. Nu.” Geen idee wat de waarde van zijn aanwijzingen was, maar zelf had ik ook geen idee wat te doen, dus ik vroeg maar: “Jip heb ik rechts nog ruimte?” Het ergste was onze straat, daarna waren de straten gelukkig goed bestrooid. Halverwege hoor ik van de achterbank: “Mama, ik ruik iets.” Inderdaad, ik nam ook een smeulende geur waar. Dit was niet goed en dat meldde ik ook. “Het ruikt wel lekker, mama.” “Nee Jip, dit ruikt niet lekker, iets is aan het verbranden.” “Ik vind het wel lekker ruiken, ik denk iets van eten.” “Jip, als mama zegt dat het niet lekker ruikt, dan ruikt het niet lekker. Punt” Ik moest natuurlijk mee gaan in zijn beleving, maar daar was door mijn ongerustheid totaal geen ruimte voor op dat moment. De brandgeur werd erger. Nog een klein stukje, daar zat onze autogarage………Helaas, die was dicht. Ik besloot Frans te bellen. Hopelijk zou hij zeggen dat dit vaker voorkomt met de vrieskou en dat het waarschijnlijk een ditje of een datje was, niks ernstigs. Dat zei hij niet, helaas. Ik moest checken of alle ruitenwissers uitstonden (had ik al gedaan, goed hè?) en onder de motorkap kijken. Natuurlijk deed ik wat hij zei, maar constateerde niets bijzonders. Vervolgens ben ik met mijn pinpasje en mijn blote handen de laatste ijsschotsen van de vooruit gaan halen. Toen weer de auto in. Wat een stank! Met het aandoen van de ventilator kwam de laatste vlaag nare lucht binnen. Daarna werd het minder. We stonken alle drie wel een beetje, toen we aankwamen op het feestje. De kinderen hebben zich er voorbeeldig gedragen. Erg fijn, maar het voelde een beetje alsof ik dat eigenlijk niet verdiend had.

Toch nog samen in de sneeuw

271214.1 In de sneeuw
Fantastisch! De kinderen sliepen uit tot half tien. Ik lag al even wakker in bed en zag via mijn eerste WhatsAppjes dat het had gesneeuwd. Toen ik eindelijk de gordijnen open deed, was ik zo blij als een kind. Ik roetsjte in mijn kleren en haalde als eerste Mirre uit bed. Met haar op de arm opende ik het gordijn. Met haar zestien maanden leek ze niet echt onder de indruk van de wereld in het wit. Jip riep al vanuit zijn kamer en toen ik bij hem de gordijnen opendeed, was hij zo verrast. “Oooohhh, mama het heeft gesneeuwd!” Vervolgens noemde hij alles op waar sneeuw op lag. Het was heel leuk om mijn enthousiasme met hem te kunnen delen. Beneden aangekomen, wilde hij niet ontbijten, alleen maar naar buiten. Ik zei dat we na het ontbijt naar buiten zouden gaan. Toen Jip echt vond dat hij klaar was, zei ik dat we allemaal klaar moesten zijn. De eerste kop koffie was gloeiend heet dus zijn geduld werd op de proef gesteld. Het liefst wilde ik met z’n allen tegelijk naar buiten, want de kans was groot dat Jip het alweer beu was, voordat wij zover waren. Maar ja, voordat we allemaal aangekleed zouden zijn… Nee, dat wilde ik Jip niet aandoen. Boven ging ik op zoek naar skipakken, mutsen en wanten. Toen ik het boeltje bij elkaar had, kleedde ik Jip aan. Inmiddels was hij door het dolle heen, erg snel ging dat dus niet. Enkele minuten later rende hij naar buiten en ik ging Mirre aankleden. Die zette ik buiten en ze kon alleen maar lachen. Geweldig vond ze het. Ze zegt nog geen woord en maakte elke keer het gebaar van ‘regen’. Op zoek naar kleren voor mezelf. Inmiddels kwam Martijn (de oudste zoon van Frans, 15 jaar) binnen. Dat was leuk! Als Jip met zijn grote broer in de tuin kan spelen, houdt hij het misschien wel vol tot we allemaal buiten zijn. Niets was minder waar; toen Frans en ik eindelijk in onze sneeuwkleren beneden stonden, was Jip net bezig alles weer uit te trekken. “Ik ga niet meer in de sneeuw hoor mama!” “Nou, wij wel, Jip!” zei ik. Frans hielp hem met het uitdoen van zijn skipak en toen zijn we buiten sneeuwballen gaan gooien. We hadden het met zijn vieren erg naar onze zin. Binnen zat Jip. Op een gegeven moment stond hij bij het raam. “Hallo! Hallo! Mama, papa, ik wil ook naar buiten!!” Hup, Jip weer in zijn sneeuwpak gehesen en toen konden we toch met z’n allen naar het park. Jip op de slee, zijn grote broer trok hem voort en wij erachteraan. Werd het toch nog een familieaangelegenheid :-D.

Met bonje naar bed

261214.1Vrolijk kerstfeest! Jip speelt met zijn nieuwe auto’s. Van de kerstlampjes in de vensterbank heeft hij naar eigen zeggen een lichtweg gemaakt. Er is veel verkeer op de lichtweg, maar Jip regelt het allemaal goed. Hij praat tegen de auto’s en die praten gelukkig terug. Heel handig allemaal. Het is half vier. De tijd voor een middagdutje is aangebroken. Ik zit niet te wachten op ruzie met kerst, maar of Jip en ik dat kunnen voorkomen, is maar zeer de vraag. Hoe leuker de dag, hoe groter de uitdaging. Eigenlijk ben ik op zo’n moment altijd bang voor een drama. “Over vijf minuten is het bedtijd,” waarschuw ik de kleine man. Hij blijft stoïcijns bezig met zijn auto’s, zegt alleen iets luider ‘broemmmmm’. Ik weet dat hij mij gehoord heeft, maar check het toch nog even. “Hallo, Jip. Heb je mij gehoord?” Een kort knikje volgt. De vijf minuten gaan snel voorbij. Ik heb geleerd niet meer te zeggen dat we nu naar bed gaan. Dan gaat hij zeker in de weerstand. Ik haal diep adem, daar gaan we: “Jip!” zeg ik met nadruk, “wil je nu nog even plassen of wil je een luier aan?” “Plassen!” zegt hij, terwijl hij opspringt. Dat gaat goed. Na de wc volgt: “Jip, wil je je slaapzak aan of een pyjama?” “Pyjama!” antwoordt Jip. Yessss, hij gaat nog steeds lekker. Ik trek hem zijn pyjama aan en hij laat zich naar boven brengen. Als ik hem in zijn bed stop, weet ik nog steeds niet of het naar bed gaan geslaagd is. Jip begint te rekken. “Mama, waar is Knorretje?” Ik slaak een diepe zucht en loop naar beneden, naar de plek waar ik hem voor het laatst zag. Weer boven stop ik de roze knuffel bij Jip in bed. “Mama, ik wil nog melk,” “Jip, je kan nog wat water krijgen, geen melk.” Ik loop naar de deur. “Water, water!” roept hij vlug. In de badkamer tap ik drie slokken water in een glas en breng het hem. Jip drinkt het water traag op, terwijl ik ongeduldig wacht. “Ik moet plassen.” “Je hebt net geplast.” “Nee, ik moet poepen, mama, mama, ik moet poepen.” “Jip, nu is het klaar. Je houdt je poep maar op.” Ik loop demonstratief naar de deur. “Neeeeeeee, mama,” schreeuwt Jip, “de poep houdt niet op en ík houd ook niet op!” Ik reageer niet en sluit de deur. Jip blijft schreeuwen. Teleurgesteld loop ik naar beneden. Jammer, niet gelukt vandaag.