Een aanpak van (poeder)suiker

311214.1
De kern van begeleiden zonder straf is een kind niet op het gedrag veroordelen, maar kijken naar wat de oorzaak is van het gedrag. Jip ligt onderuit op de bank naar een filmpje te kijken. Zijn vader heeft de hele dag in de keuken gestaan en Jip heeft flink van de oliebollen gesnoept en nog meer van de poedersuiker. Het is tien over zes. Geen idee hoeveel trek hij nog heeft, maar ja etenstijd is etenstijd. “We gaan eten,” zeg ik en zet de televisie uit. Luid protest. Ondanks dat mijn oren toeteren, probeer ik toe te passen wat ik heb geleerd in de opvoedcursus. Ik loop naar Jip toe, kom bij hem zitten en zeg: “Jip, ik zie dat je heel boos bent en ook verdrietig.” De boosheid wordt groter bij mijn kleine man en richt zich op mij. Hij schopt me tegen mijn been. Ik zeg dat er niet wordt geschopt, dat hij tegen de bank mag schoppen als hij zo boos is. Tegelijk voel ik dat ik totaal geen overwicht heb. Ligt dit aan de hoeveelheid geconsumeerde (poeder)suiker of is het mijn aanpak? De woede in mij laait op. Ik ben geneigd om hem aan zijn arm naar de gang te sleuren, maar kan me nog net beheersen. Dan loop ik weg. Het volgende moment bedenk ik dat ik hem nog een keuze kan geven als ‘alternatief voor straf’. Ik draai me om, kom bij Jip terug en zeg: “jij mag kiezen: nu ophouden met huilen en straks de tv nog even aan, of doorgaan met huilen en dan wordt er helemaal geen tv meer gekeken.” Is dit een goed voorstel? Voor mij wel, ik kan met allebei de alternatieven leven. En Jip? Het gekrijs lijkt even in volume omlaag te gaan, maar wordt daarna luider dan daarvoor. “Oké, dan helemaal geen tv.” Na deze zin te hebben gezegd, blijkt dat Jip het maximum volume nog niet had bereikt: hij zet nog een tandje bij. Ik doe of het me totaal koud laat, loop naar de eettafel en probeer het gekrijs te negeren. Aan tafel bekijk ik wat voor lekkers Frans heeft klaargemaakt. Omdat hij zo lang in de keuken heeft gestaan, vermoed ik dat hij rustig van het eten wil genieten. Hij loopt op Jip af en doet precies wat mij niet lukte. Hij gaat bij hem zitten en praat zachtjes met hem. Jip wordt onmiddellijk rustig. Ik zit met mijn rug naar de mannen toe en ervaar hoe een gevoel van falen de overhand neemt. Dan hoor ik dat Frans zijn zoon belooft dat hij na het eten nog even tv mag kijken. O nee! Papa en mama hebben geen afstemming gehad en zitten even niet op één lijn. Jip komt aan tafel zitten. Toch wel fijn dat de rust is wedergekeerd. Ik besluit mijn mond maar te houden en te genieten van de slakjes met kruidenboter. Ondertussen denk ik na over mijn goede voornemen voor 2015: meer structuur. Dat zal ons allebei wel goed doen, denk ik.

Een heel mooi en liefdevol 2015 gewenst!!

Waarom straffen

Auw, complimentjes

301214.1

Zondag 7 december. Jip heeft een nieuw spel van Sinterklaas gekregen. Een spel waarmee hij kan leren tellen en cijfers herkennen. Dit had hij natuurlijk niet op zijn lijstje staan, maar het leek mij leuk en leerzaam. Samen doen we het spel. Het is een kwestie van puzzelstukjes aan elkaar leggen. Vier dolfijntjes vastmaken aan vier stippen en dan verbinden aan het cijfer vier. Zo zijn er in totaal tien verschillende dieren. Jip legt ze aan elkaar. De puzzel is vrij eenvoudig. Elke keer als hij een setje heeft, bekijken we het cijfer en tellen we samen de dieren: 1, 2, 3, 4, 5, 6 hondjes! “Goed zo, Jip!!” zeg ik telkens als hij juist telt. Bij de vissen gaat het fout. Daarvan zijn er acht. Na het getal zeven, zegt Jip ‘negen’. “Nee Jip, dat is niet goed. Even opnieuw doen.” Jip duikt weg. Zijn hoofd in zijn armen. “Kom, even opnieuw” push ik hem. Hij schudt zijn hoofd en duwt zonder te kijken het spel weg. Hij draait zich met zijn rugje naar mij toe. Ik streel hem over zijn rugje. Ik voel de pijn van falen in mijzelf. En ik voel me schuldig. Dit heb ik gedaan. Mijn eerdere complimenten maken dat hij zich zo rot voelt als hij een foutje maakt. Ik heb het al eens eerder genoemd; niet belonen is zoveel moeilijker nog dan niet straffen. Ik wil mijn kind graag stimuleren, maar dit blijkt in ieder geval niet de manier. Gelaten ruim ik het spel op. Zullen we het ooit weer spelen? En hoe ga ik het dan aanpakken?
Dinsdag 30 december. Eindelijk wil Jip het spel weer spelen. De olifanten, de zebra’s en de kikkers worden weer geteld. “Samen tellen of alleen?” “Samen! Samen! Nee! Nee! Alleen Jip!” roept hij enthousiast. Soms doen we het samen, soms telt Jip alleen. Als hij een getalletje vergeet, zeg ik: “Ja, bijna!” Ik pak zijn handje en terwijl hij de dieren aanwijst, tel ik vlug en vrolijk voor. Er zit veel meer energie en vreugde in het spel. “Dank je wel, kleine man,” denk ik bij mezelf als ik hem een zoen geef. Het draait tenslotte om samen plezier maken en als je dan ook nog wat kan leren, dan is dat mooi meegenomen.

Waarom bewust belonen

Hup! Op de gang

291214.1
Mirre schreeuwt. Heel hard kan ze dat. Ze spant al haar spieren, balt haar vuistjes en loopt rood aan. De eerste keer dat je het ziet, is het eigenlijk vooral grappig. Het gillen wordt bij Mirre voor diverse doeleinden ingezet. Ze doet het omdat Jip iets af wil pakken, omdat ze aandacht wil, het ergens niet mee eens is of gewoon voor de lol. Vaak kan ik het handelen, maar soms ook helemaal niet. Ik weet ook dat ik helemaal niet consequent ben in het eenduidig reageren op haar geschreeuw. Als Jip iets af wil pakken, zijn haar getrainde stembanden haar enige wapen in de strijd. Dan stimuleer ik zelfs dat ze op die manier van zich afbijt. Wat ook weleens gebeurt, is dat ik lekker mee ga gillen met de kleintjes. Het is leuk om te doen en zij vinden het geweldig. Desalniettemin heb ik er soms gewoon even geen zin in. Ik kan het er gewoon niet bij hebben als ik bijvoorbeeld op mijn gemak wil ontbijten. Als Mirre het dan op een gillen zet, dan ben ik allerminst geduldig met haar. Bij zo’n kleintje is het dan zo lastig om haar gevoel te benoemen. Ik heb het weleens geprobeerd, maar ze walst dwars over me heen. Negeren helpt ook niet echt, logisch als haar moeder zo ambivalent reageert. Maar daarnaast is er ook altijd wel iemand (lees: Jip) die wel reageert. Niet straffen en bewust belonen is ons motto, maar ik krijg het bij Mirre op zo’n moment niet voor elkaar. De oplossing? Die is zeer eenvoudig en druist in tegen alles wat ik met mezelf heb afgesproken. De eerste stap: ik ga dreigen. Tja, dreigen met de gang is soms het enige wat echt helpt. Werkt dat niet, dan volgt stap twee. Er worden maatregelen getroffen. Mirre gaat met stoel en al – want anders vermaakt ze zich veel te goed – de gang op. Enkele seconden, meer is er niet nodig voor het bereiken van een optimaal resultaat.
Dag principes. Welkom rust!